Toen er op 15 maart bekent werd gemaakt dat de middelbare scholen dicht gingen, moest er voor veel middelbare scholen in het land gezocht worden naar nieuwe manieren van onderwijs geven. Nu de scholen weer open kunnen is het voor veel scholen een puzzel, hoe met de maatregelen, zoals afstand houden, om te gaan. Op het A. Roland Holst College kiezen ze ervoor om geen “gekke dingen” te gaan doen en focussen ze op het contact tussen leerling en mentor, met voldoende afstand.

René Karman is rector van het A. Roland Holst College. Het besluit om de scholen te gaan sluiten was volgens hem erg plotseling. “Dus we moesten heel snel handelen.” Karman en zijn collega’s hebben er in de eerste paar weken voor gekozen om terug te gaan naar de “basis”. Karman: “Dat betekent dat de leerlingen van ons opdrachten krijgen waar ze aan kunnen werken. We zorgen er met name ook voor dat de mentor regelmatig contact heeft de met de leerlingen. Aan het begin hebben we ervoor gekozen dat de mentor dat meerdere keren doet bij de onderbouw en in de bovenbouw twee keer in de week. Gewoon om te volgen: ‘hoe gaat het?’, ‘Kom je er uit met de opdrachten?’, ‘Lukt het?’. En dat zijn we in de loop van de tijd gaan aanvullen met Hangout bijeenkomsten, waar leerlingen vragen konden stellen. Wij hebben er dus nadrukkelijk niet voor gekozen om te zeggen van: ‘We blijven gewoon de lessen draaien, zoals we dat altijd deden en dat gaan we nu via de computer doen. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat dat niet effectief is.”

Karman vertelt dat het niet vlekkeloos ging, maar dat toch heel tevreden is met wat de leerlingen en zijn collega’s hebben gedaan. “Het ging zo plotseling en snel, dat er altijd dingen toch niet duidelijk zij. Dat leerlingen het de druk kregen, hebben we meegemaakt. Dat andere leerlingen te weinig te doen hebben.” Waar Karman zeer tevreden over was is het contact tussen mentor en leerling. “We hebben daardoor eigenlijk ook bijna geen leerlingen gehad die we helemaal uit het oog zijn verloren. Wat ik denk is dat leerlingen een enorme ervaring opdoen in het zelfstadig werken, het plannen en het zelf verantwoordelijkheid nemen voor je onderwijs. Ik zie daar een enorme winst.”

De toetsweek die gepland stond is, met uitzondering van de voorexamenklassen, voor alle leerlingen geannuleerd. “Daar kiezen we bewust voor, omdat die leerlingen volgend jaar naar het examen gaan en we willen zicht krijgen op mogelijke achterstanden. Dit roep wat op bij leerlingen. Die zijn bang van ‘Oh, wat als het tegenvalt? Dan blijf ik misschien wel zitten’. We zijn er mee bezig om ze te vertellen dat wij er zo niet naar kijken. Wij doen deze toetsweek met name omdat ze volgend schooljaar het examenjaar in gaan en als we dat moeten repareren moeten we dat snel doen. Daar willen we nu zicht op krijgen.”

Vanaf volgende week kunnen de scholen weer open. Daarbij moet echter nog wel rekening gehouden worden met de anderhalve meter afstand om besmetting te voorkomen. “Dat is een hele puzzel. Daar zijn we druk mee bezig. We hebben nu in ons gebouw allemaal bewegwijzeringen, stickers en zeepdispensers geplaatst. Leerlingen krijgen desinfecterende gel. We hebben de lokalen ingericht op anderhalve meter, dus het gebouw is er nu wel klaar voor.”
De school kiest er volgens Karman bewust voor om niet gelijk weer te beginnen, zoals ze voor de sluiting lesgaven. Ze kiezen ervoor om de lijn, die de afgelopen weken is ingezet, te blijven volgen. “Dat betekent dat we, vanaf volgende week, leerlingen in blokken naar school laten komen en dat leerlingen zelf aan moeten geven voor welke vakken ze graag willen komen. Dat kan zijn voor een vak dat ze erg hebben gemist, denk aan bewegingsonderwijs, maar dat kan ook voor een vak zijn waarvan een leerling denk: ‘Ja, daar ben ik toch niet uitgekomen in deze vorm van onderwijs.’ Meer in de reanimerende sfeer.”
Daarnaast gebruikt de school inmiddels een grote ruimte om leerlingen om te vangen, waarvan ze denken “Die kunnen wel extra zorg gebruiken”. Denk hierbij aan leerlingen met een onveilige thuissituatie of leerlingen met ouders in cruciale beroepen. Karman: “ Die groep hebben we inmiddels uitgebreid met leerlingen waarvan we denken ‘Nou, dat loopt niet lekker’. Die willen we extra ondersteunen. Die leerlingen werken dan op school, waarbij docenten aanwezig zijn om vragen te beantwoorden. Niet om les te geven, maar om ze te ondersteunen.”