‘Ik ben omringd door mensen die geen veertig dagen volhouden zonder drank.’

‘Ik ben omringd door mensen die geen veertig dagen volhouden zonder drank.’

Bron: pixabay

‘Ik voel me gelukkiger zonder.’ Met zijn drieëntwintig jaar, zijn diploma op zak en zijn liefde voor het leven lijkt Fabian voor de buitenwereld een normale en energieke jongen. Toch kampt hij al jarenlang met een alcoholverslaving. Zijn verhaal is dat van een jonge twintiger die zich overgeeft aan het uitgaansleven. Hij praat over zijn diepste dalen en hoogste pieken in de hoop het taboe rondom verslavingen te kunnen doorbreken.

Zijn omgeving omschrijft hem als een gezellige, talentvolle spits met een grote mond en bijpassende goede babbel. ‘Op mijn twintigste kreeg ik het idee dat ik alcohol nodig had om het gezellig te hebben in de voetbalkantine of in de kroeg. Ik wilde erbij horen, en vond in alcohol de oplossing daarvoor. Ik was steeds vaker bezig met drinken.’

Het weekend stond voor Fabian niet snel genoeg voor de deur. Donderdag tot en met zondag stond in het teken van alcohol. ‘Er is een periode geweest dat ik aan het wachten was tot de donderdag weer aanbrak, de dag dat we na de training de kantine in gaan. De weekenddagen bleken niet genoeg. De avonden werden langer gemaakt door eerder te beginnen of langer door te gaan. Vanaf die periode kwamen drugs steeds vaker erbij. Zonder de drugs redde ik het niet om de avonden langer te maken.’

De ontkenning

Tijdens de periode dat de dagen langer werden gemaakt werd het voor Fabian wel duidelijk: er is een probleem, maar wat het probleem was wist hij niet. ‘Op dat moment heb ik er niet veel aangedaan, ik ben er gewoon mee doorgegaan. Als ik nu terugkijk was ik toen al verslaafd en zat ik in de ontkenningsfase. Vergeet ook niet dat het in deze samenleving normaal is om (minimaal) drie keer in de week te drinken. Niemand van mijn leeftijd denkt aan een verslaving na een stap weekend van vrijdag, zaterdag en zondag. Ik dacht daar op dat moment ook niet aan terwijl ik mezelf continu drogeerde.’ Niet alleen in de weekenden bleef de drank niet onaangeraakt, steeds vaker opende hij op woensdagavond de fles. ‘Ik ging alleen thuis zitten drinken of ik zocht de gezelligheid op. Bij elke voetbalwedstrijd dacht ik: die kunnen we ook in de kroeg kijken. Ik was niet alleen bezig om de avonden langer te maken, ik was de drink dagen zelfs aan het toevoegen. Ik kon gewoon niet meer wachten tot het donderdag was.’

‘Mijn leven draaide om het drogeren van mijn eigen lichaam. Tientallen drankjes voedden mijn hersenen, de drugs hielden mij op de been. Er kwam een punt waarop het echt niet goed ging. Iedere week had ik de volledige maandag nodig om bij te slapen. En dat terwijl ik nog studeerde.’ Alle signalen luidden dat er een probleem zit bij de jonge twintiger. Door de omgeving en het genormaliseerde beeld van alcohol drinken in het weekend, is er geen punt geweest dat er binnen de vriendengroep over alcoholisme gesproken werd. ‘Ik werd niet als anders gezien, iedereen moest bijkomen van een druk weekend.’ Bij de vraag of zijn omgeving vol zit met alcoholisten huivert hij. Na enige aarzeling geeft hij antwoordt. ‘De mensen om mij heen kunnen geen veertig dagen zonder drank.’

In de problemen

De verslaving dringt verder door in het leven van de jonge twintiger. Te laat komen op werk, niet nakomen van afspraken en de afwezige houding lijken door anderen opgemerkt te worden. ‘De balletjes die ik omhoog aan het houden was waren alleen hoog te houden door smoesjes, leugens en excuses. Ik schoot mezelf in de voet door niet meer te weten welke smoes ik bij wie had gebruikt. Op de zondag meldde ik me af bij de voetbal omdat ik ziek was, terwijl ik met een kater in bed lag. De volgende training werd er gevraagd hoe ik me voelde. Daar was ik niet op voorbereid en viel ik door de mand.’ Leugens over hoe laat hij thuiskwam tot hoeveel hij tot zich had genomen gaven de ernst weer van het spinnenweb waar hij in vast zit in zijn verslaving. ‘Vanaf dat moment zag ik het leven niet meer zitten. Ik heb mezelf heel lang gekweld. Ik maakte mezelf moe door alleen maar bezig te zijn met wanneer en waar ik kon gaan drinken. De depressieve gedachtes die in mijn hoofd rond gingen waren beangstigend.’ Een lichte snik versterkt zijn stemgeluid. Hij huivert, klapt zijn handen ineen en gaat door: ‘Ik kreeg beelden in mijn hoofd dat ik de zee in liep en nooit meer terug zou komen. Op dat moment zat ik op mijn diepste punt. Ik wilde niet meer uit bed, had nergens energie voor en verloor mezelf in een depressie.’

Vanaf dat moment werd het voor Fabian duidelijk dat er iets moest veranderen. Een beladen telefoontje naar zijn ouders doorbrak een heleboel. ‘Mijn moeder zag al een tijd zag dat het niet goed met mij ging. Ze had al een paar keer gezegd dat ik langs de huisarts moest gaan. Ik ben ondanks alle signalen vanuit mezelf en mijn omgeving nooit ingegaan op de adviezen. Toegeven aan je probleem is een moeilijk proces. Het duurde bij mij een tijd. Tot het moment dat ik niet meer kon leven zoals ik deed. Ik zat er doorheen. Ik was kapot. Ik had écht hulp nodig.’ Sindsdien is het balletje gaan rollen.

Fabian is nu ruim een jaar nuchter, door hulp van de huisarts en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). ‘Nu ik niet meer drink merk ik pas wat ik allemaal gemist heb op de momenten dat ik mezelf drogeerde, want dat doe je. Je leeft in een waas. Nu ik zonder die waas leef, zie ik de mooie dingen weer.’ Zijn ogen beginnen te glunderen en hij recht zijn rug. ‘Ik sta vroeg op, waardoor ik de hele dag vol energie zit. Op de fiets kan ik écht genieten. In de winter is sporten in de regen een moment van ontladen. Het waarnemen van de lentedagen in de lente heb ik nog nooit zo meegemaakt als afgelopen jaar. Normaal gingen dit soort veranderingen aan mij voorbij.’

Vallen en opstaan

Dat het nu zo goed gaat met hem, is te danken aan zijn doorzettingsvermogen. ‘Ik heb met vallen en opstaan geleerd hoe ik moet omgaan met mijn verslaving en de drang naar alcohol. Leren omgaan doe ik door meetings te volgen, een ritme te vinden en mijn interesses te verleggen. Sporten, rust en regelmaat zijn mijn basisbehoeften op het moment. Door iedere ochtend op een vast tijdstip mijn dag te beginnen, te lezen vervolgens te sporten en dan naar mijn werk te gaan, kan ik mijn gedachtes onder controle houden. Ik heb altijd het idee gehad dat ik uit mezelf wel kon stoppen, maar dit was moeilijker dan ik dacht. Door een terugval in de beginperiode van mijn verslaving ben ik wakker geschud. De touwtjes moet je niet laten vieren. ‘Ik heb een verslaving, en die zal ik altijd meedragen.’

Een glas bubbels bij nieuwjaar, een glühwein op wintersport of een biertje in de voetbalkantine zijn niet meer vanzelfsprekend voor Fabian. ‘Er zijn genoeg momenten te benoemen waarop ik de drang voel om te drinken. Dit kan na het eten zijn, bij het kijken van het journaal of op een vrijdag- of zaterdagavond. In het weekend kan die drang soms wel twee uur blijven hangen. Op die momenten zoek ik hulp bij een online meeting waar lotgenoten elkaar ontmoeten om hun verslavingen te bespreken.’ Toegeven aan de drang is ook gebeurd: ‘Als ik me overgeef aan de drang die ik voel op een vrijdagavond kan ik de rem niet meer vinden. Eén biertje werden er zes of zeven. Ik ben dan constant op zoek naar meer. Slechte gewoontes vormen dan een muur om mij heen. Op die momenten ben ik de controle volledig kwijt.’

Om dat te voorkomen ontwijkt hij feestjes waar alcohol een hoge prioriteit is. ‘Feestjes zijn een plek waar het opvalt als je niet drinkt of dronken wordt. Tijdens een bedrijfsuitje afgelopen jaar dronk ik niet. Collega’s die naar me toen kwamen vroegen de reden achter mijn besluit. Ik zei dat ik een gezondere levensstijl wilde. Daarop kreeg ik veel positieve reacties. Maar ook veel mensen lieten weten dat zij dat niet vol kunnen houden. Het is vermoeiend om continu de vraag te krijgen waarom je niet drinkt. Helemaal als je wel wilt drinken. Op het bedrijfsfeest wilde ik graag drinken, maar ik kon het niet. Dat is nu nog steeds zo. Alleen is het verschil dat ik nu niet meer wil drinken. Ik weet hoe het is om nuchter en gelukkig te zijn, ik wil niet anders meer.’

Het taboe

Het stigma van een verslaafde: het liggen onder de brug met een naald in de arm, geeft een mooi beeld weer van de onwetendheid over verslavingen. Een verslaving kan iedereen overkomen. Het taboe doorbreken lukt alleen als verslavingen bespreekbaar worden. Op de vraag of het doeltreffender is om op feestjes te zeggen wat er met je aan de hand is, volgt een lange stilte. ‘Sinds ik geaccepteerd heb dat het leven leuker is zonder mezelf te verdoven, denk ik steeds vaker na over deze vraag. Dat ik nu nog niet zeg dat ik een alcoholverslaving heb is een vorm van schaamte. Ik denk dat het met de tijd makkelijker wordt.’ Volgens Fabian wordt het makkelijker om beter te worden als het beeld dat verslaving zit doorbroken wordt. ‘Ik hoop dat mijn verhaal helpt het taboe te doorbreken. Een alcoholist zijn betekent niet alleen dat je vanaf ’s ochtends vroeg grijpt naar middelen. Mijn verhaal is ook een verhaal van een verslaving.’

‘Voor mij is het duidelijk: Ik wil niet meer zo leven. Het leven is veel te mooi om te vergooien. Ik ben gelukkiger zonder.’

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *