‘Ik denk vaak terug aan hoe dat sterke moedergevoel mij toen al interesseerde.’ – Interview Joyce van der Ven

‘Ik denk vaak terug aan hoe dat sterke moedergevoel mij toen al interesseerde.’ – Interview Joyce van der Ven

Een heilige ketting die aan de muur in de eetkamer hangt.

Joyce van der Ven (34) is  leerkracht in het basisonderwijs. Op haar 30e is ze op een christelijke basisschool gaan werken, nadat ze haar geloof in God heeft gevonden. ‘Ik leer er zelf ook nog veel over. Het is mooi om dat samen met de kinderen te doen.’

 

‘Ik ben niet religieus opgevoed, maar heb vanuit huis wel hier en daar wat over het christendom meegekregen, ‘ begint van der Ven haar verhaal. ‘Mijn vader was christelijk opgevoed, mijn moeder is dat niet. Ze hebben ervoor gekozen om mijn broer en mij niet-religieus op te voeden.’ Joyce van der Ven is opgegroeid in Spijkenisse en had voorheen niet lang stil gestaan bij het toebehoren aan een religie. ‘Ik kan me nog goed herinneren dat ik een oude kinderbijbel van mijn vader had gevonden toen ik ongeveer 8 jaar was. Dat vond ik een mooi boek. Mijn favoriete verhaal was die van ‘De wijze koning Salomo’, maar nadat ik het boek uit had, heb ik er eigenlijk heel lang niet meer naar om gekeken.’

In ‘De wijze koning Salomo’ zijn er twee vrouwen met een groot probleem; er is maar één baby, en beide vrouwen betuigen dat de baby van hen is. Koning Salomo stelt voor het kind in twee te snijden, om zo beide vrouwen een helft te geven. Éen van de vrouwen stemt in, maar de ander smeekt om haar baby in leven te houden en geeft het kind op. Op deze manier komt Koning Salomo erachter wie de echte moeder van de baby is. ‘Ik denk vaak terug aan hoe dat sterke moedergevoel mij toen al interesseerde.’

 

Op haar 24e is Joyce begonnen met werken als leerkracht. ‘Ik merkte al snel dat werken met kinderen het gevoel aanwakkerde dat ik zelf moeder wilde zijn, zo doende moest ik terug denken aan dat lugubere, maar toch mooie bijbel verhaal.’ Nadat van der Ven twee jaar later zwanger is geworden van haar eerste zoontje, heeft zij haar weg naar God, die ze al op zo’n jonge leeftijd was tegengekomen, teruggevonden. ‘Tijdens mijn zwangerschap had ik het gevoel dat ik geholpen werd door iets groters dan mezelf. Het idee van de creatie van de mens was zo’n ongelooflijke en overwelvende ervaring, ik kon alleen aan mijn kind en aan God denken. Aan de creatie van de eerste mens. Even heb ik gedacht dat ik gek werd, hormonen ofzo hahaha,’ grapt ze, ‘maar het gevoel is blijven hangen, en ik kreeg de drang om te bidden en om me te verdiepen in de Bijbelse verhalen.’

Met dit gevoel is van der Ven uiteindelijk op een andere school gaan werken, een christelijke basisschool. ‘Mijn vorige school was fantastisch, ik heb het zo naar mijn zin gehad, maar ik miste toch iets,’ vertelt ze, ‘ik vind het belangrijk dat godsdienst niet opgedrongen wordt, maar dat het gewoon een onderdeel van de dagbesteding is. Een verhaal uit de kinderbijbel of liedjes zingen in de ochtend is een mooie manier om kinderen iets mee te geven over de religie. In hoeverre zij dit onderdeel willen maken van hun leven na school is aan hen en aan de ouders.’

‘Als leerkracht speel je een grote rol in de opvoeding van de leerlingen. Ik zie dezelfde kinderen vijf dagen per week, voor een heel schooljaar lang. In zo’n tijd leer je elkaar echt kennen en leer je ook veel van elkaar. Omdat ik mezelf als leerkracht niet alleen als onderwijzer zie, maar ook als gedeeltelijke opvoeder van deze kinderen, vind ik het belangrijk om te weten tot hoever ik kan gaan om mijn levensbeeld aan kinderen mee te geven,’ geeft van der Ven standvastig aan. ‘Ik wil geen grenzen overgaan waar ouders zich niet prettig bij voelen. Ik wil de ouders van de kinderen niet het gevoel geven alsof ik hun kinderen ‘heropvoed’, dat is nooit mijn bedoeling.’

Met deze gedachte is ze haar nieuwe werkplek tegemoet gegaan. ‘Vandaar dat ik uiteindelijk op een christelijke basisschool ben gaan werken. Het verantwoordelijke gevoel, en het niet willen overschrijden van grenzen, dat blijft altijd. Er zitten nu ook kinderen in mijn klas die vanuit huis met een andere religie worden opgevoed of die niet-religieus zijn opgevoed. Daar ga ik mij natuurlijk niet mee bemoeien. Omdat de kinderen hier weten dat zij op een christelijke basisschool zitten en omdat hun ouders hen hier zelf ingeschreven hebben, voel ik me vrijer om religie te bespreken.’

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *