‘Ik werd ook niet altijd op waarde geschat en moest vaak tegen dingen opboksen’

‘Ik werd ook niet altijd op waarde geschat en moest vaak tegen dingen opboksen’

AMSTERDAM – Leraren kunnen wel degelijk het verschil maken. Dit begrijpt Astrid Brugman (60), lerares op de Vier Windstreken school in Amsterdam Noord maar al te goed. “Mijn zus en ik werden altijd heel erg gestimuleerd. Mijn vader zei altijd, je hoeft niet te werken als je je school maar doet.”

Dat het onderwijs meer aandacht verdient, wordt in de documentaireserie ‘Klassen’, die in 2020 op de NPO te zien was, glashelder gemaakt. Sarah Sybling en Esther Gould maken zich na de serie ‘Schuldig’ opnieuw op voor een belangrijke zaak. Dit keer over de strijd voor gelijke kansen in het onderwijs. Een jaar lang volgden zij achtstegroepers vlak voor het eindadvies voor de middelbare school. Kinderen vanuit verschillende milieus en scholen, waarvan sommige kinderen worstelen met hun thuissituatie of prestatiedrang. Ook de leraren mochten daar niet in ontbreken. Zo werden juf Astrid en juf Jolanda een echt voorbeeld voor hoe je les zou moeten geven. Vanuit plezier en passie voor je vak en liefde voor de kinderen. Maar hoe vergaat het bijvoorbeeld Astrid nu? Hoe kijkt zij terug op deze bewogen periode? Wat is haar bijgebleven? En wat drijft deze ras Amsterdamse om les te geven in een moeilijke wijk? “Ik heb eigenlijk altijd in moeilijke wijken gewerkt. Zelfs mijn stages liep ik in de Nieuwmarktbuurt en ik kom zelf uit de Jordaan.”

Hoe zijn jullie eigenlijk benaderd voor de serie?
“We werden benaderd door Manon van der Sluijs die eerder ook de research voor de documentaireserie ‘Schuldig’ had gedaan. Zij wilden een nieuwe serie gaan maken en deden research op verschillende scholen. Eerst dachten we dat de serie alleen over de kinderen zou gaan. De ‘strijders’. De kinderen die vechten voor een eerlijke kans in de maatschappij. Uiteindelijk werden wij daar zelf ook een onderdeel van.”

 Zei je gelijk ja?
“Nee eerst moesten we er niet echt iets van weten. Maar de kinderen waren zo enthousiast dat je ze dat gewoon gunt. Uiteindelijk zijn we ook ontzettend blij dat we het wel gedaan hebben. Het is een hele mooie serie geworden die goed weergeeft hoe ingewikkeld het onderwijssysteem eigenlijk is. Het is niet zwart-wit en je kan ook maar moeilijk een vinger wijzen naar één oorzaak van kansenongelijkheid.”

De serie is vorig jaar opgenomen. Hoe kijk je terug naar dat schooljaar?
“Het wekt heel veel mooie herinneringen op. Eerst was het natuurlijk wel schakelen. Je hebt wel een jaar lang een cameraploeg in je klas, die continue alles volgt. Je komt toch onder een soort vergrootglas te liggen. Gelukkig was het team van mensen zo warm en professioneel dat het niet als een belasting voelde. Ze waren ontzettend lief voor de kinderen en erg betrokken. Ik moest er ook erg wennen dat ze er dit jaar opeens niet meer waren. Ik miste ze best een beetje.”

Kreeg je ook kritiek op je manier van lesgeven?
“Oh ja. Dat krijg je er ook zeker bij. Mensen die op Twitter opeens vertellen hoe je het wel moet doen of dat ze het met een bepaalde methode niet eens zijn. Zoals de ‘Snappet grafiek’, die in de serie voorbijkomt. Dit is een grafiek die de groei van een kind laat zien op het gebied van rekenen op hun niveau. Het visualiseren van die groei stimuleert de kinderen ontzettend. Je neemt ze mee in een proces en op die manier kunnen ze ook zien wat er beter kan.  Onze uiteindelijke keuze voor het geven van een schooladvies is natuurlijk op veel meer dan dit gebaseerd. Maar goed. Niet voor iedereen is dit duidelijk en dan krijg je nog wel eens ongefundeerde kritiek.”

Ga je daar dan op in?
“In het begin had ik wel degelijk de neiging om er iets van te zeggen. Maar gelukkig heb ik dat niet gedaan en laat ik het lekker aan me voorbijgaan. Ik ben inmiddels 60 en ik geef al vanaf mijn 19e met heel veel plezier les en dat plezier laat ik me door dit soort commentaar niet afnemen.”

 De serie is natuurlijk vorig jaar opgenomen. Alle kinderen hebben hun advies inmiddels binnen. Een van de leerlingen die je bij jou in de klas zat en werd gevolgd is Yunus-Can. Heb je nog contact met hem?
“Ik heb hem weer op de première van de documentaire gezien. Het gaat goed met hem en hij is gelukkig blij op zijn nieuwe school.”

Yunus-can bij het raam

Wat drijft jou eigenlijk om les te geven in een best moeilijke wijk?
“Ik heb eigenlijk altijd in moeilijke wijken gewerkt. Zelfs mijn stages liep ik in de Nieuwmarktbuurt en ik kom zelf uit de Jordaan. Ik kom uit 1960 en de buurt waar ik opgroeide was een achterstandswijk. Veel laagopgeleide mensen. Wij hadden zelf eigenlijk ook nooit zo heel veel kansen, dat realiseerde ik me achteraf pas. Toen ben ik namelijk gaan nadenken waarom ik zo gedreven was om dit soort kinderen te helpen. Ik zou namelijk nergens ander willen werken. Dat komt denk ik ook door mijn ouders. Die vonden school voor ons altijd heel belangrijk. Dat was heel anders voor mijn vriendjes en vriendinnetjes. Die ouders waren daar eigenlijk helemaal niet zo mee bezig, maar mijn zus en ik werden altijd heel erg gestimuleerd. Mijn vader zei altijd: ‘Je hoeft niet te werken als je je school maar doet’. Mijn vader heeft vroeger ook nooit echt een eerlijke kans gehad. Het gezin was te arm. Hij had niet eens schoenen om naar school te gaan. Daarbij kwam hij uit een gezin van negen kinderen, dus naar school gaan zat er gewoon niet in. Dat is voor mijn vader altijd een frustratie geweest. Die is pas later, toen hij zelf 25 was en wij nog kinderen waren, terug naar school gegaan. Hij had toen een hele lieve en goede leraar die hem ontzettend geholpen heeft met het wegwerken van een enorme achterstand. Die leraar heeft toen echt het verschil voor hem gemaakt.”

Heeft dat uiteindelijk op werkgebied iets voor hem veranderd?
“Ja zeker. Mijn vader was eigenlijk een hele slimme man. Hij werkte daarvoor altijd in een fabriek. Ongeschoold. Later is hij naar de ambachtsschool gegaan en is hij machinemonteur geworden. Dus het heeft hem wel degelijk nieuwe kansen geboden om iets te doen waar zijn kracht lag.”

 Had je zelf wel goede leraren op de basisschool?
“Nee. Ik had wel hele aardige leerkrachten. Ik zat op een hele leuke school midden in de Jordaan. We hadden altijd verschrikkelijk veel plezier en speelden altijd buiten. De leraren die ik had, waren niet heel goed. Ik had een redelijk oude meester. Hele aardige man. Zat altijd te roken voor de klas. Dat mocht toen nog. Uiteindelijk ging ik wel naar de mavo. Wat toen heel wat was, want de meeste kinderen uit deze wijk stopten vaak met school. Maar ik denk dat de gedrevenheid van mijn ouders het verschil voor mij heeft gemaakt.”

 Denk je dat de kansenongelijkheid minder is geworden in vergelijking met vroeger?
“Nee, dat denk ik eigenlijk niet. Er is gelukkig wel meer aandacht voor gekomen.”

 Je dochter geeft ook les. Wat vind je daarvan?
“Ik vind dat ontzettend leuk. Mijn dochter wilde eigenlijk nooit het onderwijs in. Na het Gymnasium is ze economie gaan studeren op de universiteit. Dit vond ze uiteindelijk helemaal niks. Ik heb toen altijd gezegd dat ze iets moet doen wat ze leuk vindt en niet waar het grote geld ligt. Ze was altijd heel goed in wiskunde en dat is ze toen gaan studeren. Op een gegeven moment is ze bijlessen gaan geven op het voortgezet onderwijs en is ze er zo ingerold. Inmiddels is ze 31 en net zo’n gedreven juf als haar moeder. Grappig hoe zoiets gaat.”

 Hebben jij en juf Jolanda een uitzonderingspositie binnen de school?
“Haha, ja eigenlijk wel. Onze directeur is een fijne man die ons gewoon ons ding laat doen. Daarbij is dit natuurlijk niet voor iedereen weggelegd. Jolanda en ik zien dit niet als een 9/5 baan. We zijn naast onze uren op school, vaak bezig met het maken van nieuwe lesmateriaal. Dat vinden we gewoon heel leuk om te doen. Je kan natuurlijk niet van iedereen verwachten dat ze naast de normale werkuren dit nog ernaast doen. Dit is bij ons een intrinsieke motivatie en levert ons veel energie op.”

Wat maakt dit vak zo leuk?
“De interactie met de kinderen. Ze zijn zo enthousiast en dankbaar. Daar word ik gewoon heel gelukkig van. Ze maken me vaak heel trots.”

Wat is de belangrijkste les die jij je leerlingen meegeeft?
“Soms geef ik mezelf als voorbeeld. Ik ben ook altijd ondergewaardeerd en moest vaak tegen dingen opboksen. Als ze mij als een rolmodel zien, dan vind ik het fijn dat ze weten dat er raakvlakken zijn. Verder geef ik mijn kinderen mee dat ze zelfstandige mensen moeten zijn. Zelf moeten leren nadenken. Wij hebben bij ons op school veel gelovige kinderen die vanuit huis vaak richtlijnen krijgen over hoe het ‘hoort’. Ik zeg dan altijd dat ze vanuit hun eigen hart moeten handelen. Niet wat ik vind. Ook niet wat je ouders vinden. Maar wat jij zelf vindt.”

Dat er veel dingen in het onderwijssysteem zijn die aandacht verdienen, is in de serie goed duidelijk geworden. Wat zou je veranderen als je zelf minister was?
“Het onderwijssysteem is tegenwoordig zo doordrenkt met regeltjes en administratieve rompslomp. Dat schrikt veel mensen af. Daardoor verdwijnen soms leerkrachten die heel goed zijn. Ik vind ook dat er veel meer op de kennis en kunde van leerkrachten gelet moet worden en daarbij hoort ook een hogere beloning. Niet omdat ik een hoger salaris wil, maar wel omdat de kwaliteit van het onderwijs flink achteruit is gegaan vanwege de vele bezuinigingen. Dat moet echt veranderen. Vroeger waren er twee opleidingen, één voor het kleuteronderwijs en één voor groep 3 t/m 8. Dit is nu samengevoegd. Lesgeven in groep 1 en 2 is echt heel anders dan in groep 3 t/m 8. Dit moeten ze weer scheiden, want dan kan je de toekomstige leerkrachten veel beter opleiden.”

 Heb je het idee dat mensen na het zien van de serie anders naar jullie als leerkracht zijn gaan kijken? Dat het de status heeft veranderd. Het respect?
“Voor mij persoonlijk is dat niet het geval. Ik heb eigenlijk altijd veel respect gekregen van ouders en leerlingen. Ik denk ook dat als je dit vak met plezier en overgave doet dat je dat respect vanzelf verdient.”

Wat hoop je dat mensen van de serie leren?
“Ik hoop dat mensen een duidelijker beeld krijgen van hoe complex het onderwijssysteem is. Dat kansenongelijkheid voor kinderen aan meer factoren ligt dan alleen armoede, etnische afkomst of slechte leraren. Het is een verzameling van verschillende factoren zoals stimulans vanuit huis, geld, een veilige plek creëren (dus dat je je kunt focussen op leren) etc. Als je dit allemaal weet hoop ik dat mensen wel met een andere bril gaan kijken.”

Klassen

 

 

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *