Jongeren lezen veel te weinig boeken. Door de komst van ‘BookTok’ gaan jongeren veel meer lezen. Volgende week begint de Boekenweek, een promotieweek in het teken van boeken. Noah de Campos Neto is zo’n booktiktokker met vijfentwintig duizend volgers. “De BookToks zijn echt booming. Het is een digitale boekenclub vol met Tiktokkers en leesgekkies.”
Elisabeth van der Ploeg
Geen dansjes of trends, maar TikToks over boeken. Het lukt Noah om jongeren aan het lezen te krijgen. De vlotte filmpjes over boeken worden soms wel honderdduizend keer bekeken. “Wij als booktiktokkers, delen boeken die we leuk vinden en minder leuk vinden. Daarnaast vertellen we welke boeken we hebben gekocht, geven we reviews en maken we sketches en grapjes over de boeken die we hebben gelezen. Dat is een beetje hoe BookTok in elkaar zit,” vertelt Noah vrolijk.
Schijt aan de lijst
Noah begon pas te lezen na de middelbare school. “Ik las daar echt hele slechte boeken. Ik had deze TikToks echt nodig toen ik op school zat! Na de middelbare school ben ik mijn eigen boeken gaan lezen. Ik heb schijt aan de leeslijst van de middelbare school,” zegt Noah lachend. Hij vindt het belangrijk dat jongeren meer boeken lezen. “Je leert heel veel uit boeken. Het helpt je om de rust te vinden in een wereld van sociale media. Ik zie tegenwoordig veel mensen onzeker worden door sociale media. Ik denk dat de oplossing zit in andere dingen doen, zoals lezen. Neem meer tijd voor jezelf.”
Zonder moeite lezen
Volgens Stichting Lezen bestaat het leespubliek van boeken voornamelijk uit oudere mensen. Jongeren zijn de laatste jaren veertig procent minder gaan lezen, stelt Stichting Lezen. In de Verenigde Staten zorgde BookTok voor een stijging van 67,8 miljoen verkochte boeken. TikTok veranderd de boekenindustrie. “Ik vind het heel mooi dat jongeren meer boeken lezen. TikTok is echt een platform voor jongeren om tijd te doden. Het stimuleert jongeren om actiever te worden. Ik vind het leuk dat door zo’n makkelijk medium, mensen zonder moeite laat lezen. Het maakt mij heel erg blij. Ik ben niet de enige die leest,” reageert Noah enthousiast.
De moeilijkheidsgraad en populariteit
“Je hoort vaak dat jongeren wel willen lezen, maar niet weten wat”. Noah raad vooral boeken aan die iedereen aanspreken. “Zo kan iedereen zijn stem vinden in een boek. Dat vind ik zelf ook heel erg lastig. Als beginnend lezer weet je niet waar je moet zoeken.” Het jongeren boek ‘They Both Die at the End’ werd heel erg populair door BookTok. “Ik vind dat boek niet zo goed. Sommige boeken worden echt de hemel in geprezen. Als ik boeken aan raad, dan let ik op de moeilijkheidsgraad en of boeken die niet al te populair zijn.”
Echt geblessed
Onder video’s van Noah’s TikTok reageren veel jongeren die willen lezen. Reacties zoals: ‘Noah heeft me echt geblessed met die boekverslagen.’ Of ‘Alles van Harry Mulisch is lit.’ staan onder zijn TikToks. “Het was totaal niet mijn insteek zo populair te worden,” vertelt Noah. “Ik heb mijn username uit 2019 nooit veranderd. De eerste tienduizend volgers kreeg ik door grapjes te maken. In de zomer van 2020 begon ik met boek TikToks. Die Tiktoks deden het heel erg goed en toen dacht ik: oh! Ik kan hier meer mee doen.” Inmiddels krijgt Noah boeken toegestuurd van uitgevers en schrijvers. “Ze vragen meestal of ik een boek wil promoten. Dat is meestal betaald. Dat is echt gaaf! Ik maakte eerst gratis reclame. Mijn vrienden en ouders vonden dat ik er geld voor moest vragen, dus doe ik veel tegen een tarief.”
Windmolens op zee. Het kabinet trekt 1,7 miljard uit om het aantal windparken op de Noordzee te verdubbelen. Er worden drie nieuwe gebieden aangewezen voor de windturbines. Wat voor effect hebben windmolens op zee en op de natuur? Josien Steenbergen van de Wageningen Universiteit spreekt hierover.
Elisabeth van der Ploeg
“Er is niet één verhaal”, benadrukt Steenbergen aan het begin van ons gesprek. Steenbergen leidt het Off Shore Wind Onderzoeksdomein van de Wageningen Marine Research. Dat is een zijtak van de Wageningen Universiteit dat onder andere onderzoek doet naar windmolens op zee. Steenbergen heeft onderzoek gedaan naar de ecologische effecten van windturbines. “Er gebeurt heel veel op de Noordzee. De ene diersoort heeft echt last van de windmolens en voor de andere diersoort zijn windmolens juist heel erg gunstig. Het wordt er niet rustiger op.”
Flink last van de windmolens
“Je kan niet zeggen dat windparken niets doen voor de dieren”, zegt Steenbergen. Ze legt het uit aan de hand van een voorbeeld over vogels: “Je hebt drie typen vogels die op verschillende manieren reageren op de windparken. Grof gezegd heb je één vogel die zich niets van de windmolens aantrekt, de ander maakt gebruik van de windparken. Die vogels gaan daar heen en functioneren daar. Er zijn soorten die ernstige last ervaren van windmolens. Een voorbeeld is de vogelsoort jan-van-gent. Zij vermijden echt de windmolenparken”, vertelt Steenbergen. “Vooral gevoelige dieren hebben flink last van de windparken. Voorbeelden van dieren die last hebben van windmolens zijn vleermuizen, bruinvissen en zeehonden.”
Onder de zee
De positieve effecten zie je vooral onder water. In de omgeving van windmolens is er geen sleepnetvisserij mogelijk. Met sleepnetvisserij ga je met een tuig over de bodem van de zee heen. Je kan daarmee schade toe kan brengen aan verschillende diersoorten. “Een platte oester, die zal nooit tot rust komen in de Noordzee als er gevist wordt. Voor een soort, zoals de platte oester, biedt het overlevingskansen. Er zijn gebieden waar geen sleepnetvisserij is.” In het onderzoek van Steenbergen zag ze ook dat bepaalde vissoorten zich rond en onder de windturbines nestelen. “Kabeljauw en zeebaars zie je veel bij wrakken. Voor dit soort vissen is de omgeving van windparken heel erg gunstig. Dat zijn de voordelen van een windpark.”
De windparken uitzetten
Minister van Klimaat en Energie Rob Jetten noemt het plaatsen van windmolenparken een belangrijke mijlpaal in de energietransitie. “Zorgvuldig is er gekeken naar de belangen op de Noordzee, zoals scheepvaart, visserij, natuur en defensie”, vertelt de minister aan NU.nl. “Deels wordt er rekening gehouden met de natuur”, vertelt Steenbergen. “Wij hebben in ons onderzoek gezien dat vleermuizen in het najaar de Noordzee op gaan. Op dat moment gaan de windparken uit. Totdat uit nader onderzoek blijkt dat het niet meer nodig is. Zo wordt er met de vleermuizen rekening gehouden.”
Rijkswaterstaat geeft de Wageningen Universiteit de opdracht om de gevolgen voor de natuur te onderzoeken. De Universiteit is een onafhankelijk onderzoeksinstituut. Ze zijn niet betrokken bij de uitvoering en plaatsing van de windmolens in de Noordzee. Het onderzoek dat vanuit de Universiteit is gedaan, wordt meegenomen in de besluitvoering waar een windpark moet komen.
Op de lange termijn
Er is nog flink onderzoek gaande wat de impact van windmolens is op de lange termijn. “Het is belangrijk om te kijken of windmolens invloed hebben op grote schaal. Eén windpark kan je niet vergelijken met de grote hoeveelheid die we nu hebben. Bij diersoorten die al gevoelig zijn wordt gekeken of het nog goed met ze gaat.” Elke vijf jaar doet onderzoeksbureau KEC (Kader Economie en Cumulatie) een evaluatie naar de stand van kennis over windmolens op dat moment. “Die evaluatie is heel erg belangrijk. Er komen meer windparken bij. Je kan verwachten dat daar een keer een knelpunt in komt.”
Op Internationale Vrouwendag maakt De Avondshow met Arjen Lubach een item over de Mannenwereld. Eindredacteur Janine Abbring zegt hierin: “De symptomen van een hartinfarct zijn anders bij vrouwen dan bij mannen. Hierdoor worden hart- en vaatziekten bij vrouwen minder snel herkend, waardoor zij er eerder aan overlijden dan mannen.” Of dit klopt? Dat leg ik voor aan Nelleke van der Houwen van de Hartstichting.
Door: Elisabeth van der Ploeg
“Het klopt dat er meer vrouwen aan hart- en vaatziekten sterven dan mannen”, zegt Van der Houwen. Ze is Adviseur Wetenschapsvoorlichting bij de Hartstichting, een organisatie die investeert in onderzoek en innovatie rond het hart. Uit de meest recente cijfers blijkt dat in 2020 18.411 vrouwen aan hartaandoeningen stierven, tegenover 18.168 mannen.
Er zitten wel wat haken en ogen aan de uitspraak van Lubach. Lachend zegt ze: “Ik heb nog nooit gehoord dat de symptomen van een hartinfarct anders zijn bij mannen en vrouwen.”
Duidelijke en minder duidelijke symptomen
Nog nooit gehoord dus. Het onderzoek waar Lubach naar refereert, is van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Hierin wordt gesteld dat er tegenwoordig meer vrouwen aan hart- en vaatziekten sterven, omdat de eerste tekenen vaak niet worden herkend. Verder schrijft staat er in het onderzoek: “Pijn op de borst en steken in de bovenarm zijn bij mannen vaak het teken dat er iets mis is, bij vrouwen treden die signalen vaak niet eens op. Vrouwen hebben bijvoorbeeld last van moeheid, kortademigheid bij het sporten of pijn in de schouderbladen.”
“Het wordt te platgeslagen”, stelt Van der Houwen. “Je hebt een paar heel duidelijke symptomen die wijzen op een hartinfarct. Bij mannen én vrouwen is de meest voorkomende klacht pijn op de borst,” benadrukt de wetenschapsvoorlichter. “Je hebt ook wat minder duidelijke symptomen, bijvoorbeeld vermoeidheid of pijn tussen de schouderbladen. De ‘vage’ klachten komen vaker voor bij vrouwen. Wees er dus als man ook alert op.”
Stijver en stugger
Het journalistieke platform Pointer deed onlangs onderzoek naar de sekseverschillen binnen de gezondheidszorg. In hun documentaire ‘Ongelijkheid in de spreekkamer’ kwam het onderwerp hart- en vaatziekten bij vrouwen aan bod. Cardioloog Angela Maas van het Radboud Medisch Centrum Nijmegen vertelt hierin dat er een verschil zit in de wijze waarop de hartvaten van mannen en vrouwen verouderen. “Bij vrouwen wordt de spier stijver en stugger op oudere leeftijd. Bij mannen gaat hij eerder wat uitzakken.” Een belangrijk onderdeel om te benoemen, vertelt Van der Houwen.
“In het verleden is er weinig onderzoek gedaan naar vrouwenharten. In studies over hartinfarcten worden vaker jonge mannen gebruikt, omdat zij niet kampen met andere gezondheidsklachten. Mannen krijgen vaker op een jongere leeftijd een hartinfarct, dan vrouwen. Bij jonge mensen denken artsen eerder dat een man een hartinfarct heeft, dan een vrouw. Het kan zo zijn dat artsen de kans op hart- en vaatziekten bij vrouwen onderschatten. Vrouwen krijgen vaker een hartinfarct op latere leeftijd. Hoe ouder de vrouw is, hoe groter de kans dat zij met andere gezondheidsaandoeningen kampt”, vertelt Van der Houwen.
Conclusie
Al met al sterven er meer vrouwen aan hart- en vaatziekten dan mannen. Dat klopt dus. Maar vrouwen hebben niet per se andere symptomen dan mannen. Bij mannen én vrouwen is de meest voorkomende klacht pijn op de borst. De reden dat er meer vrouwen aan hart- en vaatziekten sterven, is omdat er in het verleden weinig onderzoek is gedaan naar vrouwenharten. Bij jong persoon denken artsen eerder dat een man een hartinfarct heeft, dan een vrouw. Zij onderschatten de kans op hart- en vaatziekten bij vrouwen.
Het is oorlog in Oekraïne. Dit weekend vindt er een Russische aanval plaats dicht bij de Poolse grens. Russische bombardementen vinden steeds dichter bij de grenzen van de NAVO plaats. Wat gebeurt er als een Russische raket een NAVO-land raakt? Voormalig luitenant-generaal Mart de Kruif en Kolonel Han Bouwmeester spreken hierover.
Elisabeth van der Ploeg
Vijfentwintig kilometer van de Poolse grens vinden er zondagochtend Russische raketaanvallen plaats. De raketaanval is gericht op een Oekraïense legerkazerne dicht bij de Poolse grens. Er vallen tientallen doden. Als een Russische raket Polen raakt, dan raakt dat de NAVO. “De Russen weten wat ze doen hoor”, zegt De Kruif. Hij is voormalig luitenant-generaal van de Koninklijke Landmacht en oud-NAVO commandant. “Als er per ongeluk een bom op Polen valt, dan gaat de NAVO echt niets doen. Kijk NAVO gaat pas Artikel 5 afkondigen als er sprake is van een bewust gerichte massale aanval op een NAVO-land. Voor een verdwaalde bom gaan ze niet Artikel 5 inzetten.”
Wat is artikel 5?
Het is de kern van het Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. Artikel 5 houdt kortgezegd in dat NAVO-landen een aanval op één lidstaat beschouwen als een aanval op alle lidstaten. “Artikel 5 speelt altijd. Dat is de kracht van NAVO. Artikel 5 is voor iedere staat geldig”, zegt de oud-NAVO commandant. Hoe lidstaten het aangevallen land bijstaan is niet vastgelegd. “NAVO-landen zijn niet verplicht om militaire hulp te sturen. Ze kunnen ook een telegram sturen met bijvoorbeeld: ‘Wat erg wat er aan de hand is. Wij doen niet mee.’ Onder de huidige omstandigheden vergt dat heel wat. Ik zie dat niet snel gebeuren”, vertelt Kolonel Bouwmeester. Bouwmeester is docent Militair Strategie aan de Nederlandse Defensie Academie en is actief in de Nederlandse landmacht. “Als een Russische raket Polen raakt, is het in eerste instantie Polen die het initiatief neemt om Artikel 5 in te schakelen.” De enige keer dat Artikel 5 inwerking is gesteld was bij de terroristische aanslagen op 11 september 2001. Toen vlogen er twee passagiersvliegtuigen in het World Trade Center in New York.
Noord Atlantische Raad
De NAVO reageert niet gelijk. Als Polen Artikel 5 inschakelt, dan komen alle staatshoofden van de NAVO-lidstaten bij elkaar in Brussel. Dat wordt de Noord-Atlantische Raad genoemd. “Er zitten een aantal stappen tussen. Er is een beoordeling die gemaakt wordt. Moeten we dit echt als een serieuze bedreiging beschouwen of niet?”, vertelt Bouwmeester. “Dat is lastig hoor. Op papier klinkt het allemaal heel makkelijk. Reken erop dat alle staatshoofden onder druk staan. Zij voelen een enorm duivels dilemma. Als de NAVO gaat ingrijpen, dan worden er dertig landen bij het conflict meegetrokken. Het leed is niet te overzien. Wat gaan andere landen doen? Voordat je het weet escaleert het gigantisch.”
Derde Wereldoorlog
“Als een Russische raket een NAVO-land raakt, betekent dat niet gelijk een Derde Wereldoorlog. Bij het gebruik van kernwapens ga je echt wel een drempel over. Kernwapens beschouwen de Russen zelf ook als escalatie. Als ze dat doen, dan wordt China daar niet blij van. Ze hebben China hard nodig voor de steun”, vertelt De Kruif. Drie weken geleden brengt Rusland de eenheden die over kernwapens beschikken in de verhoogde staat van paraatheid. “De eenheden die Poetin heeft gestationeerd, staan altijd klaar voor de aanval. Hij wil het Westen afschrikken. Wij komen te dichtbij. Poetin wil het conflict klein houden. Hij weet heel goed wat wel en niet een NAVO-land is. Hij maakt daar onderscheid in”, vertelt Bouwmeester.
De kracht van de NAVO
Het is nog de vraag of Poetin heel Oekraïne gaat innemen. “Hij bestookt kazernes dicht bij de Poolse grens. Dat doet hij, omdat hij last van ze heeft. Het is moeilijk om oorlog te voeren in het westen van het land door het bergachtige gebied. In het westen wonen veel minder Russischtalige mensen, die zitten in het zuiden en het noorden,” zegt Bouwmeester. Dat de NAVO Oekraïne gaat steunen, ziet Oud-NAVO commandant De Kruif niet gebeuren. “In principe gaat de NAVO Oekraïne niet steunen. Alleen de individuele NAVO-landen kunnen steun leveren. Dat is de kracht van NAVO. Daarom bestaat de organisatie al tachtig jaar.”
Vandaag opent de 25e editie van de Roze Filmdagen in Amsterdam. Het grootste queer filmfestival van Nederland. Het festival vraagt aandacht voor films met lhbtiq+ers. Zij zijn nog steeds ondervertegenwoordigd in de huidige speelfilms. Wat is het belang van queer mensen in films?
Elisabeth van der Ploeg
“Ik wil een Romeo en Romeo in de bioscoop zien,” zegt festivaldirecteur Werner Borkes terwijl hij druk bezig is op zijn laptop in het Ketelhuis in Amsterdam. Over drie dagen begint het festival. De voorbereidingen zijn in volle gang. “Er moeten nog veel dingen geregeld worden. Het komt goed,” zegt hij rustig. Het grootste queer filmfestival van Nederland wil meer representatie in de huidige speelfilms. “Toen ik vroeger televisie keek, zag ik geen queer mensen op mijn beeldscherm. Als er een homo in beeld kwam, was hij slecht of vies. Queer mensen overleefden vaak het einde van de film niet eens.”
Zichtbaarder dan ooit
Er is een positieve ontwikkeling gaande binnen de filmwereld, ziet Simon Timmerman van Movisie. Hij is adviseur regenboogsteden voor het landelijke kenniscentrum over sociale vraagstukken. “Queers zijn zichtbaarder dan ooit tevoren. Een goed voorbeeld is de nieuwe Netflix film Anne+. Queer mensen worden afgebeeld als normale jongeren. Zij zijn niet anders, dan hetero/cis jongeren”, zegt Timmerman. “Dit soort films bevorderen de openheid naar de buitenwereld.”
TILBURG- Deze week is het zover, carnaval in Brabant en Limburg. Na twee jaar mag er eindelijk gefeest worden. Tilburg, ook wel Kruikenstad genoemd tijdens carnaval, maakt zich op voor een feest zonder coronamaatregelen. Normaal gesproken hebben carnavalsverenigingen maanden de tijd om zich voor te bereiden voor het feest. Nu moet dat binnen anderhalve week.
“Een monsterklus”, zegt eigenaar van carnavalswinkel de Koopjeshal Hans van der Linden. Het is druk in zijn winkel met Brabanders die voor de valreep een carnavalskostuum willen aanschaffen. “Het is fantastisch dat we eindelijk mogen carnavallen”, zegt Van der Linden enthousiast. “Normaal gesproken is de winkel twee keer zo groot. Door de korte aankondiging hebben we maar de helft van het assortiment.”
Alle remmen los
Eén van de carnavalsgangers is Tilburgse student Willem. Samen met een groep vrienden is hij opzoek naar een kostuum. Onder toeziend oog van zijn vrienden vertelt hij over het feest van het Zuiden. “We hadden er niet op gerekend dat carnaval dit jaar zou doorgaan. Vijf dagen lang gaan alle remmen los. Lekker doen waar we zin in hebben!”
Knalfeest
Op een steenworp afstand is het nog rustig bij café de Heuvel. Horecaondernemer Michel Engel bereid zich voor op vrijdagavond. Café de Heuvel en de Slijterij zijn de stampkroeg van 13 Tilburgse carnavalsverenigingen. “We zijn klaar voor het mooiste feest van het jaar. Vrijdag gaat het één fantastisch knalfeest worden.”
Nout is transgender. Drie weken zijn de borsten van Nout verwijderd. Een groot moment binnen de overgang van vrouw naar man. Ik bezoek hem vier keer gedurende deze periode. Hij is geboren in een meisjeslichaam en zit midden in zijn transitie. “Dankzij testosteron kan ik mezelf worden.”
Elisabeth van der Ploeg
“Niet naar mijn tepels kijken hoor. Die zijn nog ‘crispy’,” zegt Nout lachend voor hij zijn binder opent. Voorzichtig haalt hij het strakke vestje van zijn borst af. Het is twee weken geleden dat de borsten van Nout zijn verwijderd. Nout is transgender en zit midden in zijn transitie van vrouw naar man. “Ik heb vandaag mijn eerste check up gehad. Alles is goed. Er zit nog vocht in mijn rechterborst. Ik voel daar extra druk op.” Na twee weken mag het drukvest even af. Midden in zijn woonkamer in Lunteren staat een spiegel. Het is muisstil in de kamer. Knoopje voor knoopje gaat de binder los. De blauwe hobbelige lijn van de chirurg zijn nog zichtbaar op zijn borst. Hij haalt twee drukkussentjes van zijn borst af. Achter de kussentjes laat hij zijn platte mannelijke borstkas zien. Een zelfverzekerde jonge man kijkt naar zichzelf in de spiegel. “Vroeger kon ik niet naar mijn borsten kijken. Dit is de eerste keer dat ik zo lang naar mijn bovenlijf heb gekeken,” vertelt Nout trots als hij naar de spiegel kijkt.
Nout kijkt voor het eerst lange tijd naar zijn platte borstkast.
Ronde eettafel
Ik word openhartig welkom geheten in het huis van Nout. Zijn moeder zit al klaar aan de ronde eettafel. We geven elkaar een elle boog en het gesprek kan beginnen. Het is acht uur. Elke avond zit het gezin samen thee te drinken op Britse wijze. Terwijl ik rustig ga zitten wordt mij thee door Nout ingeschonken. Hij begint met vertellen. Wanneer voelde hij dat hij transgender is? “Ik was drie jaar oud toen ik voelde dat mijn lichaam niet klopte. Ik kan dat onderbuikgevoel nog voelen. Dit ben ik niet.”
Vader Jeroen komt naar beneden. Hij heeft net zijn snor goed gedaan voor het interview. Hij gaat rustig zitten en begint met terugblikken op Nout zijn jeugd. “Toen hij twaalf jaar was kon hij niet meer eten. Hij zat in een eetstoornis. Het was zo erg, dat hij opgenomen moest worden in het ziekenhuis. De dokters konden geen diagnose stellen,” vertelt vader rustig. Het gezicht van de moeder van Nout trekt bij. Het gezin wordt weer terug gezogen in die nare tijd.
Vader Jeroen luistert aandachtig naar hem. “Bij het eerste gesprek met de dokter kreeg ik een vermoeden. Nout is niet blij met zijn lichaam. Hij wil de pubertijd niet in. Hij wil geen vrouw worden.
Terug in het moment
Het gesprek vloeit zich voort aan de eettafel. Nout was geboren als meisje. Hij heette toen Noor. “Het doet pijn om de naam weer te horen,” zegt de moeder van Nout. Het is even stil aan de eettafel. Nout breekt de stilte en vertelt over het sociaalmedia platform Youtube. Daar vindt hij andere transgenders die hetzelfde beleven als hij. “Ik voelde me niet alleen. Dat voelde goed. Ik zat in een tweestrijd. Misschien zit het tussen mijn oren dacht ik.”
Toen Nout veertien was kwam hij uit de kast. “Ik had het in paniek aan mijn ouders vertelt. Mijn vader vroeg aan mij of ik liever een jongen wilde zijn. Ik moest heel erg hard huilen. Alle opgekropte emoties kwamen naar buiten.”
De ouders van Nout blikken terug op dat moment. “We namen het direct serieus. Hij kwam terecht op de wachtlijst van het Amsterdam Medisch Centrum.” Daaraan voegt Nout toe. “Het waren de zwaarste jaren van mijn leven. Ik had drie jaar gewacht tot het eerste gesprek met mijn gendertherapeut. Ik was depressief. Het was zo erg dat ik mijn bed niet uitkwam.”
Het was een moeilijk proces als ouder benadrukt Jeroen. Hij omschrijft het als een rouwproces dat je als ouder doorgaat. “Ik heb altijd gezegd dat ik dochters wilde hebben.” Op de geboorte kaart van toenmalige Noor citeerde hij de schrijver Harry Mulisch. ‘Echte mannen krijgen alleen maar dochters’ stond op de kaart. “Ik heb mijn dochter verloren, maar heb daar een gelukkige zoon voor in de plaats gekregen,” vertelt vader trots als hij naar Nout kijkt.
Portret transgender Nout.
Op de hoogte
Paar dagen later ben ik welkom in Nout zijn kamer. Zijn kamer hangt vol met zelfgemaakte portretten die erg veel op hem lijken. Overal waar je kijkt is een tekenfilmpoppetje te zien. Toen Nout depressief was, is hij gaan leren tekenen. Hij gaat op zijn bed zitten met naast hem een dikke knuffelkat. Hij vertelt over zijn sociale transitie. Dat is een periode waar familie en vrienden op de hoogte worden gesteld van zijn geslachtsverandering. “Thuis spreekt iedereen mij aan met hij en hem. Mijn kledingkast is aangepast en mijn haren zijn kort.” Nout woont samen met zijn ouders en jongere zus in het Gelderse dorp Lunteren. Het dorp bevindt zich midden in de Biblebelt, waar homo’s en transgenders een gevoelig onderwerp zijn. “Maar ons gezin is niet betrokken bij de orthodoxe christelijke gemeenschap,” vertelt Nout. “Ik heb vanuit mijn omgeving geen negatieve reacties gehad.”
Nout in zijn slaapkamer.
De diagnose
We maken een rondje door het dorp. Richting zijn oude basisschool de Sprong. Nout heeft drie jaar moeten wachten voor hij het proces van geslachtsverandering onderging. Het begon een gesprek met de gender therapeut vertelt hij al wandelend “Voor mijn eerste gesprek was ik heel zenuwachtig. Ik vroeg me af: ben ik wel transgender?”
Voordat de transgender met hormoonbehandeling kan beginnen, moet de gender therapeut de diagnose genderdysforie stellen. Genderdysforie is een intens gevoel van onvrede met het geslacht waarmee je bent geboren. Je geboortegeslacht past niet bij hoe je voelt en wilt uiten. Dit kan bij sommige transgenders leiden tot depressie of angst. “Mijn psycholoog zag het meteen bij de eerste ontmoeting dat ik genderdysforie had. De periode die daarna volgde was echt slopend. Bij het eerste gesprek was alles al duidelijk. Ik was verplicht de zes maanden af te maken.”
Gelukkige veranderingen
We wandelen het schoolplein op. Na vaststelling van de diagnose genderdysforie, kan de hormonale behandeling van start gaan. Voor de transitie van vrouw naar man gebruiken transmannen het hormoon testosteron. Nout zit nu twee jaar aan het testosteron. Eén keer per maand krijgt hij een nieuwe dosis. “Het voelt echt euforisch. Ik heb er drie jaar op gewacht. Dankzij testosteron kan ik mezelf worden. Ik ben onlangs door een vreemde ‘hij’ genoemd. Terwijl ik een mondkapje op had.” Met een grote glimlach op zijn gezicht, loopt hij naar het klimrek. Daar was hij als kind te vinden. Die intense blijheid die transgenders voelen, staat bekend als gendereuforie. Het is het gevoel dat je gelukkig bent met het lichaam waar je in zit.
Na een aantal maanden worden de veranderingen van het lichaam zichtbaar vertelt hij. “Het doet mijn mentale gezondheid heel goed,” zegt Nout blij. “Mijn stem is zwaarder. Mijn ademsappel komt naar voren. Ik heb een baard. Mijn heupen en bovenbenen zijn smaller. Ik heb meer haar over mijn hele lichaam!”
Nout in het klimrek.
Ronde vorm
Ik spreek Nout via Skype. Hij zit in zijn kamer. Hij vertelt over de borstverwijderende operatie. Een half jaar na de start van testosteron komt een transgender in aanmerking voor de operatie. “Mijn borsten waren niet zo groot. Dankzij de binder had ik weinig last van mijn borsten.” Een binder is een strak vestje dat ervoor zorgt dat de borsten niet opvallen. Hij kampte met tegenslag vertelt hij. Een jaar geleden brak hij zijn sleutelbeen. “Ik kon mijn binder niet meer dragen. Ik kreeg daarom meer last van mijn dysforie. De ronde vorm van mijn borsten werden zichtbaarder. Borsten horen niet bij mij.”
Stap voor stap
Het is twee weken na de operatie en we zitten aan dezelfde ronde eettafel in zijn huis in Lunteren. Ik vraag aan hem of hij nog wat wil veranderen aan zijn lichaam. Hij denkt na en zegt: “ik leef in het nu. Soms denk ik na over wat er niet in mijn broek zit. Hoe is het om een penis te hebben. Het is iets waar ik aan blijf denken. Ik probeer me daar niet op te focussen. Ik doe alles stap voor stap. Ik heb geen haast. Ik voel me goed zoals ik nu ben. Dat is het belangrijkste.”
De tijd dat van drugsafval in de natuur is voorbij. Drugscriminelen kiezen voor sluwere methoden die nauwelijks opvallen. Dat stelt Leon van Zoggel van Strukton Milieutechniek uit Breda. Het bedrijf dat gespecialiseerd is in het opruimen van drugsdumpingen. Hij maakt zich er ernstig zorgen om.
Door: Elisabeth van der Ploeg
“Het aantal meldingen van drugsdumpingen is de laatste tijd fors afgenomen.” Ziet van Zoggel. “Dat vind ik schrikbarend, omdat je weet dat de productie niet is afgenomen. Dan kan het niet anders dan dat criminelen slimmere methoden hebben gevonden om van de troep af te komen. Ze laten de vloeistoffen weglopen in de bodem, in het riool of op andere plekken. Met enorme risico’s voor mens en dier. We hebben nu totaal geen controle op wat er gaande is. Voor we erachter komen waar het afval gebleven is, zijn we jaren verder.”
Kind kan de was doen
Van Zoggel vindt dat er meer aandacht moet komen voor dumpingen in mestkelder. Hij is projectleider calamiteitendienst en specialist gevaarlijke stoffen voor het bedrijf Strukton milieutechniek.
“We hebben het over mestkelders onder de stallen waar de koeien staan. De dieren staan daar op roosters, hun ontlasting valt in de kelder. De boer zuigt om de zoveel tijd de mest eruit en strooit het daarna op het land om de grond vruchtbaar te houden. Criminelen hebben in de gaten gekregen dat dit een makkelijke weg om van hun vloeistoffen af te komen. Met een kleine tank vol drugsafval in je bestelbusje lukt het zo om ongezien het terrein van de boer op te rijden. Want vaak wordt zo’n terrein niet bewaakt en is het ook nog eens goed te bereiken. Ze laten de vloeistof gewoon in de gierkelder lopen en geen haan die ernaar kraait. Een kind kan de was doen. Zonder dat de boer het weet, rijdt hij de vervuilde mest vervolgens over de akkers heen.”
Voedselketen
Als projectleider calamiteitendienst en specialist gevaarlijke stoffen is Van Zoggel gebeten op dit soort nieuwe methoden. “Het is een bijzonder ernstige ontwikkeling, want via de mest komt het drugsafval in onze voedselketen terecht.”
In 2016 zijn er in het Brabantse dorp Sommeren MDMA resten teruggevonden in maïskolven. Op de bijbehorende boerderij zat een groot xtc-laboratorium. Dat schrijft de NOS. Bij onderzoek bleek de concentratie MDMA nog gering te zijn, zodat er op dat moment nog geen sprake was van gevaar voor de volksgezondheid.
Verwoestend voor mens en dier
“”Het heeft bovendien gevolgen voor de dieren die boven de gierput staan. Bij de productie van synthetische drugs komen zeer gevaarlijke stoffen vrij,” zegt Van Zoggel. Het gaat vaak om aceton, zoutzuur en gootsteenonstopper. Dat is allemaal zijn zeer giftig, bijtend of brandbaar.” De koeien staan boven dat spul en ademen het in. Ze kunnen er ziek van worden. Het zwavelzuur kan verwoestend uitpakken voor de longen van mens en dier. Via de melk of het vlees van die koeien kan het ook bij ons op het bord terecht komen.”
Drugs in het water
Van Zoggel ziet ook andere sluwere acties van criminelen. “Ze maken in laboratoria een gat in de muur en laten de vloeistof dan zo de bodem inlopen. Of ze maken een gat in een bus en dumpen het afval op de snelweg. Ze kiezen daarvoor het ideale moment: als het goed regent. Dan spoelt het water de zuren van de weg, de grond in. Alsof er niets is gebeurd.”
Daarnaast wijst op dumpingen in waterwingebieden. “Dat kan het in ons drinkwater, terecht komen. Of ze dumpen het in het riool. Dat gaat richting de waterzuivering. Daar treffen ze geregeld sporen van drugs aan.”
In 2017 raakte de rioolwaterzuivering in het Brabantse Baarle-Nassau zo een week ontregeld. Van Zoggel: “Bacteriën van de zuivering zijn niet bestand tegen de giftige zuren van het afval. Met als risico dat de giftige drugsresten in het oppervlaktewater terecht komt. Met verstrekkende gevolgen: vissen en waterplanten kunnen eraan sterven. Bovendien kan het doordringen in het drinkwater op plaatsen waar dat wordt gewonnen uit het oppervlaktewater.”
In 2009 was het kantje boord. Van Zoggel was aanwezig bij het opruimen van een dumpplaats van XTC in het Brabantse dorp Halsteren. “Tijdens de opgravingen kwamen we een waterleiding tegen van het waterbedrijf Evides. Die leiding was flink beschadigd de aceton en andere giftige stoffen flink beschadigd. Uiteindelijk bleek dat de waterleiding niet meer in gebruik was. Het had zoveel erger kunnen aflopen.”
Toename drugslabs
Opvallend is dat het aantal drugsdumpingen in de eerste helft van 2021 met bijna twee derde gestegen ten opzichte van dezelfde periode het jaar ervoor. Dat blijkt uit cijfers van het Europese meldprogramma ERISSP, in samenwerking met de Nederlandse politie. Uit de cijfers blijkt dat de stijging het grootst in Limburg. De toename komt door een grote hoeveelheid drugslabs die in Limburg opgespoord zijn. Dat is te zien op de tabel. Daarnaast is in de tabel te zien dat er in 2018 en 2019 sprake was van een piek aan drugsdumpingen in de Nederlandse natuur.
Op deze grafiek is te zien dat in 2018 en 2019 een piek aan drugsdumpingen is. In 2021 zijn er veel drugslabs in Limburg opgespoord.
De politie publiceert elk half jaar cijfers van het meldprogramma. Het ERISSP is een internationaal meldprogramma opgericht door Europol, voor dumplocaties, productielocaties en opslaglocatie van synthetische drugs.
‘Planten na twee dagen dood’
In 2018 was er sprake van een piek aan drugsdumpingen in de Nederlandse natuur. Bijna driehonderd meldingen van dumpingen kwamen bij de politie terecht. Een jaar erna waren dat er maar 101. “Er is niemand die de dumpingen ziet. Er worden nauwelijks meldingen gemaakt.”
Wanneer drugsafval in de natuur wordt gedumpt, dan kunnen giftige stoffen in de bodem lekken, waardoor planten en dieren worden vergiftigd. “Als de zuren in contact komen met planten, kan het zo zijn dat de planten na twee dagen helemaal dood zijn,” zegt Van Zoggel.
De beek van landgoed Mariëndaal waar een tiental vaten zijn gedumpt.
In 2019 werden in landgoed Mariëndaal tussen Arnhem en Oosterbeek zes keer vaten gedumpt in een paar weken, dat schrijft de Gelderlander. Op deze foto is de beek te zien, waar in 2019 een tiental vaten zijn gedumpt.
Veiligheid boven alles
Gelukkig zijn er nooit collega’s gewond geraakt bij het opruimen. We werken met ademhalingsbescherming. We tapen onszelf helemaal in en dragen speciale pakken. Veiligheid gaat boven alles.”
Dringend advies
De zaak beheersbaar houden is wat hem betreft de taak van politie en justitie. “We kunnen niet van de drugscriminelen winnen. Daarvoor is de internationale handel te groot. De onderwereld en de bovenwereld zijn te veel met elkaar verweven. Maar ik zou de criminelen wel graag opvoedkundig advies willen geven. Een dringend advies: gooi de vaten niet om en steek ze niet lek. Sla de vloeistoffen op in jerrycans of vaten en laat ze dan achter op een zeil dat niets doorlaat. Zo komt het afval niet terecht in onze bodem of voedsel. Je helpt daarmee de natuur en de gezondheid van ons allen, dus ook die van jezelf en je kinderen.”
Sinterklaas is nog in het land, maar bij Jose van der Meijden (58) is het al kerst. De oud-eigenaar van ’t Bakkertje begint in eind november al met het versieren van haar huis midden in de binnenstad. “Ik ben er vier dagen mee bezig. Mijn moeder vraagt zich af waar ik al die energie vandaan haal. Dan zeg ik: je moet in het leven zelf de slingers ophangen!”
Buiten is het koud en nat, maar binnen bij José is het kerstfeest al begonnen. Kerstengelen, notenkrakers en dorpshuisjes, het huis is helemaal versierd in de kerstsferen. “Als ik ’s avonds terugkom van werk, dan zie ik mijn huis dat zo gezellig verlicht is. Met de coronacrisis maak je je huis een fijne plek om thuis te komen. Het is een beetje licht in de duisternis.”
Drie themakerstbomen
Er staan drie kerstbomen door het huis verspreid. Elk met een ander thema. “Mijn man Gerrit-Jan heeft de rode kerstboom met kerstmannen en ik heb de kerstengelenboom”, zegt José lachend. Bekijk de foto’s hierboven. Beiden hebben ze hun eigen hoekje in het huis. Helemaal boven op het balkon staat een kerstboom, versierd met Arubahangers en panterkerstballen. “Er hangen dingen in de bomen die wel dertig jaar oud zijn. Ik koop ieder jaar iets bij.”
Een tafel met ongeveer vijftien dorpshuisjes staat in de woonkamer. Het bruisende leven van de dorpspoppetjes verlicht de kamer. De huisjes en de notenkrakers koopt ze niet meer. “Ik heb er wel eens eentje gekocht die ik thuis al had staan!” zegt José lachend. “Die gaf ik dan mee aan mijn moeder.”
Vier dagen zoet mee
Toen de kinderen van José nog in de goedheiligman geloofden, wachtte José netjes tot hij terug was naar Spanje. “Ik heb kerstmis altijd leuker gevonden dan Sinterklaas. Je kan er niet te vroeg mee beginnen”, zegt José enthousiast. Normaal gesproken begint José met de kerstversieringen na 21 november. “Dan is mijn dochter Bibi jarig geweest. Het is dan zo snel donker buiten. Binnen is het dan gezellig.”
José was dit jaar vier dagen bezig met versieren. Door corona langer dan normaal. “Ik kreeg twee weken geleden last van het coronavirus. Na vijf dagen ziek op bed, ben ik begonnen met versieren.” Eerst begint José met de kerstbomen. “Dat vind ik het ergste werk. Ik ben per boom een uur bezig met de takken uitpluizen.”
Van twee naar één
José woont samen met haar man Gerrit-Jan midden in de Arnhemse binnenstad. Gerrit-Jan is de derde generatie van de bakkersfamilie Van der Meijden. Het bakkerskoppel woont boven hun oude bakkerij ’t Bakkertje. “Het is een fijn huis om in te wonen. Midden in de stad, maar toch rustig. Eigenlijk hoor je niks”, zegt José.
Gerrit-Jan is geboren in dit huis. De oppervlakte van het huis was toentertijd de helft van wat het nu is. “Ik woonde samen met zes broers en zussen, mijn ouders en mijn tante. Dat ging goed”, zegt Gerrit-Jan. José kwam hier iets meer dan dertig jaar geleden wonen. Het huis is toen groter gemaakt. “Hiernaast gingen de mensen verhuizen. Van twee huizen hebben we er één gemaakt. Nu wonen we hier met ze tweeën.”
Benieuwd naar het hele artikel? Klink op deze link.
Een penthouse met uitzicht op de Eusebiuskerk. Wie wil dat nou niet? Echtpaar Bert de Jong (71) en Rita Westdorp (73) woont samen in een penthouse op het Audrey Hepburnplein. “Het eerste wat ik doe als ik op sta is naar de Eusebius kijken.”
Voor het hele verhaal met foto’s. Klik op deze link.
“Vrienden van ons horen het lawaai van de kerk heel hard”, zegt Rita lachend terwijl ze naar de Eusebius uit het raam kijkt. “Wij horen helemaal niks.” Het is inderdaad muisstil in het goed geïsoleerde appartement van Bert en Rita midden in de drukke binnenstad. Bert is voorzitter van Stichting Viering Nationale Feest en Gedenkdagen. “We kijken uit op het oorlogsmonument ‘Mens Tegen Macht’. Daar houden we jaarlijks de herdenkingen. Het uitzicht is voor mij heel bijzonder.”
Uit de hand gelopen hobby
Terwijl Rita in het kantoor zit, geeft Bert een rondleiding. Bij binnenkomst hangen drie nageschilderde schilderijen van Vincent van Gogh. “Dat is een uit de hand gelopen hobby”, zegt Bert lachend. Hij opent de deur naar de zijvleugel van het penthouse. “De meeste mensen verwachten niet dat hier een gang zit”, zegt Bert.
De gang opent naar drie kamers. Bert opent de deur naar zijn schilderruimte. Hij is een groot fan van Van Gogh. “Ik schilder de schilderijen na hoe ik denk dat ze er oorspronkelijk uitzagen. Van Gogh maakte gebruik van slechte verf die na lange tijd gaan verkleuren”, oordeelt Bert. “Zo horen de schilderijen er uit te zien.”
Zes sigarendoosjes
Aan de linkerkant van de voordeur hangen zes schilderijen. Op het eerste gezicht ogen ze als zes stillevens van de natuur. “Dit zijn zes schilderijen die geschilderd zijn door Joodse gevangenen in concentratiekampen”, vertelt Bert. Hij is zelf Joods. “De schilderijen zijn gemaakt op sigarendoosjes. De kunstenaars hingen de schilderijen op in de barak waar de gevangene sliepen, zodat ze een mooi uitzicht hadden te midden van de ellende.” Hoe Bert eraan is gekomen weet hij niet meer. “Één ding weet ik zeker. De schilders van deze schilderijen hebben de kampen overleefd.”
Lievelingsplek
De plek waar Bert het liefste zit is de werkkamer. “Hier zitten wij het meest. Ik zit veel achter het bureau.” Het eerste wat je daar ziet schept verwarring. (Zie foto van het paaltje.) “Het is niet wat je denkt dat het is”, roept Bert vanuit de woonkamer.
Bert en Rita komen beide uit de hoofdstad. Op de vensterbank staat een kunstwerk van een Amsterdams paaltje. “Het paaltje staat scheef door alle auto’s die ertegen aan zijn gereden. De deuk aan de zijkant is een deuk van een kogel van Amsterdamse bendes.”
Spiksplinternieuw
Het echtpaar woont pas een jaar in het spiksplinternieuwe penthouse in de binnenstad. Het is energiezuinig ingericht. Op het dak liggen vijftien zonnepanelen. Bovendien heeft het appartementencomplex stadsverwarming. “Het werkt fantastisch”, zegt Bert enthousiast. “We hebben geen Cv-ketel en geen gas. We koken elektriciteit.”
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.