Dansende studenten protesteren voor fysiek college

Dansende studenten protesteren voor fysiek college

Foto: Veere Flink

Utrecht – ‘Nu gaan we over op een wat zwaarder college, en dan vooral zwaar voor jullie’, klinkt het door de speaker op het Janskerkhof in Utrecht. ‘Sta allemaal maar op, we gaan dansen!’   ‘Ik ben helemaal niet voorbereid om te gaan dansen’, lacht een student in een strak rood jurkje met onhandige hakken eronder tegen een vriend. Lachend antwoordt de vriend dat hij wel ‘helemaal ready’ is om zijn dancemoves te laten zien. Dankzij het protestcollege op woensdag 31 maart konden studenten eindelijk weer eens achter hun laptop vandaan komen om een fysiek college volgen.

Na het dansen gaan de studenten weer zitten voor de volgende gastles van het protestcollege. Met de #ikwilnaarschool protesteren ze vandaag voor meer fysiek onderwijs. Door middel van op de grond getekende kruisjes zitten de studenten keurig, op een enkeling na, op anderhalve meter afstand van elkaar. De aanwezigen hebben geluk: het zonnetje schijnt en het is bijna windstil. Heel anders dan het protestcollege van een week eerder, toen regende het nog. ‘Ook vorige week, in de regen, zaten er nog studenten. Dat laat wel zien hoeveel behoefte mensen hebben aan fysiek les’, aldus organisator Ama Boahene.

Een van de aanwezige studenten is Rosalie. Zij is eerstejaars studente aan de Universiteit Utrecht en heeft dit schooljaar nog geen enkel fysiek college gehad. ‘Dit protestcollege is het eerste fysieke college wat ik volg. Superleuk natuurlijk en lekker in de zon. Maar ik hoop wel snel mijn eigen studie ook fysiek te kunnen volgen.’

Waarom deze studenten vandaag naar het protestcollege zijn gekomen is duidelijk: ze willen fysiek les. Volgens Boahene moeten de politiek en de onderwijsinstellingen veel meer doen om fysiek onderwijs ook mogelijk te maken. ‘In veel gebouwen is het wel mogelijk om afstand te houden van elkaar’, vertelt ze. ‘Wat ook zeker kan is externe locaties afhuren. Er staan genoeg theaterzalen en bioscopen leeg waar ook onderwijs gevolgd kan worden. Dit zijn dingen waar, wat mij betreft, meer op moet worden ingezet.’

Ama Boahene vindt dat het online studeren veel kaler is dan fysiek studeren. ‘Wat voor mij heel belangrijk is, is dat de kennisoverdracht online wel kan, maar op een hele zakelijke manier. Het discussies voeren, vragen stellen en de dynamiek in de groep aanvoelen ontbreekt nu helemaal. Ook voor docenten is dit lastig. Weten waar je nog wat meer over moet uitleggen en waar je op door moet vragen is erg lastig online.’

De sfeer op het Janskerkhof is goed. Al koffie slurpend uit zelf meegenomen thermoskannen genieten de studenten van het lekkere weer en de interessante gastcolleges. Achter de gezelligheid en de lachende mensen schuilt echter ook treurnis. Studenten zijn het online studeren zat. Ze moeten nu alles zelf doen op hun kamer van tien vierkante meter zonder gezellig contact met medestudenten.

‘Studenten vereenzamen’, vertelt Boahene. ‘Alle sociale aspecten zijn door de lockdown weggevallen. Terwijl het studeren ook draait om vrienden maken, een netwerk opbouwen en leren samenwerken. Dit is nu niet mogelijk.’

Het is nog even afwachten wanneer het hoger onderwijs weer opengaat. Voor alsnog lijkt het erop dat studenten vanaf 26 april één keer per week fysiek aanwezig mogen zijn. Mits ze een negatieve zelftestuitslag hebben. Het hoger onderwijs weet nog niet hoe en of ze dit voor elkaar gaan krijgen. Voorlopig blijft het dus hopen voor de studenten dat ze snel weer fysiek onderwijs kunnen krijgen. In de tussentijd zijn ze elke woensdag op het Janskerkhof te vinden om te laten zien dat fysiek onderwijs wél kan.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *