{"id":264,"date":"2019-09-13T10:43:17","date_gmt":"2019-09-13T08:43:17","guid":{"rendered":"https:\/\/svjmedia.nl\/chimenedejonge\/?page_id=264"},"modified":"2025-04-11T22:10:30","modified_gmt":"2025-04-11T20:10:30","slug":"achtergrondverhaal","status":"publish","type":"page","link":"https:\/\/svjmedia.nl\/chimenedejonge\/portfolio-slow\/achtergrondverhaal\/","title":{"rendered":"Achtergrondverhaal"},"content":{"rendered":"\n
<\/p>\n\n\n\n
Jacobus Breedveld, een man die volgens zeggen van zijn advocaat over \u201cte weinig verstandelijk vermogen beschikte\u201d, had tijdens de oorlog Joodse onderduikers verraden. Deze uitspraak mocht zijn verdediging alleen niet helpen, de man uit Delft werd op de ochtend van 17 oktober 1945, ter dood veroordeeld. Jacobus ging de geschiedenis in als de eerste terdoodveroordeelde in Nederland sinds de afschaffing van de doodstraf. Zijn zaak is \u00e9\u00e9n van velen die door onderzoek van het Directoraat-Generaal Bijzondere Rechtspleging (DGBR) aan het licht kwam. <\/em><\/p>\n\n\n\n <\/p>\n\n\n\n Per begin van dit jaar<\/strong> <\/em><\/strong>zijn alle archieven van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) openbaar in te zien. In dit archief zijn dossiers te vinden van verschillende instanties die werkzaam waren in de jaren 1944 tot 1952 op het gebied van de bijzondere rechtspleging. Instanties die, waaronder ook het DGBR, de Nederlandse rechtstaat na de Tweede Wereldoorlog weer in orde probeerde te krijgen. Historici waarschuwen dat deze dossiers vooral een product zijn van het rechtsproces en geen absolute waarheid bevatten over het verleden. Maar hoe zag het rechtsproces er na de Tweede Wereldoorlog uit?<\/strong> <\/p>\n\n\n\n <\/p>\n\n\n\n Het ontstaan van de Bijzondere Rechtspleging<\/strong> <\/p>\n\n\n\n Op 12 september 1944 vallen de eerste Amerikaanse bevrijders Zuid-Limburg binnen, het begin van het einde van de oorlog. Uiteindelijk duurt het tot mei 1945 voordat Nederland officieel bevrijd is van de Duitse bezetter. <\/p>\n\n\n\n De Nederlandse regering was aan het begin van de oorlog, direct na de inval van Hitlers leger, naar Londen gevlucht. Vanuit hier stelden zij wetten op om landverraders, Nederlanders die samenwerkten met de Duitsers, na de oorlog te kunnen vervolgen. Dit werd de bijzondere rechtspleging genoemd. <\/p>\n\n\n\n \u201cDe bijzondere rechtspleging werd opgezet omdat de bestaande rechtbanken niet in staat waren de enorme hoeveelheden Nederlanders die berecht moesten worden, te verwerken”, vertelt Lieke Speerstra, Junioronderzoeker en docent Politieke Geschiedenis aan de Radboud Universiteit. <\/strong> <\/p>\n\n\n\n Met de bevrijding van de eerste delen van Nederland kreeg eerst het Militaire Gezag, in opdracht van de regering, de taak om de bijzondere rechtspleging uit te voeren. Op 1 maart 1946 droeg het Militair Gezag het stokje op het gebied van de bijzondere rechtspleging over aan de Directoraat-Generaal Bijzondere Rechtspleging. De DGBR was speciaal voor het uitvoeren van de bijzondere rechtspleging in het leven geroepen. <\/p>\n\n\n\n <\/p>\n\n\n\n De terugkeer van de doodstraf<\/strong> <\/p>\n\n\n\n Er waren verschillende manieren waarop iemand op de radar van de DGBR kon belanden. Dit kon onder andere door aangifte wegens verdacht gedrag tijdens de oorlog, of als iemand lid was geweest van de Nationaalsocialistische Beweging (NSB). Het verzet had aan het eind van de oorlog lijsten klaarliggen van mensen die ze verantwoordelijk wilden stellen voor oorlogsmisdaden. Daarnaast konden beschuldigingen van verraad, hulp aan of het dienen in het Duitse leger, leiden tot vervolging. <\/p>\n\n\n\n Er werden zwaardere straffen ingesteld, met als hoogste straf de doodstraf. Deze was speciaal voor de Bijzondere Rechtspleging heringevoerd in Nederland. De eerste doodstraf werd 14 dagen na de eerste zitting van het Bijzondere Gerechtshof opgelegd aan Jacobus Breedveld voor het uitleveren van Joden, 75 jaar nadat deze straf uit het Nederlandse strafrecht verdween. <\/p>\n\n\n\n Uit een enqu\u00eate, gehouden door de toenmalige Vereniging voor Opinieonderzoek uit 1945, blijkt dat de meerderheid van Nederland het eens was met het toepassen van de doodstraf op de ergste oorlogsmisdadigers. <\/p>\n\n\n\n \u201cMensen kenden het strafsysteem van voor de oorlog. Het idee dat iemand twintig jaar zou zitten en dan weer op vrije voeten zou staan, vond men gewoon onacceptabel\u2019\u2019, vertelt Ewoud Kieft, schrijver en historicus werkzaam aan het NIOD. Ook de zuivering van de samenleving speelde een rol in de opinie over de doodstraf. Koningin Wilhelmina zei in 1941 al vanuit Londen: \u201cVoor landverraders is in een bevrijd Nederland geen plaats.\u201d <\/p>\n\n\n\n <\/p>\n\n\n\n

