“Als ik mijn jas aantrek, denk ik: Oh fuck, ik ga deze dag echt aan!”

“Als ik mijn jas aantrek, denk ik: Oh fuck, ik ga deze dag echt aan!”

Foto door Pexels.com

Liv* is 17 jaar en heeft een angststoornis. Ze kampt al sinds groep 6 met verschillende mentale problemen. Liv zit nu in het laatste jaar van het vwo. Eerst uitte haar angststoornis zich in dwang. Ze voelde zich vies, daarom vermeide ze bepaalde dingen en situaties. Doordat ze gepest werd op de basisschool, kwam er veel onzekerheid bij. Opmerkingen die ze naar haar hoofd geslingerd kreeg, gingen zich daar nestelen en werden haar eigen gedachten. Nu bestaat haar angststoornis vooral uit vermijding, onzekerheid en angst. Ze krijgt hiervoor gespecialiseerde therapie sinds de tweede klas. Tijdens haar sessies werkt ze bijvoorbeeld aan “exposure”, ze gaat er letterlijk op uit en doet de dingen die ze eng vindt.  

“Een angststoornis hebben betekent voor mij leven met veel angst, onzekerheid en vermijding. Ik sluit mezelf op in huis en in mijn hoofd. Bij mij is dit veroorzaakt door trauma. Ook al gaat het nu beter dan het ooit is gegaan, heb ik nog steeds last van mentale maar ook fysieke klachten. Er vliegen heel veel verschillende gedachten, met 120 kilometer per uur door mijn brein heen. Als jij tegen mij zou zeggen: “Liv, ga je even langs de supermarkt?!”, is dat voor mij echt een no-go. Ik bedenk verschillende scenario’s waar ik allemaal escape-plannen bij verzin, zodat ik niet hoef te doen wat je van mij vraagt. Een lange tijd zorgde de vermijding ook voor depressie. Ik wilde toen niet meer leven, maar ik was te bang om dood te gaan. Ik wilde er niet meer zijn, maar ik was te bang om mezelf iets aan te doen, waardoor ik in een soort “verlamde tussenpositie” terecht kwam.   

Ik heb ook fysieke klachten, maar die worden vooral veroorzaakt door de mentale klachten. Alles zorgt voor vermoeidheid. Er was een tijd dat ik non-stop hoofdpijn had. Één keer per maand piekte dat in de vorm van migraine, daarna begon het weer opnieuw. Door mijn onzekerheid kan ik niet sporten, waardoor ik niet zo sterk ben. Ik denk dat ik sporten misschien wel heel leuk zou vinden, maar het is voor mij te confronterend om met mijn lichaam bezig te zijn.  

Er zijn gelukkig tijden dat het wat beter gaat, ik voel me dan helderder in mijn hoofd. “Is het echt zo belangrijk dat ik hier bang voor ben? Nee, oké dan ga ik verder.” Denk ik dan bij mezelf. Het gaat soms ook veel slechter. Als ik niet om kan gaan met de stress die ik ervaar, omdat ik bijvoorbeeld heel veel te doen heb, klap ik dicht. Daardoor kan ik niks meer doen. Dan sluit ik mezelf een soort van op. Om daar weer uit te komen is heel intens. Alle prikkels zijn dan heel heftig.  

Ik denk dat opstaan het aller moeilijkste is van de dag. Als ik opsta denk ik: “Oké, ik ga deze dag aan.” Als ik me aankleed maak ik het volgende besluit: “Okee, ik ga deze dag echt aan.” Als ik mijn jas aantrek, heb ik zoiets van: “Oh fuck, ik ga deze dag echt aan!” Dan fiets ik naar school en daalt de angst iets. Die drie beslissingen zijn elke dag erg vermoeiend. Als je opstaat geef je aan jezelf toe dat de dag gaat beginnen, deze dag moet ik mijn verantwoordelijkheden aangaan. De ochtend is het keuzemoment.  

School is erg lastig. Door de gangen lopen, drukke lessen met drukke klassen volgen, de aula, presteren en presenteren levert mij veel angst op. Mijn school is hier gelukkig heel flexibel in. Ze luisteren naar me. Ook al hebben ze niet altijd ruimte, proberen ze deze wel te creëren. Het liefst zou ik alles willen doen wat anderen ook kunnen. Naar een concert gaan, mijn muziek met mensen buiten mijn gezin delen, shoppen. Ik vind het naar dat dit me niet lukt, maar ik ga er steeds beter mee om. Een groot deel van mijn leven ging ik er niet mee om, maar nu probeer ik steeds meer dingen wél te doen. Ik challenge mezelf iets te doen en plan bijvoorbeeld een avondje film kijken met mijn moeder in de avond. Zo heb ik iets om naar uit te kijken. Nu, tijdens corona voel ik me wel minder abnormaal. Iedereen zit thuis en doet niet veel. Ik voel me daardoor niet zo anders dan de rest. 

Mijn gezin kon mij eerst geen hulp bieden. Dat kwam omdat iedereen in een slechte tijd zat. Nu is dat anders. Mijn moeder kan me goed stimuleren, maar geeft me ook af en toe een knuffel als ik dat nodig heb. Van mijn middelste zus heb ik denk ik het meest meegekregen. Door haar heb ik de waarde van eerlijkheid geleerd. Ik zeg nu vaker dat ik iets niet wil doen omdat ik er heel bang voor ben, in plaats van dat ik hoofdpijn heb. Buiten mijn gezin heb ik ook nog super lieve vrienden. Zij accepteren mij om wie ik ben. Ook al geloof ik het zelf niet altijd, weet ik toch diep van binnen dat ze er zijn. Een vriendin in het speciaal heeft mij altijd de ruimte gegeven om te groeien. Ze was als het ware mijn “geleidehond” op school. Ik wist dat ik letterlijk haar tas kon vasthouden als we naar een lokaal liepen. Ik ben heel dankbaar voor mijn vrienden, want ik weet hoe makkelijk je gedropt kan worden bij mensen van mijn leeftijd als je niet helemaal meedraait met de rest.  

Ik ben me bewust van de oorzaak van mijn angststoornis. Ook al is dit een hele nare ervaring, ben ik toch blij dat ik het weet. Doordat ik weet waar het vandaan komt, weet ik waar ik aan moet werken. Het geeft houvast en helderheid. Daarbij haal ik kracht uit schrijven, muziek maken en mijn hond. Angst betekent chaotische gedachten. Als je schrijft, dwing je jezelf te focussen. Daardoor neemt de chaos wat af. Ik schrijf gedichtjes, liedjes, maar soms ook een simpel lulverhaal. Mijn hond is altijd het zonnetje in huis geweest. Ze likte mijn tranen weg en vrolijkte mij op. Ik had heel erg last van nachtmerries. Mijn hond sliep toen vaak bij mij, omdat het fijn is dat je weet dat je niet alleen bent op dat moment. Je voelt een hartslag, je voelt haar warmte en je hoort haar adem. Dat is geruststellend.  

Mijn grootste droom is dat ik uiteindelijk een leven krijg dat normaal voelt, dat ik zelfrespect ontwikkel en dat ik van mezelf ga houden. Ik hoop dat al mijn energie naar fijne en positieve dingen kan gaan, in plaats van naar mijding en angst.   

“Durf te hopen” Dat zou ik zeggen tegen iemand die ook een angststoornis heeft. Ook al is die hoop eng, zoek hem op en houd je eraan vast. Durf jezelf in de toekomst te zien, durf te dromen, durf te hopen dat je hieruit gaat komen. Heb geduld, maar blijf wel stappen zetten. Hoe klein ze ook lijken, voor jou zijn die stappen fucking groot!  

*We hebben bewust gekozen om niet de echte naam te gebruiken, deze is bekend bij de redactie.  

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *