Een ochtend vogels tellen op Telpunt Hazewater

Een ochtend vogels tellen op Telpunt Hazewater

Marten van der Bijl en Carien Geertse aan het zoeken naar vogels

De meeste Nederlanders zijn knarsetandend aan het wachten tot het reizen weer mag , maar het ziet er naar uit dat dat voorlopig nog niet kan. Je zou jaloers worden op de vogels. Op dit moment zijn de vogels namelijk wel druk aan het reizen. Zij zijn bezig met de terugweg uit het Zuiden, gewoon zoals elk ander jaar. Overal in Nederland houden enthousiaste vogelaars dit fenomeen nauwlettend in de gaten, zo ook in Amersfoort. Eén van de plekken waar de vogelaars deze hobby uitoefenen is het Telpunt Hazewater in het Treekerbos.

Op zondagochtend tegen zeven uur verzamelt zich een groepje mensen op het Telpunt Hazewater.  Gewapend met een thermoskan vol warme thee, verrekijkers en telescopen staan ze op deze open plek in het bos. Vogelteller Marten van der Bijl: “Als je eenmaal uit bed bent, is het zeker de moeite waard.”  Nog voor je ze ziet hoor je overal vogels; of ze nou boven je langs vliegen of ergens verstopt in een struik zitten. De een klinkt nog mooier dan de ander. Voor de ervaren vogelaar zijn de geluiden makkelijk uit elkaar te houden. Marten van der Bijl: “Ik ben nog een groentje, want zelfs na twee jaar vind ik het heel moeilijk om vogels aan hun geluid te herkennen.”

De activiteiten bij Telpunt Hazewater maken deel uit van een dagelijkse wereldwijde vogeltelling. Op www.trektellen.nl zetten de vogeltellers elke dag hun waarnemingen neer. Het eerste wat zij ’s ochtends doen is bij het nabijgelegen meertje kijken welke vogels daar overnacht hebben. Vervolgens begint het echte tellen. Het doel van de tellers is om zo nauwkeurig mogelijk te noteren welke trekvogels voorbijvliegen. Zo kon dit groepje mensen hun ogen niet geloven toen er een steppenkiekendief over hun hoofden heen vloog. Snel pakken ze hun telescopen en verrekijkers erbij om zeker te zijn van hun waarneming. En voor je het weet, is hij alweer voorbijgevlogen op weg naar Siberië. Andere vogels zoals graspiepers, kramsvogels of grauwe ganzen maken minder enthousiasme los. Deze krijgen nog steeds een vermelding, of ze nou per één of soms met meer dan 1000 overvliegen.

Merijn Salverda: “Er zijn afgelopen jaar wel wat meer tellers bij gekomen. Maar het lijkt nu minder druk omdat iedereen vanwege de corona ver uit elkaar staat.” Carien Geertse: “Vroeger stonden we met tien mensen op een kluitje, nu maar met maximaal vijf. En dan ook nog op 1,5 meter afstand” Dat er meer mensen bijgekomen zijn, is geen toeval. Vogeltellen is namelijk een van de hobby’s die nog uitvoerbaar is tijdens de coronacrisis. Carien Geertse: “Het is wat minder gezellig, maar het gaat natuurlijk om de vogels.” Als je met een klein groepje tellers op een open vlakte staat, is er wel erg weinig beschutting. De wind snijdt om je oren, de kou kruipt op en de gesprekken vallen soms stil. Toch blijven de tellers dapper een paar uur staan.

Wat later vliegt er een gierzwaluw langs. Eéntje maar. Toch gaan de verrekijkers weer op de neuzen en wordt er een aantekening van gemaakt. Marten van der Bijl: “Vorige week kwamen er al boerenzwaluwen terug en deze week zijn de gierzwaluwen aan de beurt.” Merijn Salverda : “Bij de boerenzwaluwen begon het ook met één verdwaalde vogel en toen volgde kort daarna de rest.” De verwachting is dan ook wel wat meer dan maar één. Want: één zwaluw maakt nog geen zomer!

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *