Huiselijk geweld: minder meldingen betekent niet minder slachtoffers

Huiselijk geweld: minder meldingen betekent niet minder slachtoffers

AMSTERDAM – ”Dit is toch wel een beetje gek”, stelt Roos Beek, D66. Ze zit in een grote bureau stoel. Ze vervolgt, ”Ik kan nu jullie kamers zien”. Een aantal leden hebben kennelijk al eerder contact gehad en groeten elkaar uitbundig. Omdat de vergadering op Zoom plaatsvindt is het erg chaotisch. Zoom reageert op geluid dus zijn er steeds weer andere mensen in beeld.

Eén voor één druppelen de deelnemers van het online D66 Amsterdam stadscongres binnen. Deze mensen hebben voor het onderwerp mensenrechten en veiligheid gekozen. Het begin van de vergadering gaat erg moeizaam. Dit komt doordat Benne Holwerda niet in de vergadering komt. Juist hij is belangrijk want als programma directeur van Stichting Veilig Thuis geeft hij samen met Sara Ham, beleidsadviseur Veilig Thuis, een presentatie. Uiteindelijk lukt het Roos Beek om Holwerda toe te voegen.

In het eerste halfjaar van 2020 zijn er al 5.940 meldingen binnen gekomen bij Veilig Thuis Amsterdam. Bij 75% van de gevallen gaat het om gezinnen met kinderen. Dit laat meldpunt Veilig Thuis zien in haar cijferoverzicht. De cijfers zijn te vergelijken met vorig jaar toen werden er in zes maanden rond de 6.000 meldingen gedaan. Opvallend is wel dat er een stijging is in het aantal kindermishandelingen. Dat was vorig jaar namelijk in 50% van de meldingen het geval. Ook is het opvallend dat de stijging die al jaren bezig is, dit jaar nog niet te zien is.

‘’In de beginfase van de coronacrisis liep het aantal meldingen van huiselijk geweld in sommige regio’s juist terug’’, meldt Judith Kuijpers op de site van het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport. Maar volgens haar geeft dit juist aan dat het in het begin van de coronacrisis niet lukte om mensen thuis te bereiken.

Beek geeft aan dat de kennisgroep zich heeft ingezet voor het zichtbaar maken van het probleem. Zo hebben ze zich onder andere ingezet voor het codewoord in apotheken. Het codewoord: masker 19, kan iemand gebruiken in een apotheek. Als diegene dat tegen een apotheker zegt zal deze stichting Huiselijk Geweld inschakelen. Ham onderbreekt haar ‘’het is in Amsterdam niet veel voorgekomen dat op die manier hulp ingeschakeld is.’’ Even zie je de teleurstelling in haar ogen. Ze vervolgt ‘’De meeste meldingen die wij binnen krijgen zijn van de politie.’’

Veilig Thuis doet onderzoek naar een situatie wanneer er nog te weinig over bekend is. HAM: ‘’Wij hebben ook een radarfunctie dat houdt in dat wij signalen uit verschillende organisaties aan elkaar kunnen koppelen. Op die manier kunnen we volgen wat er in een gezin gebeurd. Het is iets wat vaak al langer speelt. Dat kun je niet met een interventie oplossen. Daarna verwijzen wij ook door. Veilig Thuis is vaak voor de korte termijn.’’ Zou je hier een voorbeeld bij willen geven, vraagt iemand uit de zoom call. Tot dan had iedereen aandachtig zitten luisteren. ‘’Een docent belt ons op en zegt, ik heb hier een leerling van mij en die durft niet meer naar huis omdat haar vader haar slaat”, geeft Ham aan. “Dan gaan wij daar heen. We proberen met het gezin te kijken wat er aan de hand is. Soms moet het kind even naar een opa en oma. We zorgen er in ieder geval voor dat het kind de komende dagen veilig is’’, geeft Ham aan.

De andere luisteraars lijken wakker geschud  Hajo Reurs vraagt: ‘’Wat nou als ouders helemaal niet mee willen werken? Als je als Veilig Thuis dat meisje ophaalt en naar de ouders gaat en die willen helemaal niet in gesprek.’’ Dat is toch een kunst van onze medewerkers geeft Holwerda aan. In familie kringen praten over opvoeden word volgens hem meestal niet gewaardeerd. Dit geldt zeker voor instanties. Medewerkers moeten proberen om contact te krijgen met de ouders. “Als wij inschatten dat de situatie uit de hand loopt kunnen wij er voor kiezen om de kinderbescherming in te schakelen.”

Renée de Zwart heeft een tijd naar de verschillende verhalen geluisterd en wil nog iets zeggen. Daar heb je dan nog 30 seconden voor waarschuwt Beek. Volgens De Zwart zijn er minder meldingen dan dat er daadwerkelijk incidenten zijn. Dit komt volgens haar doordat er alleen melding wordt gemaakt als het al geëscaleerd is. Midden in haar verhaal stopt de vergadering. Maar dat vindt Beek toch flauw en ze plaatst iedereen weer in de subgroep. Verbouwereerd kijkt iedereen naar zijn scherm. De Zwart lijkt geen last te hebben van haar onderbreking ze verteld rustig verder over haar ervaring als vrijwilliger. Na dit voorbeeld besluit de groep toch maar naar de hoofd groep te gaan ze willen niet nog een keer uit hun vergadering gegooid worden.

Over de auteur

1 reactie

  1. Rosie Wilhelm

    Vind dit een heel belangrijk onderwerp en je hebt een goed artikel geschreven Sam!

    Antwoord

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *