In de strijd tegen netcongestie: “Iedereen moet flexibeler met stroom om leren gaan”
Bram Straten: “We hebben nu een stroomnet dat nog helemaal niet maximaal belast wordt.” | Cas Wackie Eysten
Het volraken van het stroomnet zorgt voor problemen en uitbreiding duurt lang. Toch valt er op de korte termijn winst te behalen, als iedereen mee doet.
Bram Straten probeert de energietransitie te versnellen maar ziet hoe het volle stroomnet roet in het eten gooit. Terwijl Nederland elektrificeert kan de infrastructuur het niet meer bijhouden. Dit voorjaar roept de overheid in een campagne op om tussen 16:00 en 21:00 zo min mogelijk stroom te verbruiken. Via allerlei kanalen luidt het: ‘zo gaan we de stroompiek tegen’. Met een achtergrond bij netbeheerders zet Bram Straten zich nu in voor adviesbureau Windkracht 5 om spelers binnen de energietransitie met elkaar te verbinden. Net als de campagne pleit Straten voor gedragsverandering achter de voordeur om netcongestie tegen te gaan.
“We hebben pure maatschappelijke schade”
“In de ideale wereld hadden de netuitbreidingen al gedaan moeten zijn. Daar zijn we te laat mee aangezien het stroomnet nu op slot staat. Er zijn wachtrijen van een immense omvang om een stroomaansluiting te krijgen. De economie gaat trager doordat partijen zoals ondernemers en projectontwikkelaars die huizen bouwen niet aangesloten kunnen worden. Dat kost ons allemaal geld.”
Het rapport Haal de kink uit de kabel van Boston Consulting Group benoemt nog meer manieren waarop de schade kan oplopen. Nieuwe bedrijven zoals datacenters kiezen sneller voor een locatie in het buitenland en de uitbreiding van het treinverkeer kan in gevaar komen. Als oplossing worden er steeds meer investeringen in het stroomnet gedaan en de overheid wil sneller vergunningen af gaan geven. Toch is Straten er niet van overtuigd dat dat snel genoeg gaat:
“Als je gaat bouwen dan staat het er pas over acht tot tien jaar. Je krijgt te maken met CO2- en stikstofvergunningen en als er een rechtszaak start dan ligt het weer stil. Om toch meer mensen te kunnen aansluiten en de energietransitie voort te kunnen zetten, moeten we oplossingen meer omarmen.”
“Twee dingen zijn belangrijk om te weten over congestie”
Ten eerste noemt Straten dat er een grens zit aan de transportcapaciteit van een kabel. Die kan niet regelmatig overbelast worden, want daar gaat hij van kapot. De beheerders van het stroomnet willen voorkomen dat er énig moment komt waarop het stroomnet de vraag niet meer aankan. Daarom houden ze rekening met de allergrootste stroompiek die ze verwachten. Als die piek een risico op overbelasting dreigt te vormen, dan stoppen netbeheerders met het toelaten van nieuwe stroomaansluitingen.
“Bovendien kan een netbeheerder al stoppen met het toelaten van nieuwe aansluitingen als hij verwacht dat het stroomnet in de toekomst vol gaat raken. We gaan allemaal elektrisch rijden, elektrisch verwarmen, elektrisch koken… De netbeheerder heeft geen invloed op deze veranderingen bij de bestaande stroomaansluitingen. Dat wordt autonome groei genoemd. Als alle aansluitingen die er op dit moment zijn maximaal stroom zouden vragen dan zou het stroomnet dat nu al niet aankunnen.”
Buiten de piekmomenten is het stroomnet daarentegen nog helemaal niet maximaal belast. Op die momenten is er op het net weinig vraag naar transport van elektriciteit. Straten: “Samengevat hebben we nu een stroomnet dat nog helemaal niet maximaal belast wordt maar dat in bepaalde gebieden wel al op slot staat.”
“We moeten allemaal flexibeler omgaan met elektriciteit”
“Het uitsmeren van die piek over de volledige tijd dat je het stroomnet gebruikt, heet flexibiliteit. Stel je een groot vrieshuis voor dat veel stroom verbruikt, waar vriesproducten liggen. In plaats van continu de koeling aan te laten staan kan je ook ’s middags extra hard gaan koelen, en dan ’s avonds de koelsystemen uitzetten op het moment dat het stroomnet zwaarder belast wordt. Met dit soort aanpassingen in ons gedrag moeten we meer gaan doen.”
“Sommige dingen in het gedrag zullen niet zomaar wijzigen; gloei- en inductieplaten verbruiken ook stroom, maar niet iedereen zal ‘s middags warm gaan eten. De auto opladen en de wasmachine aanzetten zijn daarentegen voorbeelden van dingen die je redelijk goed kunt plannen.”
“Als het in de portemonnee gevoeld wordt dan gebeurt het vanzelf”
“Ik geloof niet in dwang. Ik geloof wel in prikkelen. Ik denk dat mensen hun gedrag het snelste aanpassen als ze het in de portemonnee voelen. Dat kan met dynamische energiecontracten, met een wisselend tarief van uur tot uur. Ik heb dat thuis al. Voor mij is het beter om mijn auto om twaalf uur ‘s middags op te laden. Dan kost het maar 10 cent per kilowattuur in plaats van 30 cent per kilowattuur, ongeveer. Om twaalf uur ‘s middags wordt er nauwelijks stroom gebruikt. Zo kan ik mijn energierekening mooi laag houden en belast ik het stroomnet op het moment dat er veel ruimte is. Als we dynamische energiecontracten als norm stellen dan gaat iedereen echt wel letten op wanneer die wat aanzet.”
Er bestaan nog meer flexibele contractvormen. De afgelopen jaren is TDTR (tijdsduurgebonden transportrecht) ontwikkeld. Netbeheerder TenneT gaat dit vanaf 1 oktober voor het eerst beschikbaar stellen voor bedrijven. Met een TDTR-contract heeft de stroomafnemer gedurende 85% van de tijd recht op stroom. De rest van de tijd mag de netbeheerder stoppen met leveren om piekbelasting te voorkomen. Dat soort ingrepen worden minimaal een dag van tevoren aangekondigd. Als compensatie krijgt de afnemer van dit contract korting op de elektriciteit.
“We moeten gaan wennen aan wat vaker stroomuitval”
Wat Straten betreft zou iedereen wat beter voorbereid moeten zijn op kortdurende stroomuitval. Een deel van de capaciteit op het stroomnet is gereserveerd om grootschalige stroomuitval te voorkomen bij defecten, onderhoud en piekmomenten. Deze buffer zou kleiner gemaakt kunnen worden om voor meer algemene capaciteit te zorgen. Daarmee wordt wel het risico op stroomuitval iets groter:
“We kunnen best wennen aan af en toe een kwartier of een halfuur stroomuitval wanneer het stroomnet het even niet meer aankan. Als we zorgen dat iedereen een powerbank in huis heeft en dat er aggregaten staan bij telecommasten, dan heeft iedereen een werkende telefoon. Voor een groot deel van Nederland is dat al voldoende. Netbeheerders moeten daarentegen geen risico’s nemen waarmee bijvoorbeeld de stad Utrecht een week in het zwart kan komen te staan.”
“Het is een utopie dat het stroomnet optimaal benut kan worden”
Als je het Bram Straten vraagt dan is flexibel stroomgebruik de belangrijkste snelle maatregel om de maatschappelijk schade te beperken. Wat kan al die moeite opleveren? Boston Consulting Group (BCG) heeft geschat dat het samen met andere maatregelen jaarlijks 4 tot 12 miljard euro kan opleveren voor Nederland. Ondertussen wordt er geïnvesteerd in de capaciteit van het stroomnet. Daar is met de huidige plannen ongeveer 188 miljard euro voor nodig tot aan 2040. Het verminderen van de piekbelasting kan volgens BCG in een ‘verregaand scenario’ tot ongeveer 15% besparen op de investeringen.
“Helaas zullen investeringen in het stroomnet nodig blijven. Wat wel een goede nuance is, is dat niet alle netuitbreidingen noodzakelijk zijn voor het verhelpen van congestie. De opwek van groene stroom voor de energietransitie speelt ook een rol. Met name de verbindingen naar windparken op zee kosten veel geld. Het alternatief is dat we stoppen met de energietransitie en weer helemaal teruggaan naar gas, maar dat is ondenkbaar.”
De aankomende investeringen in het stroomnet zullen invloed hebben op de prijs voor elektriciteit. Advieskantoor PwC schatte in 2024 dat het stroomtarief voor huishoudens met zo’n zeven procent per jaar gaat stijgen tot 2040. Dat komt neer op een verdubbeling tot verdriedubbeling van de prijs in de komende vijftien jaar.
“De gewone burger houdt zich er niet mee bezig. Die heeft nu gewoon beschikking over elektriciteit en dat zal niet van de ene op de andere dag omslaan. Dat de rekening per jaar stukje bij beetje zal stijgen doet ook niet zoveel pijn, maar jaar na jaar gaat het optellen. We zijn natuurlijk een polderland maar dit is wel een crisis. Daar hoort bij dat er keuzes gemaakt moeten worden. Het moet beginnen bij de netbeheerders samen met de ACM en de overheid.”