
De oorlog in Oekraïne, het oplaaiende geweld tussen Rwanda en Congo en de oude spanningen tussen Servië en Kosovo die weer hoog oplopen. Het is een greep uit de nieuwsberichten van de laatste paar maanden. Hoe is het voor veteranen om de huidige berichtgeving te zien? Oudgedienden Daan Speetjens en Jack Stadhouders vertellen over hun herinneringen bij Defensie.
‘Toen Poetin vorig jaar in februari de grens over ging, begon ik meteen knopen te tellen. Ik hield er dan ook rekening mee dat ik aangewezen zou worden om naar Polen te vertrekken. En wat er de afgelopen weken in Servië gebeurt, waardoor het Servische leger in de hoogste staat van paraatheid wordt gebracht, dat zijn wel dingen die mij meteen wakker maken’, vertelt Speetjens, Luitenant-kolonel van de Koninklijke Landmacht. ‘Als ik de beelden op het journaal zie, plekken waar ik zelf als militair ook niet geheel rusteloos rondliep, denk ik wel: ‘Daar gaan we weer’,’ vervolgt Speetjens.
Ook bij Stadhouders haalt de huidige berichtgeving herinneringen naar boven. ‘De herinnering die het snelst naar boven komt, is dat de politiek heel makkelijk haar handen ervan aftrekt en beslissingen of adviezen van militairen niet overneemt. Ik snap dat daar een heel groot speelveld achter zit, maar iedere keer komen we weer in dezelfde valkuil terecht. Er is nog steeds niets geleerd van Libanon, Irak, Afghanistan, Bosnië, Kosovo en Rwanda. Die valkuil zie je weer terugkomen, kijk maar naar wat er nu in Oekraïne gebeurt. Heel lang moest het leger bezuinigen, want: ‘Het ging toch niet gebeuren in Europa’ en het resultaat is daar’, aldus Stadhouders.

Jack Stadhouders
Rwanda, augustus 1994
UNAMIR: Rwanda, 1993 – 1994
Het conflict tussen de Hutu’s en Tutsi’s in Rwanda bereikt begin jaren ’90 een nieuw dieptepunt. Vanuit Uganda valt het Tutsi-leger het door Hutu’s gedomineerde Rwanda binnen. De Vredesmacht van de Verenigde Naties kan een conflict tussen de partijen die lijnrecht tegenover elkaar staan niet voorkomen. Uiteindelijk leidt dit tot een genocide, blijkt uit het archief van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.
Vlak na de genocide zijn er nieuwe afspraken gemaakt. In augustus 1994 besluit de Verenigde Naties om Nederlandse onderofficieren naar Rwanda uit te zenden. Dit doet de internationale organisatie onder de missie genaamd United Nations Assistance Mission for Rwanda (UNAMIR). Het doel: een eenheid uit Zambia opleiden met Nederlands materieel. ‘In eerste instantie was het verzoek van Nederland om Zambiaanse militairen, die Nederlands materieel ter beschikking kregen, naar Nederland te halen en ze een gedegen opleiding te geven. De Verenigde Naties heeft uiteindelijk besloten dat de instructeurs daarheen zouden gaan. Daar zouden de Zambiaanse militairen worden getraind, zodat ze zo snel mogelijk ingezet kunnen worden’, vult Stadhouders aan. In juli 1994 versterkt Nederland met ruim 75 voertuigen, aggregaten en keukenwagens dit Zambiaanse contingent, maakt het Ministerie van Defensie duidelijk in zijn registraties. Ook verzorgen negentien instructeurs van de landmacht de opleiding van de chauffeurs en de onderhoudsmonteurs. Jack Stadhouders is één van deze instructeurs. Gedurende deze missie van drie weken besluit hij een dagboek bij te houden met uiteenlopende verhalen over de aanloop naar Rwanda toe en de ervaringen die hij in het operatiegebied heeft opgedaan. Dit dagboek heeft hij tot op de dag van vandaag nog bewaard.
▶️ Beluister het verhaal van Jack Stadhouders

Daan Speetjens
Kosovo, september 2014 – maart 2015
Speetjens voor een pantservoertuig van het Oostenrijkse contigent in Kosovo. Beeld archief Daan Speetjens.
KFOR: Kosovo, 1999 – 2000 en 2005 – heden
In 1998 ontstond er een nieuwe Balkan-crisis. In Kosovo komen destijds Kosovaren van Albanese afkomst in opstand tegen de Servische onderdrukking. De situatie escaleert, waarna de NAVO-landen onder de NAVO-vredesmacht Kosovo Force (KFOR) hardhandig optreden. Vanaf 1998 raakt ook de Nederlandse krijgsmacht betrokken bij waarnemingsmissies, gevechts- en hulpoperaties, vermeld het Nederlands Instituut voor Militaire Historie in zijn archief.
Vanaf 2005 besluit Nederland jaarlijks deel te nemen met kleine ploegen. Dit gebeurt onder meer in de vorm van mankracht voor het hoofdkwartier van KFOR, waar Daan Speetjens vanaf september 2014 zes maanden als als missie-commandant werd uitgezonden. ‘Op het hoofdkwartier zaten wij met vijf man. Op hetzelfde moment was EULEX bezig, een EU-missie die vandaag de dag nog steeds draait met als doel de stabiliteit in Kosovo te bevorderen, waar Nederland destijds 65 militairen naartoe heeft gestuurd. Nederland heeft de keus gemaakt de logistieke ondersteuning van deze mensen onder te brengen in KFOR. Waarom? Als het in Kosovo fout ging, was het mijn verantwoordelijkheid om deze groep uit Kosovo te halen en terug naar Nederland te brengen. Ik was dus verantwoordelijk voor onze bijdrage aan KFOR én de veiligheid van de Nederlanders in de EULEX-missie’, aldus Speetjens. Bijna acht jaar later blikt hij terug op zijn eerste confrontatie met oorlog en de thuiskomst na zijn Kosovo, zijn laatste missie.
▶️ Beluister het verhaal van Daan Speetjens
Stadhouders en Speetjens zijn twee van de 103.850 oudgedienden die op dit moment in Nederland veteranenstatus hebben. In 1990 waren dit er nog 239.000, het aantal Nederlanders met een veteranenstatus is dus ruim gehalveerd. Deze daling kent meerdere oorzaken. Allereerst zijn er steeds minder veteranen die gevochten hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog of de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog. In de periode van 1939 tot 1945 heeft Nederland voor deze twee missies in totaal 580.000 militairen uitgezonden. Daarbij neemt het aantal missies tijdens een carrière bij Defensie af. Dit komt mede door de mindering in missies, maar ook door de steeds kleinschaligere zendingen. Tevens kampt Defensie door de bezuinigingen met een personeelstekort, waardoor er minder militairen en uiteindelijk ook minder veteranen zullen zijn.
Dataverantwoording De data zijn afkomstig van het Ministerie van Defensie en toont een overzicht van internationale vredesoperaties, alsmede humanitaire missies waarin de Nederlandse krijgsmacht heeft deelgenomen sinds 1947. Dit jaar is als uitgangspunt genomen door het archief dat teruggaat tot de eerste missie waar Nederlandse militairen naar zijn uitgezonden, na de begindatum van Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog in 1945. In deze historische missies worden Engelstalige missienamen aangehouden, zoals de VN en andere internationale organisaties die gebruiken. Als begindatum geldt de dag van aankomst van de eerste Nederlandse militairen in het operatiegebied, als einddatum geldt steeds de dag van vertrek van de laatste Nederlandse militairen uit het operatiegebied. In de telling van het aantal militairen zijn alleen Nederlandse militairen opgenomen. Militairen die tijdens dezelfde missie meerdere keren zijn uitgezonden, worden net zoveel keer geteld. Het gaat, met andere woorden, om het aantal gevulde functies in het missiegebied. Zogenoemde werkbezoekers, die korter dan 30 dagen in het gebied verblijven, zijn niet meegeteld.