Meneer, is dit taboe?

Meneer, is dit taboe?

Taboes dienen een doel, ze zeggen iets over onze maatschappij waarin we leven, over onszelf en over hoe wij onszelf zien, of althans, hoe we onszelf willen zien. Het zegt, zonder dat ik daar een waardeoordeel aan verbind, iets over de normen en waarden die wij als mens belangrijk vinden en deze normen en waarden verschillen per groep of zelfs per individu. Het percentage mensen wat homoseksualiteit afkeurt bijvoorbeeld, schommelt in Nederland rond de zes procent, dit maakt dat het tot een taboe gerekend kan worden om homoseksualiteit af te keuren, terwijl in veel Arabische landen het principieel afgekeurd wordt om je als homo te uiten of zelfs bij wet verboden is. Precies het tegenovergestelde.

Wat taboe is verschilt dus in hoge mate per land, volk of persoon en dit maakt het vanuit sociologisch en antropologisch oogpunt erg interessant. Het taboe helpt mee door het geven van een kader waarbinnen wij onszelf kunnen bewegen. Het negatieve aspect van taboes is dat het ervoor zorgt dat niet iedereen zich kan uiten hoe hij zou willen, maar het zorgt ook voor een solide basis onder onze samenleving.

In de loop van de geschiedenis is ook het taboe aan verandering onderhevig. In 1957 werd er een kinderboek uitgebracht genaamd “Oki en Doki bij de nikkers”. Waarin mensen van kleur worden neergezet als primitieve menseneters. Iets wat nu totaal ondenkbaar is en op grote weerstand zou stuiten.

Zeventien jaar geleden mocht er in alle openbare gebouwen gewoon binnen gerookt worden. De wet die een rookvrije werkplek voor iedereen moest garanderen was nog niet van kracht en de prijs van sigaretten was drie euro dertig. Nu wordt er door de overheid een grootschalig rook-ontmoedigingsbeleid gevoerd en is een pakje ruimschoots in prijs verdubbeld.

Zo blijkt dat iets wat nu de normaalste zaak van de wereld is, in mum van tijd in de taboesfeer kan belanden.

Het tegenovergestelde kan ook, taboes die doorbroken worden. Het eerder aangehaalde voorbeeld van de acceptatie van homoseksualiteit is hier een goed voorbeeld van. Tot 1973 werd dit in Nederland nog officieel beschouwd als een psychische stoornis en het eerste homohuwelijk (ter wereld) werd pas in 2001 in Nederland voltrokken. Dit terwijl het nu door een groot gedeelte van de Nederlandse bevolking als de normaalste zaak van de wereld beschouwd wordt, of in ieder geval geaccepteerd wordt.

De laatste jaren is er in progressieve kringen in Nederland steeds meer aandacht voor minderheden; iedereen moet kunnen zijn wie hij wil zijn, zonder dat daaraan een waardeoordeel gekoppeld wordt. Iedereen dient ‘woke’ te zijn en te zien welke misstanden er op sociaal gebied in onze samenleving zijn. Hiermee wordt het concept taboe eigenlijk zelf taboe, maar dat betekent niet dat het niet meer bestaat. We mogen alles zeggen, als je er maar niemand mee beledigd, tenzij het een witte man van boven de vijftig is, dan mag het wel, waarbij foutief gebruik van het woord ‘Boomer’ (afgeleid van de babyboomer) niet geschuwd wordt.

Wat wil ik hiermee zeggen: taboes zijn, naast de negatieve aspecten, aan verandering onderhevig. Ze vormen daarmee onze cultuur en samenleving. Het bolwerk van taboes wat wij in onze samenleving inbouwen zal nooit verdwijnen en is een stukje van onze identiteit, het vertelt wie we zijn.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *