MENSEN MET INGEWIKKELDE PSYCHISCHE PROBLEMEN HOEVEN NIET OP SNELLE HULP TE REKENEN

MENSEN MET INGEWIKKELDE PSYCHISCHE PROBLEMEN HOEVEN NIET OP SNELLE HULP TE REKENEN

Steeds meer bedden in de specialistische Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) verdwijnen. Met name instellingen die zich richten op persoonlijkheidsproblematiek en intensieve psychotherapeutische behandelingen aanbieden sluiten of schalen af. Dit terwijl kwetsbare mensen nu al te kampen hebben met wachtlijsten die oplopen tot een jaar. Wordt de meest kwetsbare groep in de GGZ straks slachtoffer van de marktwerking in de zorg?  

Op 20 maart luidde de Psychiater Expertgroep Persoonlijkheidsstoornissen de noodklok. Het essentiële behandelaanbod voor deze groep mensen kalft af. Voorzitter van de Expertgroep Theo Ingenhoven legt uit dat hij dit een zorgelijke ontwikkeling vindt. “Het aantal bedden voor klinische psychotherapie loopt drastisch terug elk jaar. Waar moeten mensen straks nog naartoe?” Volgens van Ingenhoven zijn er nu al overal vreselijke lange wachtlijsten en juist voor de mensen die al meerdere lichtere behandelingen hebben gehad is dat rampzalig. “Die mensen hebben vaak al van alles geprobeerd wat niet van de grond kwam. Als je dan weer op een enorme wachtlijst terechtkomt is dat hopeloos. Als cliënten nog niet suïcidaal waren worden ze het dan wel.”

Met de sluiting van het Centrum voor Psychotherapie in Lunteren verdwijnen er wederom zo’n zestig bedden. Bij Scelta Apeldoorn, waar dezelfde zorg geboden wordt, verdwijnen er vierentwintig bedden, de helft van het huidige aanbod. In Nederland zijn er straks nog maar een handjevol instellingen die mensen met een persoonlijkheidsstoornis opnemen en intensieve hulp kunnen bieden. Op dit moment zijn er in totaal zo’n tweehonderdvijftig behandelplekken. Hiervan gaat dit jaar dus weer een significant deel verdwijnen.

ONMISBARE ZORG

Instellingen voor klinische psychotherapie bieden lange behandeltrajecten waarbij cliënten een deel van de week intern overnachten. Persoonlijkheidsproblemen kenmerken zich door disfunctionele diepgewortelde overtuigingen over jezelf en de wereld om je heen. Vaak komt dit voort uit traumatische ervaringen of een verstoorde ontwikkeling in de jeugd. De complexiteit en hardnekkigheid van deze problemen zorgt ervoor dat er soms intensieve therapie nodig is om deze overtuigingen te kunnen veranderen.

Theo Ingenhoven is daarom dan ook van mening dat deze vorm van behandelen voor sommige cliënten een noodzaak is. Hij wijt het afnemen van behandelplekken aan de in 2007 geïntroduceerde marktwerking binnen de GGZ. Hij laakt het ontbreken van een landelijk beleid om toegankelijke specialistische zorg te waarborgen. “Het wordt overgeleverd aan het vrije krachtenspel van de markt en binnen de GGZ organisaties. Een landelijk beleid ontbreekt, het is maar net hoe de wind waait binnen een directie.”

VERANTWOORDELIJKHEID

Woordvoerder Mischa Stubenitsky van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) benadrukt inderdaad dat de verantwoordelijk voor het zorgaanbod bij de organisaties en zorgverzekeraars zelf ligt. “Wij kunnen daar als ministerie niks aan doen, het is een kwestie tussen zorgaanbieder en zorgverzekeraar. Het is aan de instellingen zelf om te bepalen wat voor zorg zij verlenen.”

Het gevolg hiervan is dat iedere zorgverlener voornamelijk naar de eigen boekhouding kijkt. Pro Persona erkent dat de keuze om het Centrum voor Psychotherapie (CVP) te sluiten enkel op financiële motieven gebaseerd is. Woordvoerder Inge Noordijk licht de keuze toe: “Als Pro Persona hebben wij al vier jaar lang een negatief rendement op de zorg. Ook zijn we mede verantwoordelijk voor de lange wachtlijsten in de regio.” De financieel noodlijdende instelling hoopt dat zij door het afstoten van dure bovenregionale zorg het hoofd boven water kan houden. Als zorgverleners zich tot dit soort financiële keuzes genoodzaakt zien, wie gaat dan waarborgen dat een breed aanbod van bovenregionale zorg toegankelijk blijft?

Woordvoerder Stubenitsky vindt niet dat deze taak op de schouders van het ministerie van VWS rust: “Die verantwoordelijkheid ligt bij iedereen: Instellingen, zorgverzekeraars en het VWS zelf. Het is wel een aandachtspunt om onze rol daarin nog scherper te krijgen. Maar het is niet zo dat instellingen door een interventie van de minister overeind gehouden kunnen worden.”

Lisa Westerveld (Tweede Kamerlid Groen Links) vindt echter wel dat de minister van Langdurige Zorg, Conny Helder, iets uit te leggen heeft. Ongeveer drie weken geleden diende ze twaalf Kamervragen in waarin ze om opheldering en uitleg vraagt. In de regel zou er deze week antwoord verwacht mogen worden.

MAATSCHAPPELIJKE CONSEQUENTIES

De zorgen van Westerveld over de gevolgen lijken terecht. De huidige ontwikkelingen kunnen financieel nadelig uitpakken voor de maatschappij. Theo Ingenhoven wijst erop dat klinische psychotherapie namelijk bewezen kosteneffectief is. Simpel gezegd: het kost een hoop, maar levert op de lange termijn meer op. Hij verduidelijkt dit begrip met een voorbeeld: “Als we een bepaalde groep niet goed helpen gaan ze straks van crisis naar crisis. Ze vallen uit op werk, belanden in de bijstand of komen in de verslavingszorg terecht. Soms zelfs in de criminaliteit of de gevangenis. Bedenk je maar eens wat dat de maatschappij allemaal niet gaat kosten.”

De huidige realiteit is dat de wachtlijsten steeds langer worden en de toegankelijkheid van bepaalde zorg onder druk staat. Stubenitsky erkent dat dit zorgelijk is: “Je ziet inderdaad dat mensen met complexe problemen heel erg lang op hulp moeten wachten dat is natuurlijk verschrikkelijk maar helaas wel de realiteit.” Hij wijst er ook op dat de hele sector de zorgstandaarden moet waarborgen. Maar Ingenhoven ziet dat niet gebeuren: “Als een raad van bestuur de tent wil sluiten dan sluiten ze de tent. Ondanks zorgstandaarden en richtlijnen die zeggen dat dit soort behandelingen nodig zijn.”

De strategie van het ministerie van VWS bestaat uit meer aandacht voor preventie van psychische klachten en het aanpakken van personele problemen in de sector. Dit zou de druk op de gehele sector en dus ook de specialistische tak moeten verlichten. Het gericht beschermen van het specialistische zorgaanbod op de korte termijn staat niet specifiek op de agenda.

De invulling van het GGZ aanbod blijkt een complexe situatie. Alle betrokkenen zijn welwillend maar de zwarte piet over wie verantwoordelijk is wordt naar elkaar doorgespeeld. Zolang er niemand boven deze partijen gaat staan om te vertellen wat er moet gebeuren zal er dan ook niet snel iets veranderen. Schrijnend is dat juist een groep mensen die het hardst hulp nodig heeft kind van de rekening dreigt te worden. Want voor wie op de bodem van de put ligt lijkt meer dan een jaar wachten op een ladder omhoog namelijk een eeuwigheid.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.