Utrechtse stadsparken en recreatiegebieden moeten toegankelijker: “Ik voelde me totaal buitengesloten.”

Utrechtse stadsparken en recreatiegebieden moeten toegankelijker: “Ik voelde me totaal buitengesloten.”

Presentatie Utrecht Standaard Toegankelijk: Stadsparken en Recreatiegebieden

Als je het Cultureel Ontmoetingscentrum Podium Oost in Utrecht op vrijdag 8 oktober binnenloopt zie je een aula vol met mensen, vooral in een rolstoel, die gezellig met elkaar aan het kletsen zijn. Misschien net iets te gezellig, omdat ze het in eerste instantie niet doorhebben dat ze de zaal ingeroepen worden om te beginnen met de presentatie van Utrecht Standaard Toegankelijk.

Zodra iedereen zit of hun rolstoel heeft geparkeerd opent Annelies de Jong, directeur van Solgu, de presentatie. Het Solgu werkt in het belang van mensen met een handicap of chronische ziekte in Utrecht. De Jong verwelkomt iedereen. “Vandaag is de Week van de Toegankelijkheid!” Ze vertelt wat er tot nu toe deze week is gebeurd, zoals de uitreiking van de prijs van de toegankelijkheid. Maar vandaag zal het gaan over toegankelijkheid in stadsparken en recreatie gebieden.

De Jong vertelt over De Utrecht Standaard Toegankelijk (UST). De UST beschrijft de manier waarop wij toegankelijkheid in het ontwikkelproces van de bouw in Utrecht kunnen verankeren. Bij de start van het bouwproces wordt in overleg met de toekomstige gebruikersgroepen beargumenteerd en besloten welke ruimtes wel of niet voor iedereen toegankelijk hoeven te zijn. De UST bepaalt dat alles in principe toegankelijk is, wanneer er goede redenen zijn om dit niet te doen, zet je dat in de matrix met een goed argument. Op deze manier worden gebouwen in één keer toegankelijk gebouwd voor mensen met een handicap, in plaats van dat er pas achteraf over wordt nagedacht. De UST begon in 2018 en richtte zich op gebouwen van gemeentelijk eigendom.

“De directe aanleiding van ‘stadsparken en recreatiegebieden’ waren de klachten over ontoegankelijkheid in de Haarijnseplas,” legt De Jong uit. De Haarijnseplas in Leidsche Rijn is namelijk niet toegankelijk voor mensen in een rolstoel. De gehandicaptenparkeerplaatsen zijn bijvoorbeeld te smal en ver van de uitgang, de wc’s zijn veel te smal en er zijn de drie ingangen met een rolstoelpictogram die helemaal niet bruikbaar zijn. De Jong nodigt Taco Nijhoff uit om zijn ervaring bij Harrijnseplas te vertellen. Met een glimlach rijdt Nijhoff in zijn rolstoel voor de menigte om zichzelf voor te stellen.

Taco Nijhoff, docent op de Hogeschool Utrecht en bewoner van Leidsche Rijn sinds 2007 meldt al jaren dat de Haarijnseplas ontoegankelijk is. “De steiger bij Leidsche Rijn is een hele mooie plek om op het strand te komen, maar die was nooit toegankelijk voor rolstoelen, alleen maar door twee tredes van 30/40 centimeter. Ik heb jaren geklaagd bij de gemeente via slimmelden.nl. ‘Kunnen jullie alsjeblieft een keer die steiger toegankelijk maken?’ Begin van de zomer was het eindelijk gebeurd. Ik ben hooguit vijf keer op die steiger geweest. Het was fantastisch! Ik vond het een heerlijke plek om te komen, omdat je uitzicht had op de plas en je kon bij andere mensen komen die er zaten. Een maand later haalden ze een compleet stuk uit die steiger weg vanwege ‘overlast’ van fietsers en brommers. Terwijl er niet eens een bordje staat geen fietsers of brommers. Ik voelde me compleet buitengesloten. Wie besluit dit? Waarom kan dit? Ga eerst kijken of er andere manieren zijn van handhaving als je last hebt van overlast. Nu sluit je mensen buiten.”, zegt Nijhoff gefrustreerd.

Na Nijhoff wordt Job Haug, beleidsmedewerker van het Solgu, voorgesteld. Hij beweert een oplossing te weten. Een zo gehete matrix. “Een matrix is een manier van werken hoe je de UST kunt toepassen. Tijdens de ontwikkeling van een bouwproject wordt gekeken naar wat de functie is van een gebouw en wie er moet komen. Elke ruimte wordt benoemd en er wordt over nagedacht tot waar in dat gebouw men zelfstandig moet kunnen komen en hoe dat bereikt kan worden. Wat willen mensen daar doen?” Haug neemt als voorbeeld de bibliotheek op de Neude. Bij de bouw van de bibliotheek willen bezoekers graag boeken kunnen pakken, naar de wc gaan en eventueel horeca bezoeken. Zo werd er gekeken naar liften en gehandicapten wc’s, maar ook of gangen niet te smal waren.

Echter is zo’n matrix, ondanks de UST, niet verplicht bij de bouw in Utrecht. “De UST is drie jaar geleden vastgesteld, maar sindsdien is er alleen een matrix gebruikt voor de Bibliotheek op de Neude, wat betekent dat er eigenlijk niks wordt toegepast.”, aldus De Jong. Dit zorgt voor veel emotie en onbegrip bij het publiek. Waarom wordt dit niet toegepast? Waarom is dit nog niet verplicht? Er worden ervaringen gedeeld over ontoegankelijkheid. Publieksleden vertellen gefrustreerd over de obstakels waarmee ze geconfronteerd worden.

Publiekslid Wendy Keller neemt even de aandacht “Begin juni was ik aan het handbiken langs de Haarrijnseplas. Ik ging ervan uit dat daar wel goede voorzieningen waren. Ik moest naar het toilet, maar die stond op een twee meterhoge zandheuvel met een veel te hoge hellingshoek. Dat is op wielen niet te doen, maar ik moest zo nodig. Ik keek goed om me heen dat er niemand was en ben ik vlak naast de wc’s gehurkt, maar toen kwamen twee boa’s die mij een bekeuring wilden geven voor wildplassen. Ik probeerde uit te leggen dat ik echt niet bij de wc’s kon komen, maar ze geloofden me niet. Pas na vijf minuten discussie, toen ik het voordeed en liet zien dat het echt niet kon mocht ik verder rijden. Ik zei dat ze het zelf ook mochten proberen, maar dat hoefden ze niet. Je verwacht dat je gewoon naar de wc kan, maar als je echt nodig moet doe je het in je broek doen of je loopt risico op een bekeuring.”

Het publiek begint met elkaar hierover te discussiëren en de presentatie wordt tijdelijk onderbroken.  Hoe komt het nou dat Utrecht niet werkelijk standaard toegankelijk is? Het komt niet door kosten. Uit onderlinge discussie blijkt dat zo’n matrix zou moeten voorkomen dat er achteraf nog aanpassingen aan het gebouw moeten worden gemaakt. De kosten van deze toegankelijke bouw zullen hierbij ook niet meer zijn dan de oorspronkelijke bouwkosten. Er wordt beargumenteerd dat het niet een kwestie is van onwilligheid, omdat ontwerpers en architecten wel degelijk toegankelijkheid willen. Het probleem is meer dat mensen zonder beperking vaak niet automatisch meedenken aan de behoeftes van anderen met een beperking, omdat ze er niet dagelijks mee worden geconfronteerd.  Zij maken zelf geen gebruik van braille, hellinkjes of automatische deuren, waardoor ze hier pas later over nadenken en er na de bouw toch weer extra aanpassingen moeten komen. “Ik heb wel een extra rolstoel!”, roept Keller. “Ze mogen een dagje met mij mee rijden.”

“En daarom juist is een matrix zo belangrijk!”, sluit Haug mee af. “Zonder die matrix kijk je over deze behoeftes heen.” Er komt weer rust in de zaal en De Jong neemt weer het woord. Zij bedankt Haug voor zijn uitleg over de matrix en Nijhoff voor het delen van zijn verhaal. De Jong bedankt iedereen voor hun komst, aandacht en discussie en nodigt hen uit om lekker verder te borrelen in de aula. Na het applaus stroomt de aula weer vol met mensen en wordt er gedronken en genoten van nootjes en olijven. Er wordt lekker geborreld en gekletst, maar de vraag ‘Waarom wordt er pas achteraf nagedacht over toegankelijkheid?’, blijft in de lucht hangen.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *