‘Je doet het als wielrenner nooit goed’

‘Je doet het als wielrenner nooit goed’

De talkshowtafels zaten afgelopen week vol met wielrenners toen oud-minister Dekker van de fiets was getrokken door iemand die waarschijnlijk vond dat hij te hard reed. Het deed een discussie oplaaien over wielrenners en de gevaren op de wegen. Ik spreek met een fanatieke amateur wielrenner: Kees van Schriek.

Kees fietst al zo’n vijf jaar, waarvan de laatste twee jaar echt fanatiek. Hij maakt tussen de tien- en vijftienduizend kilometer per jaar. Voor de snelle rekenaar: dat is inderdaad ongeveer 250 kilometer per week. Het liefst fietst hij de klimmetjes van de Posbank nabij Arnhem. Hij vermijdt deze omgeving echter liever tussen april en september, aangezien hij dan ‘over de koppen kan lopen.’

Maak je wel eens agressie mee?
“Échte agressie maak ik gelukkig zelden mee. Fratsen als weinig ruimte geven tijdens het inhalen, onnodig toeteren of ruitenvloeistof sproeien tijdens het inhalen is eigenlijk dagelijkse kost, daar kijk ik niet meer van op. Ook een middelvinger of wat scheldwoorden naar m’n hoofd krijgen, komt regelmatig voor.”

Hoe benader jij andere mensen?
“Op mijn fiets zit gewoon een belletje, zoals het hoort. Ik bel altijd ruim van tevoren en blijf dan lang bellen. Sowieso minder ik snelheid en zeg ik altijd vriendelijk ‘bedankt’ tijdens het passeren. Ouderen horen de bel soms niet en dan vraag ik of ik er even langs mag. Eigenlijk kan je het als wielrenner trouwens niet goed doen: als je roept moet je bellen, en als je belt schrikken ze.”

Merk je dat het drukker is op de fietspaden sinds de coronacrisis?
“Mijn idee is van wel, mensen lijken ook gehaaster dan voorheen en ik heb het idee dat ik meer agressie ervaar, terwijl mijn gedrag niet veranderd is. Maar dit kan ook door mijn toename aan kilometers komen.”

Van wie heb je het meeste last?
“Automobilisten en ouderen op e-bikes. Die eerste groep komt veruit de meeste agressie vandaan. De ouderen op e-bikes zijn soms simpelweg niet verantwoord bezig, ze zijn op geen enkele manier actief bezig met het verkeer om hen heen. Een gevaar op de weg, vooral voor zichzelf.”

Heb je wel eens een ongeluk gehad?
“Een aanrijding heb ik één keer gehad, dat was in Ede. Dit was verkeerstechnisch de fout van de automobilist, maar hij kon hier weinig aan doen. Echt ruzie heb ik niet vaak, woordenwisselingen komen regelmatig voor, alhoewel ik het meestal uit de weg ga.”

Wat is de oplossing voor een vreedzame omgang op de fietspaden?
“Mijn cliché is: iedereen moet gewoon normaal doen. Niet alleen rekening met elkaar houden maar je ook proberen in te leven in een ander. Vaak hoor ik dat wielrenners gewoon op het fietspad thuishoren. Officieel wel, maar ik vraag me af of er mensen zijn die zich realiseren dat het snelheidsverschil tussen een bejaarde op een e-Bike en een wielrenner ongeveer net zo groot is als een wielrenner en een automobilist (op een 60-kilometerweg).

Qua infrastructuur is er weinig op Nederland aan te merken, daar mogen wij echt niet over klagen. Het enige verschil is dat er in de Nederlandse cultuur zit dat wielrenners niet welkom zijn. Kom je in Frankrijk, België of Duitsland? Daar zijn fietsers echt heilig. Ze rijden daar altijd vriendelijk met een grote boog om fietsers heen, zijn veel geduldiger met inhalen en zijn zich bewust van de kwetsbaarheid van een fietser. Automobilisten moeten zich realiseren dat ze een moordwapen van twee ton onder hun billen hebben, daar kan mijn carbon fietsje van zeven kilo echt niet tegenop.”

 

Over de auteur

Leon Zantinge

Student Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.