Op zoek naar de kleuren van Het Land van Ons

Op zoek naar de kleuren van Het Land van Ons

AMSTERDAM – Met rode neusjes en glinsterende ogen staan ze te springen om te beginnen. Ze rennen in de rondte en hier en daar klinkt een kreet van enthousiasme. De kou en wind houdt de kinderen en hun begeleiders niet tegen om door de gevallen herfstbladeren opzoek te gaan naar de kleuren in Het Land van Ons.

De speurtocht is een initiatief van Iwan Dam, hij is onderdeel van De Stichting Amsterdams Jeugd Theater Collectief. Samen maken zij De Vrije Vogel Trektocht. In de theatrale speurtocht is het de bedoeling dat kinderen tussen de drie en zeven door middel van de op straat getekende vogelpoten de kleuren die uit het Land van Ons zijn verdwenen terug te vinden. Daarvoor is er een route gestippeld door een deel van Bos en Lommer. “Afgelopen zomer hadden wij een soortgelijke speurtocht, ik heb nagedacht over hoe we dat nog een keer op een veilige manier konden doen.” Dam heeft uiteindelijk een speurtocht bedacht door buiten met kleine groepjes Bos en Lommer te verkennen. “De kinderen hoeven geen afstand te houden, wel is dat belangrijk voor de begeleiders.” Aldus Dam.

Volgend het RIVM hoeven kinderen tot en met 12 jaar geen afstand te houden tot elkaar en volwassenen. Uit een gezin en jongeren onderzoek van het RIVM blijkt dat kinderen onder de 12 jaar nooit als eerst besmet zijn en als ze het virus oplopen de klachten erg mild zijn.

De kinderen staan op deze woensdagmiddag te popelen om te beginnen aan de speurtocht. In verschillende groepen met namen zoals ‘vlinder’ en ‘vogel’ vertrekken ze een voor een vanaf speeltuin De Gibraltar. Met groepjes van tien volgen ze de vogelpootjes naar verschillende locaties. Bij elke locatie staat een verschillende kleur op hen te wachten. Mieke de Rijk doet mee met haar kleinkind, “Ik vind het zo een leuke combinatie van buiten zijn, bewegen en spelen. Zelf heb ik in het onderwijs gezeten, toen deden we ook altijd van dit soort dingen in het bos.”

Dam blaast op zijn trompet, nu kan de speurtocht echt beginnen. Hij leidt de kinderen naar een man in witte kleren die ligt te slapen in de boomhut. “Ik woon in Het Land van Ons en ben mijn kleuren kwijt, gaan jullie naar de tovenaar om ze terug te vinden?” Vertelt hij de kinderen wanneer zij hem wakker maken. De kinderen deinzen een beetje terug, geschrokken van de druk bewegende man voor hen. “Oeps heb ik jullie aan het huilen gemaakt? Dat is toch helemaal niet de bedoeling.” Hij stelt ze gerust en geeft ze een emmertje mee waar ze onderweg kleuren mee kunnen verzamelen om aan de tovenaar te geven.

De kinderen en hun begeleiders volgen de route van de vogelpootjes, zo ontmoeten ze steeds meer mensen van Het Land van Ons. Er is een oranje tovenares die dezelfde kleur voor ze tovert om mee te nemen in het emmertje. Daarna komen ze bij mevrouw groen, die met de kinderen op zoek gaat naar de poep van een groene poeperd. “Uhlll dat stinkt, dat is groene poep” roepen de kinderen terwijl ze gillend van het lachen het poepje onder een boom vinden. Niemand wil het emmertje met de kleuren meer dragen vanwege de toegevoegde groene poeperd.

Hoe meer kleuren er voorbijkomen hoe losser de kinderen worden. Waar ze eerst nog verlegen achter hun ouders schuilden, doen ze nu enthousiast mee met de theatermakers. “Ik ben Meneer Scheel, of nee ik ben geel en maak schoon, snap je? Wanneer Meneer Scheel vraagt waar ze zich allemaal schoonboenen onder de douche roept deelnemer Beer, “bij je piemel, die moet je je goed wassen.” Terwijl de begeleiders lachen, kijkt Beer zijn moeder met een ondeugende blik aan. Ook de kleuren paars, blauw en rood komen aan bod. De kinderen gaan er helemaal op in, ze zijn niet meer te stoppen. Het emmertje wordt om de beurt doorgegeven zodat elk kind hem kan dragen.

Sanne Koopman en haar zoontje Luuk komen niet uit de buurt. “We hebben een uur moeten rijden om hierbij te zijn. De tovenaar Woody Woods ken ik van vroeger. Ik vind het superleuk hem weer eens te zien en ook het theater te steunen in deze moeilijke tijd.” Koopman merkt dat Luuk in een dorp opgroeit. “De anderen kinderen uit de stad hebben echt wel een grotere mond.” Zegt ze lachend.

Maar ook Luuk kruipt uit zijn schulp, met het emmertje gevuld met kleuren rent hij bij het laatste stukje van de speurtocht samen met de andere kinderen vooruit naar de tovenaar. Met rode wangetjes en wijd gesperde ogen kijken ze toe hoe de tovenaar de kleuren terug tovert naar het Land van Ons. “We zeggen allemaal de spreuk blablabla blie, en de kleuren vullen ons land weer!” Brullend zeggen de kinderen de spreuk mee terwijl tovenaar Woody Woods een oneindige kleurenslinger uit zijn hoed tovert. Op video communiceert Woody met de man in de witte kleding van het begin. Zijn kleding is niet meer wit maar heeft alle kleuren van de regenboog. De kinderen klappen van blijdschap, ze hebben hun taak volbracht.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *