Nieuw Kenniscentrum Ongelijkheid

Nieuw Kenniscentrum Ongelijkheid

In Metropoolregio Amsterdam neemt de ongelijkheid nog altijd toe. Hierdoor staan Toegankelijkheid van de stad en voorzieningen onder druk. Om dit fenomeen te beschrijven, begrijpen en aanpakken is het nieuwe Kenniscentrum Ongelijkheid bijeengebracht. Op vijftien december presenteren zij zich bij Pakhuis de Zwijger. Wat is er nodig om de ongelijkheid in de stad tegen te gaan?

Kenniscentrum Ongelijkheid is een initiatief van de Gemeente Amsterdam en de vier kennisinstellingen van Amsterdam namelijk: Universiteit van Amsterdam, Vrije Universiteit Amsterdam, Hogeschool van Amsterdam en Inholland. Deze samenwerking brengt onderzoekers, beleidsmakers, praktijkprofessionals en bewoners bij elkaar. Door niet alleen bezig te zijn met wat er in het eigen vakgebied valt zullen er nieuwe inzichten ontstaan.
Ongelijkheid wordt binnen het Kenniscentrum Ongelijkheid gedefinieerd als een door het systeem, omgeving of instituties gevormd verschil. Dit verschil zit in mogelijkheden om te participeren in de samenleving volgens de capaciteiten die men heeft, maar ook tot het gebruiken van voorzieningen die een volwaardige participatie kunnen bevorderen.

De moderator van de avond is Dionne Abdoelhafiezkhan. Voor de avond begonnen is legt ze uit hoe de avond er uit gaat zien. ‘We hebben weinig tijd en veel gasten dus laten we snel beginnen.’ Als eerst is het woord aan wethouder Marjolein Moorman. ‘De stad van Amsterdam vind ongelijkheid een belangrijk onderwerp, omdat ongelijkheid de stad verdeeld en door de coronapandemie groeit dit ook. Een stad die verdeeld is bloeit niet.’ aldus Moorman, ‘Er is al veel onderzoek gedaan, maar de kennis die over de domeinen heen zit ontbreekt nog.’ Wat hieruit duidelijk wordt is dat er in de afgelopen jaren veel kennis is gemist, omdat iedereen in het eigen specialisme gebied bleef. Dit gaat nu veranderen, de dialoog gaat meer centraal staan. Ongelijkheid in het onderwijs heeft ook te maken met huisvesting en werkloosheid heeft weer te maken met sociale verschillen. Moorman: ‘Ongelijkheid is een opeenstapeling van factoren.’

UvA bestuursvoorzitter, Geert ten Dam merkt op dat de samenwerking tussen scholen en beleid juist vanwege de opstapeling belangrijk is. ‘Samenwerkingen met het beleid zorgt voor betere wetenschap en voor ons is het belangrijk om een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in de stad, een daarmee aan gelijkheid.’ Ondanks dat Geert ten Dam de rol van de scholen belangrijk vind, merkt ze ook op dat de scholen niet de ongelijkheid kunnen oplossen. ‘Armoede problematiek gaat ten kostte van de ontwikkeling van kinderen, op die manier wordt ongelijkheid doorgegeven.’ aldus Geert ten Dam. Kortom om onder andere de onderwijsongelijkheid aan te pakken, moet je aan veel meer zaken wat doen.

Louise Elffers, directrice Kenniscentrum Ongelijkheid, sluit helemaal aan bij de voorgaande sprekers. Zij benadrukt nogmaals dat het belangrijk is om interdisciplinair aan de slag te gaan een daarbij toegankelijk te zijn voor de inwoners. Louise betreurt de huidige coronasituatie: ‘Vanwege de beperkingen al een heel jaar, hebben we nog niet zo vaak samen kunnen komen als dat we willen.’

Deze toegankelijkheid missen Darryl Amankwah en Massih Hutak. Darryl is een vijftien jarige gymnasium leerling, wonend in Zuidoost. Hij geeft aan dat de toegankelijkheid verhoogd kan worden door de jeugd serieuzer te nemen. ‘Meestal komt er iemand met een goed idee, maar er is vervolgens nooit een agendapunt ofzo.’ Verder zegt hij: ‘De volwassenen moeten naar de kinderen komen, bijvoorbeeld dat ze naar school komen.’ Massih Hutak is onder andere lid van Verdedig Noord, hij zegt eigenlijk hetzelfde als Darryl dat zegt alleen iets meer uitgewerkt. Hij geeft aan dat de verschillende sociale weefsels meer samen moeten komen, zo zegt hij: ‘Studie moet niet op een andere plek dan bijvoorbeeld sociale hulp.’ Als de positieve zaken worden gekoppeld aan de hulpvraag dan zorgt dat voor toegankelijkheid en vertrouwen.

Tot slot staan we nog even stil bij de ‘volwassen’ zaken. Het gaat over financiën en huisvesting. Opnieuw wordt aangekaart wat voor een grote rol deze aspecten hebben in ongelijkheid. De stijgende energieprijzen zijn hier een voorbeeld van. Marjolein Moorman gaf aan het begin hier al een uitleg over: ‘De energiearmoede komt voort uit stijgende energieprijzen. Dit ontstaat vaak in de oudere wijken, bij de goedkopere woningen die minder goed geïsoleerd zijn, waar armere mensen wonen en juist die mensen krijgen daarmee een hogere energie rekening.’ Terra Dakota Stein, Jurist bij Dakota Consultancy & coördinator bij Verdedig Noord, merkt op dat je het pas over ontplooiing kunt gaan hebben op het moment dat de basis in orde is. ‘Om te beginnen moeten we achterhalen hoe we de basisbehoeftes en -voorzieningen in orde maken’ Hierbij geeft ze een metafoor over een boom. ‘Onze stad is een boom en we zijn bezig met de takken, maar de wortels zijn ziek.’ Betere en betaalbare woningen zijn hierbij een telkens terugkomend iets.

De avond wordt afgesloten door spoken word artist Atta de Tolk. Hij geeft een poëtische samenvatting van de avond. Als antwoord op de vraag wat er nodig is om ongelijkheid tegen te gaan in de stad, kunnen we alleen nog zeggen dat interdisciplinaire samenwerkingen de kern gaan vormen.

Over de auteur

Sanne Dibbets

Studente Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *