‘We ontspringen de dans, maar voor hoelang?’

In januari 2025 is de overheidscampagne ‘Werken met de Toekomst’ van start gegaan. Deze campagne is gericht op het aanpakken van het lerarentekort, een probleem waar veel basisscholen in Nederland mee kampen. Al is er niet overal sprake van een tekort.
Hoe is het om te werken op een basisschool waar het lerarentekort nog niet gemerkt wordt?
Op basisschool De Ladder heerst een rustige en gemoedelijke sfeer. Het is stil op de gangen, omdat er in de klassen hard gewerkt wordt. Zodra de deur van groep 1/2 opengaat zie je de kindjes in een kringetje om de juf heen zitten. Ze luisteren aandachtig naar hoe de juf voorleest over de winter. De klassen zijn niet zo groot, hierdoor hebben de leraren voldoende de tijd voor de leerlingen.

Simone van Delft is de directrice van basisschool De Ladder in Maarn. Ze heeft al vijftien jaar ervaring in het onderwijs. Sinds oktober 2021 heeft ze de leiding over deze zelfstandige basisschool, ook wel een ‘eenpitter’ genoemd. Terwijl het lerarentekort op andere plekken in het land duidelijk te merken is, blijft de impact hiervan op De Ladder tot nu toe klein.

Volgens Simone heeft het tekort meerdere redenen. Zij vertelt dat de media vaak de negatieve kanten van het leraar zijn belicht, zoals de hoge werkdruk en het gebrek aan respect. Staatssecretaris Mariëlle Paul, van funderend onderwijs, beaamt dat het vak van leraar een onterecht imagoprobleem heeft. Het beroep wordt dus als onaantrekkelijk gezien, dat doet af aan de waarde van het vak. Daarnaast gaan er veel babyboomers met pensioen. Vijftien jaar geleden was er juist een overschot aan leerkrachten, waardoor velen het onderwijs verlieten. Hier is destijds onvoldoende op geanticipeerd, wat nu tot problemen leidt.
Volgens cijfers van het ministerie van OCW is het lerarentekort afgenomen met 1,6% ten opzichte van vorig jaar, toch blijft het kabinet voorzichtig. Er is nog steeds een tekort van 7.700 fulltime leerkrachten in het primair onderwijs, de verwachting is dat dit in de aankomende jaren zal toenemen. Dit komt door meer leerlingen en vergrijzing onder leraren. Simone herkent dit. Zij ervaart nu nog geen problemen en heeft ruim genoeg personeel, toch durft ze niet te zeggen dat ze in de toekomst geen last van het lerarentekort zal krijgen.
Hoewel de toelating tot de Pabo in 2022 is versoepeld, heeft dit niet geleid tot een toename van studenten. Het aantal instromers blijft rond de 5300 per jaar, met een uitzondering in 2020. Volgens Vereniging Hogescholen komt deze piek door de hogere slagingspercentages en minder tussenjaren vanwege de coronacrisis.


Ondanks de tekorten in het primaire onderwijs wordt er ook flink bezuinigd. In de overheidsbegroting voor 2025 staat dat er ongeveer 92 miljoen euro aan subsidies voor het primair onderwijs wordt geschrapt. Naast die grote bezuinigingen ziet Simone in dat steeds meer commerciële partijen inspelen op het lerarentekort, wat ook kostbaar geld wegneemt. Ze spreekt haar zorgen uit over deze ontwikkeling.
Werken op een basisschool zoals De Ladder, waar het lerarentekort nog niet voelbaar is, voelt bijna uitzonderlijk. De klassen zijn overzichtelijk en er is genoeg ruimte om écht aandacht aan de leerlingen te geven. Toch is er wel de vraag: hoelang blijft dat zo? Met het nieuwe overheidsplan ‘Werken met de Toekomst’ is er hoop dat de situatie verbeterd, maar tegelijkertijd beseffen leraren dat ze in een kwetsbare positie zitten als het landelijke tekort uiteindelijk weer oploopt.
Dataverantwoording
De data in dit stuk is afkomstig van Vereniging Hogescholen (VH), die gegevens over 36 hogescholen in Nederland verzamelt en presenteert. Op hun website wordt transparant uitgelegd hoe zij werken, welke bronnen en welke definities zij hanteren. Bij de tabellen is een handleiding beschikbaar waarin de methodiek wordt toegelicht. Dit maakt VH een betrouwbare bron voor de analyses.
De data richt zich op de instroom van eerstejaarsstudenten op de Pabo, de bacheloropleiding tot leraar basisonderwijs. Enkel studenten die zich voor het eerst inschrijven voor een bacheloropleiding worden meegerekend. Overstappende studenten, zoals die van een andere bacheloropleiding, worden niet standaard meegenomen. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij het analyseren van de gegevens, omdat het van invloed kan zijn op de volledigheid van het beeld dat wordt geschetst.
De gegevens worden overzichtelijk gepresenteerd in staafgrafieken. Hiermee kunnen numerieke waarden, totale instromers, makkelijk met elkaar vergeleken worden. Trends en ontwikkelingen zijn door de staafgrafiek ook eenvoudig in te zien. Op de bron onderaan de grafiek kan geklikt worden voor meer informatie op de site van VH.