INTERVIEW WESLEY MAK: IK JUICH EERDER VOOR ITALIË DAN VOOR ORANJE

INTERVIEW WESLEY MAK: IK JUICH EERDER VOOR ITALIË DAN VOOR ORANJE

"Als iemand mij vraagt ‘Als je iedereen mocht kiezen, levend of dood, om een etentje mee te hebben wie zal dat dan zijn?’  dan zeg ik Andrea Pirlo.”

We spraken met Wesley Mak. Een 26-jarige voetbaljournalist uit Voorburg. Hij maakt de ‘Lo Stadio podcast’ met collega’s Willem Haak en Sander Jonkman. Ook is hij werkzaam als vertaler. Hij vertelt onder anderen over zijn liefde voor Italië én zijn voetbalheld. 

Hoe kwam jij in aanraking met het Italiaanse voetbal?

“Eigenlijk vooral vanuit de familiesfeer. Ik ging vroeger altijd met mijn vader op vakantie naar Zwitserland en op een gegeven moment hadden we het idee om een uurtje door te rijden, naar Italië. Dat werd vaste prik en toen kwamen de eerste pizza’s, pasta’s en woordjes Italiaans voorbij. Dat was allemaal rond 2006 en toen was toevallig ook het WK voetbal. Dat was het eerste grote voetbaltoernooi wat ik als kind keek en Italië werd wereldkampioen. Vanaf dat moment ben ik het Italiaanse voetbal gaan volgen. Toen kwam ik erachter dat veel spelers van het Italiaanse elftal in de Serie B (het een na hoogste niveau in het Italiaanse voetbal) speelden omdat Juventus net was teruggezet vanuit de Serie A als straf voor een omkoopschandaal. Het fascineerde mij dat veel spelers de club toen trouw bleven en een divisie lager gingen spelen in plaats van vertrokken. Vanaf dat moment kwam dus zowel de liefde voor Italië als de liefde voor Juventus. Sindsdien kwamen we ook elke zomer terug in Italië dus ik leerde ook steeds meer de taal en de cultuur kennen. De liefde voor het land zelf en het voetbal is dus gelijktijdig ontstaan.”

Je spreekt ook vloeiend Italiaans.

“Klopt. Ik heb het gestudeerd aan de universiteit in Leiden. Ik wilde altijd al een taal studeren. Ik kon dus uit de talen kiezen die ik nog niet op de middelbare school had geleerd zoals Portugees, Spaans en Italiaans. Die keuze was snel gemaakt omdat ik toch al een beetje ervaring had met Italië. Ik kan heel goed met de mensen daar communiceren maar als je er een tijdje niet bent geweest is het weer even wennen.”

Emile Schelvis zei in jouw podcast dat hij de taal niet goed kan volgen als de mensen snel spreken. Heb jij dat ook?

“Nee eigenlijk totaal niet. Italianen praten helemaal niet snel. Dat lijkt alleen maar zo als je de taal niet goed spreekt. Het is een soort mythe dat Italianen heel veel en snel spreken. Als je een zin in het Italiaans vergelijkt met een zin in het Nederlands, gebruiken Italianen veel minder woorden om iets te vertellen. Wij Nederlanders praten eigenlijk veel sneller.”

Heb je in Nederland een voorkeursclub?

“Ajax. Vooral omdat ik door de buurman, voor mijn verjaardag, een keer meegenomen werd naar Ajax tegen FC Den Bosch. Dat was mijn allereerste wedstijd in een stadion. Dan heb je eigenlijk gelijk je voorkeursclub te pakken. Ik woon nu ook in Amsterdam en heb als camerajournalist bij Ajax gewerkt. Ik heb dus een voorkeur voor Ajax maar geen afkeur tegen andere clubs.”

Volg je de spelers van ADO met een Serie A verleden en de Serie A spelers met een ADO verleden aandachtig ( Onder anderen Jerdy Schouten en Ricardo Kishna)

“Ik heb zelf wel iets met ADO. Ik heb namelijk bij Wilhelmus gevoetbald en dat was een soort zustervereniging van ADO Den Haag. Ik ben dus regelmatig als ballenjongen maar ook als toeschouwer geweest. Ik volg niet specifiek de jongens met een ADO verleden maar wel met een Eredivisie verleden. Inderdaad Kishna en Jerdy Schouten die dan toevallig in Den Haag hebben gespeeld maar ook oud-PSV’er Lozano bijvoorbeeld. Als er een speler vanuit Nederland naar Italië komt vragen Italiaanse collega’s vaak aan mij wat voor soort speler het is. Ook met onze podcast focussen we vaak op Serie A spelers met een Eredivisie-verleden.”

Wat vind je van de band tussen de supportersgroepen van ADO en Juventus?

“Ik ken wel fans van Juventus die regelmatig bij ADO op bezoek gaan maar andersom niet echt. Toen er nog fans in de stadions mochten zag je ook wel vaak groengele vlaggen bij Juventus. Als ik Italiaanse voetbalfans spreek en ze weten dat ik Nederlands ben, gaat het meestal over Ajax, Feyenoord of PSV. Die clubs zijn natuurlijk veel bekender dan ADO. Het is wel bijzonder dat een relatief kleine club als ADO zo een band heeft met het grote Juventus.”

Wie is jouw absolute voetbalheld?

Andrea Pirlo. Op dat WK in 2006 was hij een van de mooiste spelers. Hij was op dat moment ook een van de beste spelers ter wereld. Toen ik zelf voetbalde speelde ik ook op dezelfde positie op het middenveld als hem.  Ik was wel technisch maar ik vond het af en toe ook lekker om iemand vol te tackelen. Dat had Pirlo dan weer niet. Toen hij naar Juventus kwam was het helemaal feest. De grootste speler die ik mij kon bedenken bij mijn favoriete club. Ik heb al twee keer zijn biografie gelezen. Ook heb ik ooit voor mijn verjaardag een grote print gekregen waarop Pirlo als een soort god staat afgebeeld, die hangt bij mij op het toilet. Hij is echt een legende.”

Heb je Andrea Pirlo weleens ontmoet?

“Nee nog nooit. Dat staat wel op de bucketlist. De oom van mijn vriendin is ook sportjournalist en hij heeft Pirlo ooit mogen interviewen. Hij heeft toen ook een shirt door hem laten signeren. Daar ben ik erg jaloers op. Als iemand mij vraagt ‘Als je iedereen mocht kiezen, levend of dood, om een etentje mee te hebben wie zal dat dan zijn?’  dan zeg ik Andrea Pirlo.”
Dan je podcast, ‘Lo Stadio’. Hoe is deze ontstaan en waarom die naam?

“Ik heb die domeinnaam vier jaar geleden gekocht om een internetblog te gaan schrijven over Italiaans voetbal. Je had vroeger in de Corriere dello Sport een rubriek die Lo Stadio heette dus vandaar dat ik het zo noemde. Ik schoof in die tijd ook al regelmatig aan bij de mannen van de podcast FC Afkicken. Toen vroegen ze daar of Willem Haak en ik het niet leuk zouden vinden om een podcast over Italiaans voetbal te gaan maken. Daar zijn we toen samen aan begonnen. Ik had de naam toch al en het is makkelijk uit te spreken voor Nederlanders. Toen heb ik een logootje bedacht en de website op orde gebracht. Zo is de Lo Stadio podcast ontstaan.”

Je hebt al veel mooie gasten in de podcast gehad. Wie staat er nog op het wensenlijstje?

“Het mooiste zal natuurlijk zijn als we grote namen uit het verleden te gast krijgen. Denk aan Marco van Basten, Frank Rijkaard of Ruud Gullit. We hebben wel al wat lijntjes uitgegooid maar ze hebben het natuurlijk erg druk met andere afspraken. Er zijn ook mensen die een vergoeding vragen om te gast te zijn bij ons maar dat vinden wij te ver gaan.”

Je hebt al meer dan 100 podcastafleveringen gemaakt. Wat is je top 3?

“De aflevering met Marciano Vink was bijzonder omdat dat de eerste bekende oud-voetballer was in de show. Ook de aflevering rond de wedstrijd Ajax – Juventus was bijzonder omdat we Romeo Agresti te gast hadden, een grote naam in de voetbaljournalistiek. Het derde was niet voor de podcast maar wel heel gaaf. Ik ging met twee bekende Italië-verslaggevers (Renate Verhoofstad en Mustafa Marghadi) naar de wedstrijd Fiorentina – Inter om daar een item over te maken. Dat was ook echt tof.”

Tot slot. Als Nederland tegen Italië speelt, voor wie juich je dan?
“Toch wel voor Italië. Ik spring eerder in de gracht als Italië Europees kampioen wordt dan als Oranje de beker wint. Ik heb ook elke keer een gevoel van thuiskomen als ik Italië binnenrijd. Uiteindelijk ben ik ook van plan om in Italië te gaan wonen. Misschien niet fulltime maar wel een vakantiehuis bijvoorbeeld.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *