Tentoonstelling jongeren met depressie

De tentoonstelling ‘Open voor depressiviteit’ op het Audrey Hepburnplein in Arnhem.

ARNHEM – Dertig jongeren met een depressie staan in het middelpunt van de buitenexpositie: ‘Open voor depressiviteit’ op het Audrey Hepburnplein in Arnhem. De jongeren beschrijven hun ervaringen in een portret. Met de actie willen zorg- en welzijnsorganisaties depressie zichtbaar en bespreekbaar maken.

Elisabeth van der Ploeg, 7 februari 2021

Onderdeel van de expositie

Nienke Blanc (22) is één van de in beeld gebrachte jongeren. “Vroeger zette ik mijn depressie weg als een onderdeel van andere problemen. Op die manier kon ik net doen alsof het er niet was.”, schrijft ze in de expositie. Ze heeft zich na een oproep aangemeld voor de expositie. Ze dacht bij zichzelf: “Als ik dit doe, dan weet gelijk iedereen het en hoef ik het niet telkens uit te leggen. Ik vond het heel spannend en leuk. Ik heb vooral heel veel positieve reacties gehad.”

“Nu mag jij ook”

Blanc vindt het belangrijk dat mensen over depressie praten. “Elk gesprek dat je erover begint is er één. Wij staan hier met dertig verhalen. Met als boodschap aan iedereen die met depressie worstelt: nu mag jij ook. Het is oké om je verhaal te delen. Dat maakt de expositie zo sterk.” De tentoonstelling is opgezet door stichting Open Mind, een organisatie die ‘kwetsbaarheid in de samenleving een gezicht wil geven’.

Herkenning

De Utrechtse Soshana Kloos bekijkt samen met haar vriend de tentoonstelling. Ze herkent een oud-klasgenoot. “De tentoonstelling is hoopgevend en taboedoorbrekend”.

Niet serieus genomen

Dat taboe herkent jongerenwerker Oscar Budding ook. Hij werkt voor het jongerencentrum Willemeen, onderdeel van welzijnsorganisatie Rijnstad die de expositie naar Arnhem haalt. “Jongeren voelen een grote behoefte om over hun gevoelens te praten. Volwassenen nemen het vaak niet serieus. Dat maakt het erger. Jongeren trekken zich dan terug en durven helemaal niet meer over hun problemen te praten. Met het gevaar dat ze zo diep in de put komen, dat ze aan zelfmoord denken.”