‘Kinderen kunnen af en toe veel beter nadenken’

‘Kinderen kunnen af en toe veel beter nadenken’

AMSTERDAM – Kinderen worden vaak onderschat. Dat vinden de Amsterdamse kinderraadsleden Ai-Lin, Sael en Frederique. “Het grootste misverstand over kinderen, is dat we geen oplossingen hebben voor ‘volwassen’ problemen”, vertelt de elfjarige Ai-Lin.

Vijftien Amsterdamse basisschoolleerlingen uit groep 7 en 8 vormen sinds 2019 jaarlijks een kinderraad. Dit keer werden Ai-Lin, Sael en Frederique door de jury verkozen om de stadsdelen Zuid en Centrum te vertegenwoordigen. “Ik wil de stem van alle kinderen laten horen; en hun dromen proberen waar te maken”, vertelt Sael, die net als op school keurig zijn vinger opsteekt als hij iets wil zeggen. “Hoe ik dat ga doen, is door te luisteren naar de eisen van bijvoorbeeld mijn vrienden of vriendinnen. Daarna kan de kinderraad stemmen of we het daarmee eens zijn. Als dat het geval is, geven we het door aan de gemeenteraad.”

Waarom is de kinderraad belangrijk? 

Ai-Lin: “Omdat het een plek is waar je je mening kunt uiten. Wij hebben een andere kijk op dingen dan volwassenen, dus daarbij ook een andere oplossing. En kinderen denken ook anders over het klimaat. Kijk bijvoorbeeld naar Greta Thunberg. Zij protesteert en dat zouden volwassenen denk ik niet snel doen, want wij zijn de toekomst.”

Sael: “Toen ik de kinderraad inging, dacht ik niet dat ik net als Greta zou worden, maar ik hoopte het wel. Nu ik weet hoe belangrijk wij zijn voor de kinderen in de stad, weet ik dat we echt iets kunnen bereiken. Wij kunnen ons namelijk beter inleven dan de mensen in de raadszaal, bijvoorbeeld over pesten.”

Frederique: “Er worden veel dingen gedaan op advies van volwassenen, maar wij zien alles anders. Kinderen kunnen af en toe veel beter nadenken. Het ligt er natuurlijk aan waarover, maar door de kinderraad kunnen volwassenen wel zien dat wij ook goede ideeën hebben.
Sommige volwassenen denken misschien ook dat je niets in je eentje op kunt lossen, maar Greta is alleen begonnen; en nu is ze heel groot. Dus het kan wel; en dat vind ik best cool.”

Wat willen jullie het komende jaar bereiken?

Ai-Lin: “Wat ik heel graag wil, is dat kinderen tot en met twaalf jaar gratis kunnen reizen met het openbaar vervoer. Kinderen gaan namelijk vaak naar sport en bij vriendinnen spelen, dus dat is best duur.
Ik heb wel van de oude kinderraad begrepen dat het nu gratis is voor kinderen met een stadspas, maar ik wil dat het voor iedereen geldt. En dat wil ik bereiken door erover te praten; en natuurlijk de gemeenteraad te vragen of zij het plan kunnen uitvoeren.”

Sael: “Ik wil zo veel mogelijk bereiken. Hoe meer, hoe beter. Maar waar ik me specifiek op richt, is het klimaat. De afvalbak bij mij om de hoek vind ik bijvoorbeeld best klein. Niet alles past erin; en dan komt er afval op straat te liggen, waardoor er dieren doodgaan.
Ik vind dit heel belangrijk voor mijn eigen toekomst, maar ook voor die van mijn kinderen en kleinkinderen.”

Frederique: “Wat ik vervelend vind, is dat er ontzettend veel wordt gerookt in Amsterdam. Ik vind dat daar verandering in moet komen, want los van de vervuiling, gaan kinderen het daardoor later misschien ook wel sneller doen. Het is een slecht voorbeeld. Daarom lijkt het mij goed als er een paar plekken in de stad zijn waar je kunt roken, bijvoorbeeld bij rookpalen.

En ik ben het ook eens met wat Ai-Lin zegt. Ik reis zelf eigenlijk niet vaak met de metro, maar dan moet ik niet aan mezelf denken, maar aan een ander. Sommige ouders hebben minder geld, maar als er een activiteit is die iets meer kost, vind ik wel dat alle kinderen mee moet kunnen doen. Dan kun je even alles loslaten en gewoon met je vrienden zijn.”

Wat vinden jullie het leukste en minst leuke aan Amsterdam?

Ai-Lin: “Ik vind niet dat Amsterdam echt een nadeel heeft. Maar wat ik heel tof vind, is dat wij Femke Halsema als burgemeester hebben. Ik heb op het nieuws gehoord dat zij kans maakt om de beste burgemeester ter wereld te worden. En ze lijkt me ook heel aardig. Ik kan niet wachten om haar te ontmoeten.”

Sael: “Ik vind het leuk dat Amsterdam een sociale stad is. En het minst leuke is dat er in elk stadsdeel veel dakloze mensen zijn. Zij hebben hulp nodig.”

Frederique: “Eigenlijk is alles dat ik minder leuk vind al opgenoemd. Maar wat ik fijn vind, is dat er veel gezellige kinderen zijn. Niemand in mijn omgeving hoort er niet bij. Iedereen kan gewoon aansluiten.”

Frederique geeft aan dat ieder kind erbij hoort in haar buurt. Houden jullie je in de kinderraad ook bezig met discriminatie en uitsluiting in de stad?

Ai-Lin: “Ja, ik denk wel dat wij daar aan gaan werken. Ik vind dat heel belangrijk, want we zijn allemaal gelijk, maar ik heb niet het idee dat iedereen altijd zo behandeld wordt.
Om te zorgen dat het beter gaat, moeten we mensen informeren over hoe het voelt om gepest te worden. Want als mensen weten hoe het is, stoppen ze er hopelijk mee.”

Frederique: “Daar ben ik het mee eens. Ik heb het zelf nooit meegemaakt, maar het gebeurt wel en dat vind ik niet oké.”

En Sael vindt dat we daklozen hulp moeten bieden. Hoe staan jullie daarin?

Ai-Lin: “Ik vind ook dat iedereen een thuis verdient.”

Frederique: “Ja, elke keer als ik buiten ben, zie ik wel een dakloos persoon. En dat vind ik best zielig. Je hebt wel gebouwen waar ze in kunnen, maar soms zijn die vol. Daar moet iets aan gedaan worden, want meestal zit er iets achter; en dat weet natuurlijk niet iedereen. Soms komt het door de ouders of is er iets gebeurd op het werk.”

Ai-Lin benoemde dat ze fan is van burgemeester Femke Halsema. Maar in Nederland hebben we nog nooit een vrouwelijke minister-president gehad. Wat vinden jullie daarvan?

Ai-Lin: “Ik wil wel dat die er komt, om te laten zien dat we een stapje richting een land zonder discriminatie gaan.”

Sael: “Ik vind het ook belangrijk. In Amerika wordt Kamala Harris de eerste vrouwelijke én donkere vicepresident. Dat is belangrijk, want er is daar veel racisme, zoals we hebben gezien bij George Floyd en Jacob Blake.
Natuurlijk moeten we dat soort stappen in Nederland ook maken, maar ik denk dat de gemeenteraad wel goed verdeeld is.”

Frederique: “Ik vind het ook belangrijk. Vroeger was het namelijk zo dat er alleen maar mannen in de politiek zaten. Maar als er vrouwen bijkomen, geeft dat jonge meisjes moed om het ook te proberen. Nu denk je misschien: oh er zijn alleen maar mannen, dus ik kan het niet. Maar als je het superleuk vindt, kan het gewoon.”

Er is een gezegde ‘Je kunt niet worden wat je niet kunt zien’. Zijn jullie het daarmee eens?

Frederique: “Ja, de kinderburgemeester van Amsterdam is ook gekleurd en dat vind ik eigenlijk best fijn. Zo kunnen anderen zichzelf terugzien. En hij doet het ook heel goed, dat vind ik knap.”

Sael: “Gekleurde kinderen zien hem ook zeker als voorbeeld. Dat vind ik belangrijk.”

Wat is een goede manier om kinderen te introduceren aan de politiek?

Ai-Lin: “Het zou leuk zijn als we zogenaamd Kamerleden en een minister-president uit mochten kiezen op school. Ik zou zelf natuurlijk graag minister-president zijn, want dan neem je echt de leiding over alles.”

Sael: “We hebben één keer debatteerles gehad en daar heeft mijn klas veel van geleerd. Dat soort dingen kunnen we misschien één keer in de week doen. Politiek is namelijk belangrijk voor je hele leven. Net als begrijpend lezen. Ik vind het daarom jammer dat we er op school weinig over praten.”

Frederique: “Ik wilde hetzelfde zeggen als Sael. Misschien denk je aan het begin: dat is niet leuk. Maar als je eenmaal bezig bent, is het toch wel tof om van iedereen te horen wat voor mening ‘ie heeft. En sommigen denken dat ze geen goede ideeën hebben of dat ze er niet bij horen, maar vaak is dat niet waar.”

Hoe zou de ideale stad er volgens jullie uitzien?

Ai-Lin: “Dat alles dat wij als kinderraad willen, gedaan kan worden. Dat alle problemen, zoals milieuvervuiling, zijn opgelost. En dat iedereen aardig tegen elkaar doet.
En misschien ook dat kinderen gemeenteraadslid kunnen worden. Nog een stapje verder dan de kinderraad.”

Sael: “Dat iedereen blij en welkom is en krijgt wat ‘ie verdient. Veel groen, rookvrije plekken, een veilige buurt en geen corona.”

Frederique: “Wat ik belangrijk vind, is dat mensen respect hebben voor wie je bent. Er zijn bijvoorbeeld veel transgenders in Amsterdam; en sommige mensen vinden dat niet leuk. Maar ik vind dat je zelf mag bepalen wie je bent; en dat mensen daar respect voor moeten hebben.”

Zouden jullie later verder willen in de politiek?

Ai-Lin: “Als je het mij nu vraagt, zeg ik nee. Ik wil niet de politiek in. Maar misschien dat het komende jaar daar wel invloed op heeft. En wat ik dan wel zou willen worden, weet ik ook niet. Ik heb nog geen plannen voor de toekomst.”

Sael: “Ik heb ook nog geen plan om later de politiek in te gaan. Maar ik hou veel van praten en discussiëren, dus nu ik in de kinderraad zit, ga ik ook vooral kijken naar hoe volwassen raadsleden dat doen. Misschien heeft dat wel invloed op mijn toekomst en word ik later politicus. We zullen zien.”

Frederique: “Het lijkt mij wel superleuk om de politiek in te gaan. Maar daarbinnen zijn veel mogelijkheden, dus ik weet nog niet precies wat ik dan zou willen. Ik zou wel burgemeester willen worden, maar dat is denk ik niet heel makkelijk.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *