Treinkaping De Punt vandaag 45 jaar geleden

Treinkaping De Punt vandaag 45 jaar geleden

Foto: Nationaal Archief

Vijfenveertig jaar geleden, op 23 mei 1977 vindt een kaping plaats in de intercity van Assen naar Groningen. Negen jonge Zuid-Molukkers tussen de zeventien en zevenentwintig jaar, weten ter hoogte van het dorpje De Punt in de provincie Drenthe de trein te veroveren. In de trein bevinden zich op dat moment 54 passagiers. De Molukkers eisen een onafhankelijke republiek der Zuid-Molukken, en de vrijlating van 21 Zuid-Molukse gevangen. De vader van Geurt Cuppe die inmiddels woonachtig is in het Gooi, genaamd Jan Cuppen zat op dat moment in de bewuste trein die drie weken lang gekaapt zou blijven. Bij de bevrijding van de trein kwamen 6 gijzelnemers en 2 passagiers om het leven.

“Ik was zeventien op het moment van de treinkaping. Ik woonde samen met mijn oudere broer, jongere zus, mijn moeder en mijn vader in Brabant. Ik zat op de middelbare school en deed daar VWO, daarnaast werkte ik in de horeca. Na de middelbare school was ik van plan om geneeskunde te studeren. Mijn vader was docent aan de kunstacademie in Tilburg en hij moest die dag examens afnemen op de kunstacademie in Groningen. Dit deed hij vaker onder andere ook in Amsterdam en Den Haag.

De dag van de kaping was ik vrij, ik denk vanwege de schoolonderzoeken op mijn school. Op de radio hoorde ik ‘s ochtends dat er een kaping had plaatsgevonden in een trein, dit was rond negen uur, ik was net wakker. Mijn moeder heeft mijn vader die ochtend vroeg naar het station van Den Bosch gebracht. Ik vertelde mijn moeder over de treinkaping, zij wist meteen dat mijn vader in die trein zat. Zij is direct gaan bellen naar de kunstacademie in Groningen waar mijn vader die dag dus als examinator aan het werk zou zijn. De medewerkers van de kunstacademie vertelde haar dat hij die ochtend niet was aangekomen.

Mijn moeder reageerde heel strijdvaardig, zij heeft toen bij de politie geïnformeerd, daar kende ze iemand. Mijn vader bleek inderdaad in de gekaapte trein te zitten. Na een dag of vijf is mijn moeder naar Groningen gereisd. Zij belandde daar in een hotel dat was vrij gemaakt voor mensen die familie hadden in de trein. Rond de laatste week van de kaping zijn mijn broer, zus en ik daar ook naartoe gereisd, eerst met de trein en het laatste stukje met de bus. Op station Groningen hadden ze een opvangcentrum gecreëerd, daar spendeerde wij onze dagen. Hier konden wij tafeltennissen en tafelvoetballen terwijl iedereen wachtte op nieuws. Ik ging er van uit dat mijn vader uit de trein zou komen. Tijdens de kaping ben ik met onze kennis bij de politie het veld in geweest om te zien waar de kaping plaatsvond. Ze hadden een boerderij vlak bij de gekaapte intercity omgebouwd als commandopost. De trein was afgeplakt met kranten maar toch wist de politie waar iedereen zich in de trein bevond. De momenten voor het einde van de kaping waren erg verwarrend. Via een contact bij de politie wisten wij dat mijn vader een dag later bevrijd zou worden. Deze bevrijding werd door onder andere laag overvliegende straaljagers mogelijk gemaakt.

Toen mijn vader vrij kwam konden wij niet gelijk naar hem toe. Hij werd eerst medisch onderzocht, zowel fysiek als mentaal. Kort na de bevrijding werd al direct verteld dat er twee slachtoffers waren gevallen onder de passagiers. De ochtend van de bevrijding zijn wij vroeg gewekt en meegenomen door de politie, de familie van de slachtoffers werden toen apart genomen. Hun werd toen verteld dat het was misgelopen.Na de kaping heeft mijn vader nergens last van gehad, daar hebben wij als gezin wel over gepraat. Achteraf vertelde hij wat zijn bezigheden waren in de trein. Hij las veel boeken die door de politie naar de trein werden gebracht. Iedereen kon opgeven wat voor een boeken hij of zij wilde lezen.

Mijn vader toonde geen wrok naar de kapers. Nu terugkijkend op de periode van toen kan ik me de boosheid en frustratie van de Molukkers die zij bij hun ouders en grootouders hebben gezien, nog steeds begrijpen. Ik zat op school met Molukse leerlingen en kende de historie van de Molukkers en de gedachtegang waarmee zij hun daden uitvoerde. Ik kon daar niet boos over zijn. Ik vind dat geweld nooit de oplossing is voor een probleem, maar ik had geen haatgevoelens naar die mensen. Toen bekend werd dat de Molukkers de boel onderdruk wilde zetten door mensen te executeren veranderde dit gevoel wel.”

Over de auteur

Lieve Scholtze

Beste lezer, mijn naam is Lieve Scholtze. Ik ben 18 jaar en student Journalistiek aan de Hogeschool Utrecht. Ik heb een brede interesse in veel verschillende onderwerpen. Op dit platform kunt u van mij daarom veel uiteenlopende producties verwachten. Mocht u mij willen bereiken is dit mijn e-mailadres: lievescholtze@gmail.com

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *