Racisme tegen aziaten begint niet bij corona

Ter illustratie.

ARNHEM – Door de coronapandemie komt racisme tegen Aziaten meer naar de oppervlakte. Na recente racistische gebeurtenissen in de Verenigde Staten is #stopasianhate trending op sociale media. Haat tegenover Aziaten is niet alleen in Amerika, maar ook in Nederland.

Elisabeth van der Ploeg, 7 april 2021

Sinds de coronapandemie komt racisme tegenover Aziaten meer in de spotlight. Een reeks filmpjes van mensen die Aziatische ouderen beledigen en mishandelen circuleert op het internet. In februari overlijdt de 84-jarige Vicha Ratanapakdee. Een Thaise immigrant, die uit het niets op straat wordt mishandeld. Hij overlijdt later in het ziekenhuis. Recenter nog is de aanslag op drie Aziatische massagesalons in de Amerikaanse stad Atlanta. Het was de druppel die de emmer deed overlopen. Op sociale media is nu #stopasianhate trending. Dat is Amerika, maar ook hier in Nederland vindt racisme plaats tegen Zuidoost- en Oost-Aziaten.

Geen trend

“Weer dat gezeik over racisme. Moeten we het er weer over hebben?” hoor ik je al zeggen. Ja, zeker. Racisme tegenover Aziaten is geen coronaverschijnsel. De hashtag: Stop Asian Hate is geen trend. Het gaat over een serieus onderwerp wat bijna een miljoen Nederlanders met Aziatische achtergrond aan gaat. Volgens stichting Asian Raisins wonen de meeste Aziaten in de Randstad, Eindhoven en Arnhem. Asian Raisins is een Nederlandse belangenorganisatie, die zich inzet tegen racisme en haat naar Zuidoost- en Oost-Aziaten.

TERMEN ALS ‘POEPCHINEES’ EN ‘SPLEETOOG’ ZIJN ALS HET WARE INGEBURGERD IN DE RACISTISCHE VOERTAAL, DIE NAAR JE HOOFD GESMETEN WORDEN.

Opgegroeid met racisme

Het is iets waar in mijn Thaise-familie weinig over gesproken wordt. In Aziatische culturen is het praten over dit soort issues een no-go. Ik heb een Nederlandse vader en een Thaise moeder. Racisme is iets waar ik mee ben opgegroeid. Ik zag het als ‘normaal’. Toen ik klein was had ik een ander uiterlijk, dan de rest van de kinderen. Ik had donkere haren, een gele huid en kleinere ogen. Ik groeide op in een witte middenklassewijk in Arnhem. Tijdens verjaardagen op school, werd er altijd het liedje Hanky Panky gezongen. Dan maakten de kinderen speeltogen en keken ze mij aan. “Dat hoef jij niet te doen hé?” Termen als “poepchinees” en “spleetoog” zijn als het ware ingeburgerd in de racistische voertaal, die naar je hoofd gesmeten worden. Mijn Aziatische uiterlijk en de vooroordelen die dat met zich meebracht, resulteerde in een te laag middelbare schooladvies: Vmbo kader.

Exotische verrassing

Naast verbaal racisme, zit het ook geworteld in de westerse denkwijze. Volgens Amerikaanse onderzoeksbureau Stop AAPI, zijn Aziatische vrouwen twee keer zo vaak slachtoffer van racisme, als Aziatische mannen. Vrouwen met Aziatische afkomst worden gezien als een makkelijk doelwit. Decennialang worden ze gezien als exotisch, onderdanig, hyperseksueel en schattig. Opmerkingen als: “Zo! Wat ben jij een exotische verrassing!”, “Normaal val ik niet op Aziaten, maar jij bent een uitzondering!” en “Ben jij Thaise? Geef jij dan ook na een massage een happy ending?” Zijn opmerkingen die wel eens gemaakt zijn tegen mij. Deze manier van denken zag je ook bij de aanslag in de Amerikaanse stad, Atlanta. De dader van de aanslag op de Aziatische massagesalons worstelde met een seksverslaving. Aziatische mannen daarentegen zijn onaantrekkelijk, vrouwelijk en onbetrouwbaar.

Het ongemakkelijke gesprek

Haat en racisme tegenover Aziaten stopt niet vandaag, morgen of over een jaar. In het racisme-debat worden Aziaten over het hoofd gezien. Door de hashtag #stopasianhate, komt het probleem meer naar de oppervlakte. Het uitspreken van deze vorm van racisme zorgt ervoor dat liedjes als Hanky Panky niet meer normaal worden. Het ongemakkelijke gesprek starten zorgt voor erkenning van het probleem. Hoe ‘irritant’ gesprekken over racisme ook zijn, iedereen verdient het om gelijk behandeld te worden. Er is nog veel werk aan de winkel.

Arnhems afvalreferendum: ‘Hopeloos ingewikkeld en eenzijdig

ARNHEM – Arnhemmers betalen tegenwoordig voor hun restafval per zak. De vuilnisman haalt het vuilnis niet meer aan huis op. Je moet met de zak naar een container lopen in de buurt. De container kan men alleen openen met een speciale afvalpas. Dat systeem is ingewikkelder dan gedacht. Veel mensen dumpen hun afval naast de wijkcontainer. Mensen raken hun pasje kwijt, begrijpen het systeem niet of hebben geen zin om met een zware zak naar de container te lopen.

Elisabeth van der Ploeg, 7 maart 2021

De SP in de Arnhemse gemeenteraad wil van het afvalsysteem af. Met 3000 handtekeningen heeft de partij het voor elkaar gekregen dat er een referendum komt. Het stemmen over het afvalsysteem kan tegelijkertijd met de Tweede Kamerverkiezingen. De kiezer krijgt het volgende voorgelegd:

“Steunt u het voorgenomen besluit om: te stoppen met het betalen per afvalzak (Driftar), de ondergrondse containers van het slot te halen en te zorgen dat er weer normale (60 liter) afvalzakken in past?”

Wat staat hier eigenlijk? Zelfs een deskundige van stemwijzer: Kieskompas in de Gelderlander kwam er niet uit. De brief is in onduidelijke ambtenarentaal geschreven en hopeloos ingewikkeld. Een gemiddelde burger weet niet wat een voorgenomen besluit is. Is het een raadgevend of een beslissend referendum? Als kiezer word je het bos ingestuurd.

Een referendum moet uit één duidelijke vraag bestaan. Als men het voorgenomen besluit leest, ziet men drie vragen.

  1. Wilt u stoppen met het betalen per afvalzak?
  2. Wilt u de ondergrondse containers van het slot halen?
  3. Wilt u de 60 liter afvalzak terug?

Als kiezer kan je op verschillende manieren de drie vragen beantwoorden. Krijg ik in het stemhokje dan drie stembiljetten? Nee, dat zou je willen. Een kiezer kan ook één aanpassing willen in het systeem, in plaats van drie. Als je ‘ja’ stemt, gaat het hele systeem overboord. De vraag is niet geschikt om de kiezer voor te leggen. Je kan zien dat de ‘volksvertegenwoordigers’ het moeilijk vinden om in begrijpelijk Nederlands te schrijven.

Waar komt dit hoofdpijn referendum dan vandaan? De Arnhemse gemeenteraad heeft vorig jaar gestemd voor een nieuw systeem: Driftar. Arnhemmers betalen een vast tarief voor herbruikbaar afval en een apart bedrag voor het overige restafval. Het herbruikbare afval wordt aan huis opgehaald en het restafval moet je met een afvalpas naar de afvalcontainer brengen.

De invoering van het systeem leidt tot veel overlast. Het is moeilijk om de boodschap in volkswijken over te brengen. Rond de wijkcontainers liggen complete vuilnisbelten. De maat van de containeropening is tussentijds verkleind, na een vreemde discussie in de gemeenteraad. Tegenstanders vonden dat bejaarden, zieken en gehandicapten niet met een zak van 60 liter konden sjouwen. De zak moest voortaan de helft kleiner, 30 liter. De containers werden omgebouwd met een kleiner gat. Een groot deel van de bevolking kreeg deze discussie niet mee. Mensen stonden met een dikke zak van 60 liter bij een kleine opening. Vervolgens werden die zakken massaal naast de container gezet. Volg je het nog?

Ontzettend veel voorgeschiedenis dus. Als gemiddelde kiezer heb je deze voorkennis niet. In de brief bijgeleverd met het stembiljet, wordt er geen toelichting gegeven over het voorgenomen besluit. Kiezers zullen zonder toelichting blindelings ‘ja’ stemmen. Voor de consequenties van het referendum moet de kiezer zelf op onderzoek gaan. De voor -en nadelen worden niet afgewogen in de brief. Daarmee is het referendum ontzettend eenzijdig. Door drie vragen te stellen heb je als ja-stemmer op de uitslag een stapje voor. Als je ‘ja’ stemt wordt het hele systeem weggebounjourt. Bovendien zijn ja-stemmers meer gemotiveerd om te stemmen dan nee-stemmers. Het referendum is dus niet representatief.

Of het referendum een einde gaat maken aan de afvalproblemen is zeer twijfelachtig. De vraagtelling is te ingewikkeld en over de representativiteit valt te discussiëren. Ik denk nog maar eens drie keer na voordat ik ‘ja’ stem.

Poppenkast op het teras

Voorbijganger fotografeert poppen op het terras van restaurant Schoonoord.

OOSTERBEEK – Is het terras van restaurant Schoonoord illegaal open in coronatijd? Nee, de gasten op het terras zijn paspoppen. Een ludieke actie van de horeca, uit protest tegen de coronamaatregelingen. Met bitterballen, paaseitjes en limonade, zitten de stille genieters in het zonnetje. “Ik zou willen dat het echt was”, zegt een voorbijganger.

Elisabeth van der Ploeg, 4 maart 2021

Het is deze dinsdag perfect terrasweer. Als je langs het restaurant loopt moet je twee keer kijken. Het lijkt net alsof het terras gevuld is met bezoekers. “Waarom zijn de parken vol met mensen, maar kunnen wij niet gereguleerd mensen op ons terras laten zitten?” vraagt Robert van Slifhout. Van Slifhout is eigenaar van het Oosterbeekse restaurant en heeft een nette colbert aan voor de gelegenheid. Het restaurant ligt op de hoek van een drukke autoweg. Luxe auto’s rijden langs en de automobilisten zwaaien naar Van Slifhout. Samen met lokale ondernemers is hij de poppenactie gestart. Met de actie wil hij andere ondernemers ook helpen. “Ik help een ander en ik help mezelf”, zegt Van Slifhout.

Lokale ondernemers

De twintig poppen dragen kleding van de Oosterbeekse winkel Boutique 12. De hoofdeloze paspoppen en de galajurken komen van de Arnhemse winkel Dreamdresses. “Terwijl ik bezig was met ondernemers verzamelen, kwam ik erachter dat de paspoppen geen hoofden hadden. Toen bedacht ik het motto: de horeca houdt het hoofd niet boven water. Ik wil daarmee de aandacht vragen.” Uiteindelijk heeft Van Slifhout hoofden kunnen regelen bij kapper Hizi. De kappershoofden staan gestald op de paspoppen.

Veteranen

Tussen alle vrouwelijke paspoppen staat één mannelijke soldaat. “Toen ik de paspoppen aan het plaatsen was, zag ik dat het wel heel veel vrouwen waren.” zegt de eigenaar. Het restaurant staat bekend als het Airborne restaurant. Jaarlijks rond de tijd van de herdenkingen, komen de Britse Slag Om Arnhem veteranen bij kletsen in het restaurant. Het gebouw werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikt als noodhospitaal.

Populair

Voorbijgangers maken foto’s van het fenomeen of komen op de fiets een kijkje nemen. “Ik ben speciaal uit Arnhem gekomen om de actie te zien”, zegt een voorbijganger. Gedurende de hele dag komen verschillende journalisten langs om Van Slifhout te interviewen. Zijn telefoon gaat vaak af. Met een spandoek aan de overkant van de straat en een mechanisch treintje aan de voorkant van het restaurant, probeert Van Slifhout mensen tot take away te verleiden.

Ratelband op bezoek

Plots komt Emile Ratelband een kijkje nemen. Hij is een bekende patatbakker uit de regio en positiviteitsgoeroe. Met drie dikke boeken onder zijn arm spreekt hij Van Slifhout aan. “Ik vind de situatie zo belabberd.” Hij heeft met de baas van de Koninklijke Horeca Nederland gesproken. Met het verzoek dat hij de boetes betaald van de horecaondernemers die hun terrassen openen. Daar ging hij niet op in, want ze zijn de Koninklijke Horeca Nederland, Ratelband benadrukt het woord Koninklijke losjes en verontwaardigd. “Ik kwam eigenlijk langs om een warme chocolademelk te halen.” Nonchalant beent hij weg.

Tentoonstelling jongeren met depressie

De tentoonstelling ‘Open voor depressiviteit’ op het Audrey Hepburnplein in Arnhem.

ARNHEM – Dertig jongeren met een depressie staan in het middelpunt van de buitenexpositie: ‘Open voor depressiviteit’ op het Audrey Hepburnplein in Arnhem. De jongeren beschrijven hun ervaringen in een portret. Met de actie willen zorg- en welzijnsorganisaties depressie zichtbaar en bespreekbaar maken.

Elisabeth van der Ploeg, 7 februari 2021

Onderdeel van de expositie

Nienke Blanc (22) is één van de in beeld gebrachte jongeren. “Vroeger zette ik mijn depressie weg als een onderdeel van andere problemen. Op die manier kon ik net doen alsof het er niet was.”, schrijft ze in de expositie. Ze heeft zich na een oproep aangemeld voor de expositie. Ze dacht bij zichzelf: “Als ik dit doe, dan weet gelijk iedereen het en hoef ik het niet telkens uit te leggen. Ik vond het heel spannend en leuk. Ik heb vooral heel veel positieve reacties gehad.”

“Nu mag jij ook”

Blanc vindt het belangrijk dat mensen over depressie praten. “Elk gesprek dat je erover begint is er één. Wij staan hier met dertig verhalen. Met als boodschap aan iedereen die met depressie worstelt: nu mag jij ook. Het is oké om je verhaal te delen. Dat maakt de expositie zo sterk.” De tentoonstelling is opgezet door stichting Open Mind, een organisatie die ‘kwetsbaarheid in de samenleving een gezicht wil geven’.

Herkenning

De Utrechtse Soshana Kloos bekijkt samen met haar vriend de tentoonstelling. Ze herkent een oud-klasgenoot. “De tentoonstelling is hoopgevend en taboedoorbrekend”.

Niet serieus genomen

Dat taboe herkent jongerenwerker Oscar Budding ook. Hij werkt voor het jongerencentrum Willemeen, onderdeel van welzijnsorganisatie Rijnstad die de expositie naar Arnhem haalt. “Jongeren voelen een grote behoefte om over hun gevoelens te praten. Volwassenen nemen het vaak niet serieus. Dat maakt het erger. Jongeren trekken zich dan terug en durven helemaal niet meer over hun problemen te praten. Met het gevaar dat ze zo diep in de put komen, dat ze aan zelfmoord denken.”