
Klimaatjournalist Jaap Tielbeke windt er in zijn geschreven stukken geen doekjes om. ‘Ook ik heb momenten van moedeloosheid, dat ik denk: wie houd ik voor de gek?’ Toch is het volgens Tielbeke zaak als journalist ook aandacht te hebben voor ontwikkelingen die wél de goede kant op gaan.
AMSTERDAM – Aan de Singel in Amsterdam, tussen de Krijtberg en het Koningsplein, zit de redactie van het opinieweekblad De Groene Amsterdammer. In het statige herenpand liggen de bureaus bezaaid met papieren, kranten en oude edities van het weekblad. Tielbeke gaat van de ene afspraak naar de andere, maar vindt in zijn drukke agenda een moment om met de zon in zijn rug en een notitieblok bij de hand op het dakterras van ‘De Groene’ neer te strijken.
Ingesleten journalistieke tendens
In 2020 publiceert Tielbeke het boek ‘Een beter milieu begint niet bij jezelf’, waarin hij uiteenzet waarom we klimaatverandering niet aan de consument kunnen overlaten. Hierin deelt Tielbeke de inzichten die hij gedurende zijn eerste vijf jaar binnen de klimaatjournalistiek opdeed. Tijdens dit onderzoek stuitte de journalist onder meer op de discrepantie hoe er in de media over klimaat wordt gesproken. ‘Langere tijd hebben journalisten de neiging gehad een verhaal van alle kanten te bekijken. Dat is alleen maar toe te juichen, alleen bij klimaatjournalistiek zorgt dit voor een vertekende beeldvorming’, zegt Tielbeke.
Het geluid van klimaatwetenschappers kreeg namelijk hetzelfde gewicht als de stemmen die deze wetenschap ontkennen. ‘Terwijl die dissidente stem een kleinere minderheid vertegenwoordigt dan de wetenschap. Vanuit de media zit daar niet altijd kwade wil achter, maar het sijpelt wel door.’
“Ik viel van mijn stoel van wat ik las…”
Jaap Tielbeke
Géén doorgeefluik
In de huidige berichtgeving zijn de stemmen van de pseudosceptici, zoals Tielbeke deze kleinere minderheid het liefst omschrijft, een achterhoedegevecht geworden. ‘Als ik over pseudosceptici schrijf, vraag ik mijzelf altijd af waar dat geluid vandaan komt, welke financiering erachter zit en welk effect dit op het publieke debat heeft.’ Ter vergelijking noemt Tielbeke de tabaksindustrie: ‘Er zijn denktanks opgezet en pseudowetenschappers en congressen gefinancierd.’ Sterker nog: ‘Dit is onderdeel van een bewuste misleidende campagne. Dit wordt gefinancierd vanuit de fossiele industrie, de grote vervuilers in dit verhaal. Op deze manier is misbruik gemaakt van de ingesleten journalistieke tendens om beide kanten van het verhaal te vertellen.’
Journalisten zagen zichzelf als doorgeefluik, daar ging het vaak mis. Volgens Tielbeke misken je dan je taak als journalist. ‘Het is wel degelijk aan jou om te wegen welke argumentatie steekhoudender is.’ De afweging in hoeverre je jezelf uitspreekt als journalist, is er één waarvan Tielbeke zich meer dan bewust is. ‘Ik pretendeer niet neutraal te zijn over deze materie, ik wil duidelijk maken dat mij dit aan het hart gaat en dat ik mij onder meer stoor aan dit soort pseudosceptische, misleidende campagnes. Daarvoor wil ik mij uitspreken, maar dan laat je al snel de verdenking op je activistisch te zijn.’
Dat wordt in de journalistiek niet als compliment opgevat, toch? – ‘Klopt, dan word je als subjectief gezien. Op een gegeven moment heb ik toch de afweging gemaakt om mijzelf hierover te positioneren, maar besloot dit op een transparante manier te doen.’ Dit uit zich in het delen van de totstandkoming van bepaalde inzichten en conclusies.’ Eén regel staat hierbij voor de klimaatjournalist van De Groene vast: ‘Ik sluit mij niet aan bij bepaalde instanties of partijen. Wanneer ik bijvoorbeeld denk dat er ergens rare fratsen worden uitgehaald, wil ik daar als onafhankelijke journalist kritisch over kunnen schrijven. Je moet niet alleen zoeken naar bevestiging van je eigen standpunten.’
De vertaalslag naar het grotere publiek
In de jaren dat Tielbeke klimaatjournalist is, heeft hij de berichtgeving ‘in positieve zin’ zien veranderen. De oorzaak: ‘We gaan op een vervelende manier de gevolgen van klimaatontwrichting steeds nadrukkelijker voelen. Het idee dat we in een soort noodtoestand zitten, daar moet je je als journalist toe verhouden.’ De urgentie en hoeveelheid van klimaatberichtgeving is dus toegenomen. Dat ging én gaat niet zonder slag of stoot. ‘Klimaatwetenschap is onwijs gecompliceerd, daar moet je goed recht aan doen’, antwoordt Tielbeke. ‘Alleen het gevaar zit onder meer in de vertaalslag naar het grotere publiek’, vervolgt hij. Ook bij het dagelijkse nieuws gaat het nog regelmatig mis.
Als voorbeeld geeft Tielbeke de berichtgeving over specifieke rampen: ‘De hittegolf in India, overstromingen in Pakistan en eerder die in Limburg. Wetenschappelijk gezien is het een complex vraagstuk om deze specifieke gebeurtenissen terug te voeren naar de vraag hoe groot de rol van klimaatverandering was, dat gaat echt om kansberekening.’ Wetenschappelijk gezien wordt hier gedegen onderzoek naar gedaan, terwijl de belangrijkste boodschap volgens Tielbeke in de berichtgeving verloren gaat. ‘Namelijk dat de kans op dit soort extreme weersomstandigheden en de intensiteit hiervan groter wordt. Dit weten we en wordt keer op keer bevestigd. Als journalist heb je de rol dit goed over te brengen op het grotere publiek.’
Nieuwe manieren
Volgens de klimaatjournalist van De Groene Amsterdammer is het hoog tijd om op zoek te gaan naar nieuwe manieren om dit verhaal bij de lezer te laten landen. Door onder meer oog te blijven houden voor ontwikkelingen die voorbij het dagelijkse nieuws gaan, ‘structurele ontwikkelingen die in de onderstroom misschien wél de goede kant op gaan’.
Tielbeke weet ook wel: ‘Hoe ingewikkeld en moeilijk het is om daar als nieuwsmedium recht aan te doen.’ In de kern is het verhaal al sinds eind jaren ’80 in de grote lijnen hetzelfde: we verbranden fossiele brandstoffen, halen oerwouden neer, door landbouw komen er broeikasgassen in de atmosfeer, daardoor warmt de aarde op en ‘staat ons allerlei ecologische humanitaire ellende te wachten’.
‘Ik zal heel eerlijk bekennen dat het mij ook niet in de koude kleren gaat zitten’, vervolgt Tielbeke. ‘Als je er veel over schrijft, raakt het je op een gegeven moment ook als journalist persoonlijk. Toch is het voor mij geen optie om te zeggen: Ik heb het een paar jaar gedaan, nu word ik sportverslaggever. Dit is namelijk hét definiërende thema van deze tijd. Dan blijft voor mij de grote uitdaging om het verhaal, dat al decennialanghetzelfde is, op nieuwe manieren vertellen.’
En dat doet hij. Sterker nog: Begin 2022 verscheen zijn tweede boek: ‘We waren gewaarschuwd’. Over een profetisch milieurapport van de Club van Rome en wat we er (niet) mee hebben gedaan. Volgens Tielbeke hebben klimaatboeken over het algemeen hetzelfde stramien: ‘De lezer krijgt eerst alarmerende wetenschap over zich uitgestort, wat vervolgens wordt afgesloten met een obligaat hoofdstuk waarin de auteur op een hoopvolle manier wil eindigen. Dat vind ik altijd heel krachteloos.’
Over een andere boeg
Klimaatberichtgeving moet voor Tielbeke geen kunstje worden, maar een uitdaging blijven. ‘Het tweede boek dat ik heb geschreven, is veel meer een journalistieke, historische reconstructie. Een heel andere vorm dan mijn eerste boek. Op dit moment probeer ik het voor mijzelf interessant te houden door vaker persoonlijke stukken te schrijven, waarin ik mijn eigen gedachten de revue laat passeren. Op deze manier hoop ik ervoor te zorgen dat het verhaal op een nieuwe manier bij de lezers binnenkomt.’ Door deze persoonlijke aanpak hoopt Tielbeke voor herkenbaarheid te zorgen. ‘Op enkele persoonlijke stukken heb ik juist heel veel reacties gekregen waarin lezers zeiden dat het representatief was. Mede omdat ik het niet probeer te verbloemen dat ook ík het soms lastig vind hoopvol te blijven en de grote ontwikkelingen te zien.’
‘Het is zoveel meer’
Hoewel de zon inmiddels achter de grachtenpanden is verdwenen, ziet Tielbeke de toekomst van klimaatjournalistiek helder in. ‘Het is een onderwerp dat alles raakt. Het besef – dat het ook is verweven met de economieredactie, de politieke redactie, met technologie, binnen- en buitenland en geopolitiek – daalt langzaamaan in. Bij collega’s zie ik dat zij klimaat vaker een onderdeel van hun verhalen maken. In journalistiek opzicht is dat écht vooruitgang.’