Reclasseringswerker Lucy Schipstra over vooroordelen criminelen: “het is te makkelijk om te zeggen dat criminelen slechte mensen zijn”

Reclasseringswerker Lucy Schipstra over vooroordelen criminelen: “het is te makkelijk om te zeggen dat criminelen slechte mensen zijn”

Het beste profielwerkstuk van Nederland is binnen het profiel Economie en Maatschappij uitgereikt aan Annika en Isa, die een werkstuk schreven over de vooroordelen over moordenaars, mensen die meestal voor een lange periode in de gevangenis belanden. Er zijn volgens hen veel vooroordelen over criminelen, terwijl ieder persoon een eigen verhaal heeft en het daarom niet per definitie slechte mensen zijn. Lucy Schipstra, reclasseringswerker bij het Leger des Heils, komt dagelijks in contact met (ex-)gedetineerden. Ze vertelt over hoe vooroordelen in haar vakgebied ontstaan en wat de gevolgen daarvan zijn.

Kunt u kort vertellen wat uw werk inhoudt?

Ik heb twee rollen binnen de reclassering. De ene is toezichthouder, waarbij ik mensen die door de rechter onder reclasseringstoezicht zijn gesteld, twee tot drie jaar begeleid. Ik begeleid ze dan om ze weer op het ‘rechte pad’ te krijgen en houdt toezicht of ze zich aan de voorwaarden houden die de rechter ze heeft opgelegd. Daarnaast geef ik gedragstrainingen over agressieregulatie en cognitieve vaardigheden, die ook door de rechter worden opgelegd. De deelnemers zijn bijvoorbeeld veroordeeld voor inbraak of drugsdealen, maar soms ook voor een overval of doodslag.

Bent u het eens met wat de meiden zeggen over de vooroordelen?

Ja, ik denk ook dat het veel te makkelijk is om te zeggen ‘criminelen zijn slechte mensen’. Als je bijvoorbeeld in de krant leest over delicten die criminelen plegen, komt die gedachte snel bij je op. Maar ook in mijn werk merk ik dat dit gebeurt als ik, voordat ik een nieuwe cliënt spreek, het proces-verbaal in zijn dossier lees. Bij ernstige delicten denk ik dan zomaar ‘dit is een verschrikkelijk persoon’. Maar vaak heb je gewoon best een normaal mens voor je bij het eerste gesprek. Dat blijft een soort crash in je hoofd tussen goed en slecht. Ook andersom levert dat verwarring op. Bij mensen die wel alles volgens de regels doen, maar bijvoorbeeld al hun geld voor zichzelf houden, kun je je ook afvragen, is dat dan wel goed? Goed en slecht zit in alle mensen, niet alleen in criminelen.

Is de grens tussen crimineel en niet crimineel zijn dan heel dun?

Nee, dat denk ik ook weer niet. Het heeft heel veel te maken met hoe je opgroeit en wat je hebt meegekregen of de kans groot is dat je in de criminaliteit belandt. Een zin uit een filmrecensie die me daarover heel erg is bijgebleven is: dat je ‘goede’ keuzes maakt in het leven, heeft niet zozeer te maken met dat je goed bent, maar dat je bevoorrecht bent. Als je met genoeg geld, waardering en een redelijk denkvermogen opgroeit, heb je veel meer mogelijkheden om binnen het systeem van onze maatschappij te functioneren. Zo niet, dan wordt het veel ingewikkelder.

Merkt u dat uw cliënten last hebben van vooroordelen?

Ja, op veel verschillende manieren. Bijvoorbeeld bij het vinden van werk of woonruimte, maar ook bij het vinden van een nieuw en positiever sociaal netwerk. Cliënten zijn in hun omgeving vaak niet open over hun verleden, omdat ze bang zijn dat mensen dan direct een negatief beeld van hen krijgen. Ook bijvoorbeeld vanuit de politie zijn er vooroordelen, waardoor mensen met een strafblad vaker worden aangehouden dan mensen die niet eerder met de politie in aanraking zijn gekomen. Dat is deels ook wel te begrijpen en soms misschien ook terecht, maar tegelijk zorgt dit ervoor dat ze voortdurend worden geconfronteerd met hun verleden, ook als ze daar juist afstand van willen nemen. Ook vanuit de politiek wordt soms een extreem beeld neergezet met woorden als hufters en idioten en grote woorden over harder straffen. Terwijl het maar de vraag is of dat helpt.

Wat kunnen gevolgen zijn van als we op deze manier naar (ex-)gedetineerden kijken?

Een gevolg kan zijn dat deze mensen opnieuw minder kansen krijgen om een sociaal geaccepteerd en prettig bestaan op te bouwen. Terwijl ze vaak van jongs af aan al minder kansen hiervoor hebben. De ongelijkheid wordt hiermee nog verder versterkt. Dit doet iets met hun zelfbeeld, maar ook met hun beeld van de maatschappij. Het kan leiden tot gedachten als ‘als de maatschappij schijt heeft aan mij, heb ik schijt aan de maatschappij.’ Hierdoor zullen ze makkelijker opnieuw kiezen voor het snelle geld of zich niet-sociaal of agressief opstellen. En daarmee bevestigen ze dan weer het vooroordeel dat over hen bestaat. Het wordt zo een soort vicieuze cirkel, die moeilijk te doorbreken is.

Hoe denkt u dat we dat beter kunnen doen?

Zoals bij alle vooroordelen over groepen, is het belangrijk dat mensen iemand uit zo’n groep leren kennen of in ieder geval hun verhaal horen. TV-programma’s als ‘Uit de bak’ of verhalen van ervaringsdeskundigen kunnen daarbij helpen. Een mooi project is ook Human Library, waarbij mensen in gesprek kunnen gaan met een zogenaamd Levend Boek: iemand uit een groep waarover makkelijk vooroordelen bestaan, zoals een vluchteling, een dakloze, een ex-gedetineerde. En vooral elke keer weer jezelf bewust maken van je eigen opkomende vooroordelen en bedenken dat ze helemaal niet waar hoeven te zijn.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.