Bijzonder Onderwijs: een persoonlijke beleving

Bijzonder Onderwijs: een persoonlijke beleving

Cornelie Ploeg (19), is Christelijk gereformeerd opgevoed en ging lange tijd naar scholen die onder bijzonder onderwijs vielen. Voordat ze ging studeren aan de hogeschool in Utrecht zat Cornelie op twee verschillende Christelijke scholen: de Steenblokschool en het Ichthus. Haar schoolervaringen kunnen behoorlijk afwijken van die van iemand die op het openbare onderwijs zat.

“Ik ging naar een christelijk gereformeerde basisschool genaamd de Steenblokschool. Deze had nauwe banden met de gereformeerde gemeente Nederland. Voor de leek misschien beter bekend als de ‘zwaarste’ christelijke kerk. Meisjes moesten lang haar hebben en rokjes dragen. Een tv thuis was uit den boze. Ook films waren niet vanzelfsprekend. In die zin waren mijn ouders trouwens wel al wat anders dan de anderen, wij hadden namelijk een vhs-player thuis, waar we voornamelijk disneyfilms op keken. Ook kan ik me herinneren toen ik eens als 8 jarige vertelde dat ik zondags gebarbecued had. Dit werd vreemd gevonden door de meester en wat klasgenootjes, omdat zondag als de dag des Heeren werd gezien. Het huis mocht dan enkel verlaten worden om te wandelen of naar de kerk te gaan. Ook mocht er niet worden gecomputerd of film gekeken. En blijkbaar was ook barbecueën te actief voor deze rustdag.

De dag werd gestart met een vertelling uit de Bijbel, psalmgezang en een gebed. Hierin werd God gedankt voor de gezondheid van de aanwezigen en werd hem gevraagd ons te helpen met onze taken die dag. Voor de lunch werd er gebeden en afsluitend gedankt. Hierbij werd God gevraagd het eten te zegenen en na het nuttigen van de maaltijd werd hij gedankt voor het goede voedsel. Aan het einde van de dag werd er opnieuw psalm gezongen en gebeden.
Voor iedere maandag moest er vanaf groep 3 tot en met 6 een psalm uit het hoofd geleerd worden. Deze moesten we dan om de beurt hardop zingen aan het bureau van de meester of juffrouw. In groep 7 en 8 waren het geen psalmen meer, maar moesten we de catechismus leren. Dit waren geloofsvragen en antwoorden hierop. Deze dreunden we iedere dag minstens eenmaal op aan het begin, maar soms ook aan het einde van dag op. Ook kregen we vanaf groep 5 wat we Namen en Feiten noemden. Dit was een boekje met namen en feiten uit de Bijbel, die voor iedere vrijdag geleerd moesten worden. Bijvoorbeeld hoeveel broers Jozef had, waar hij woonde of hoe zijn moeder heette.
Vervolgens ging ik samen met drie andere klasgenootjes naar de lokale christelijke middelbare school het Ichthus College. Het Ichthus College werd gezien als een vrijere school.

Het Ichthus omschreef zichzelf als een christelijke school met de reformatorische grondslag. Dit betekende dat er leerlingen van veel verschillende christelijke stromingen waren. Meisjes mochten broeken dragen en het grootste deel van de leerlingen had een tv thuis. Ik wilde hier zelf graag naar toe, omdat mijn zussen inmiddels broeken droegen en oorbellen hadden. Hier kwam de een zelf mee in de problemen op het Lodenstein, waar zij naar school ging, maar ook ik werd er op aangekeken. Er werd over geroddeld en het is wel eens gebeurd dat een klasgenootje op afkeurende toon vroeg of mijn zussen broeken droegen. Mijn ouders vonden het prima dat ik naar het Ichthus ging.

Voor mij was het Ichthus een fijne vrije plek, waar ik een stuk meer over de wereld leerde. Ik leerde bijvoorbeeld tv programma’s kennen waar ik ooit wel eens wat van gehoord had, maar niet wist wat ze precies inhielden, zoals ‘boer zoekt vrouw’, ‘heel Holland bakt’ of ‘wie is de mol?’. Ook hier werd de dag gestart met gebed, een stukje bijbellezing en, afhankelijk van de docent, psalmgezang. Voor de lunch werd er vaak alleen vóór de maaltijd gebeden en aan het einde van de dag werd er opnieuw gebeden. Mijn ouders, met name mijn moeder, werden ook wat relaxter wat betreft de regels vanuit de kerk. Ik mocht oorbellen, zondags film kijken en computeren en hoefde nog ‘maar’ eenmaal per zondag naar de kerk. Uiteindelijk begon ik ook broeken te dragen rond mijn 16e. Ik had nooit echt dat ik iets niet mocht wat de rest van mijn klas wel mocht.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *