André werd opgeschrikt door een harde klap: ‘De granaten vlogen ons om de oren’

André bij het Wehrmachthuisje waarvan hij de kabels doortikte – Bron: Jolijn van Goch via Peel en Maas Venray

Nu de Tweede Wereldoorlog steeds verder achter ons ligt, kunnen nog maar weinig mensen uit eigen ervaring over de gebeurtenissen vertellen. André van Goch (91) is een van de laatste ooggetuigen. Zijn verhaal biedt een kijkje in het leven van een Venrayse jongen tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Tekst gaat verder onder de video

Met het uitbreken van de slag om Overloon op 30 september 1944 komt Venray aan de frontlinie te liggen. Het dorp heeft zwaar te lijden onder de hevige artilleriebeschietingen van de geallieerden, bedoeld om de laatste weerstand van de Duitse bezetters te breken.

Op een zondagmorgen zit André in de kerk als er vlak voor het gebouw bommen neerkomen. “We werden opgeschrikt door een harde klap, waarbij het glas van de voorgevel uit elkaar spatte. De priester rende weg van het altaar en iedereen dook onder de banken.”

Eenmaal buiten dringt de ernst van de situatie pas echt tot hem door. “De granaten vlogen ons om de oren, dus we zijn langs de heggen naar huis gekropen. Zodra het even rustig was, maakten we wat meters, om daarna weer plat op de grond te gaan liggen. Pa ging voorop, wij volgden.”

Het voormalige psychiatrische ziekenhuis Sint Anna, pal tegenover zijn huis, wordt ook niet gespaard.

Tekst gaat verder onder de video

Na de bevrijding op 18 oktober 1944 blijft Venray frontgebied. Daarom worden de inwoners op Brits bevel geëvacueerd naar een veilige plek achter de linies.

Tekst gaat verder onder de video

Venray kwam verwoest uit de Tweede Wereldoorlog. “Bij de buren lag alles in puin door een voltreffer. Ons huis is een van de weinigen die overeind bleef.” Ruim tachtig jaar later woont hij er nog steeds. “Hier ben ik geboren en hier word ik ook naar buiten gedragen.”