Expositie van architectuurfotograaf Iwan Baan over Dudoks werk te bezichtigen in DAC

Expositie van architectuurfotograaf Iwan Baan over Dudoks werk te bezichtigen in DAC

In het Dudok Architectuurcentrum, gelegen in het souterrain van het beroemde raadhuis, is de tentoonstelling van Iwan Baan te bezichtigen. De beroemde architectuurfotograaf heef alle door Dudok ontworpen vandaag de dag overgebleven werken in Nederland doormiddel van luchtfotografie vastgelegd.

Op een wat grijze donderdagmiddag rond een uur of één, lopen de bezoekers het Dudok Architectuurcentrum (DAC) binnen. Het is wel even zoeken want het zit goed verstopt. Zelf vergeet ik bijna mijn mondkapje op te doen, maar de niet te missen grote bus desinfectiemiddel doet mij daar onmiddellijk weer aan herinneren. Een medewerker roept al lachend: “Vanaf vrijdag zijn we daar eindelijk vanaf.” Blauwe pijlen op de grond wijzen mij en de andere bezoekers de weg naar de receptie. Iris Dondon (29), is werkzaam bij het DAC. Zij verzorgd onder andere de rondleidingen.

Veel van de foto’s uit de tentoonstelling van Iwan Baan zijn vanuit de lucht gemaakt. De tentoonstelling toont voornamelijk Dudoks werken uit Hilversum, maar ook daarbuiten. Het werk van Dudok is heel divers. Volgens Iris is Dudok een stijl op zichzelf. “In zijn loopbaan heeft Dudok zich voortdurend laten inspireren door andere architecten. Zo was hij welbekend met Berlage. Ook haalde hij veel van zijn inspiratie uit de werken van onder meer De Stijl als van Frank Wright. “Vaak wordt er gezegd dat Dudok een modernist was, maar door voortdurende invloeden heeft hij geheel zijn geheel eigen stijl ontwikkeld”, vertelt Iris.  Dudok was bovendien een grote inspiratiebron voor Iwan Baan. Het eerste boek van Iwan Baan was zo een succes, dat daar een vervolg op moest komen. In het boek Dudok by Iwan Baan staat alle architectuur van Dudok welke vandaag de dag nog over is gebleven uitgebeeld. Baans idee was om te laten zien hoe de door Dudok ontworpen objecten decennia later nog steeds zo goed kunnen functioneren. “Dudok komt van oorsprong niet uit Hilversum maar Amsterdam. “Dudok komt uit een muzikaal gezin. Pas na zijn studie aan de militaire academie in Den Haag heeft hij voor de architectuur gekozen, legt Iris uit.

Wie dacht dat je na de tentoonstelling van Iwan Baan was uitgekeken bij het DAC heeft het mis. Door de smalle paden van het DAC loop ik een ruimte binnen.  Een soort tijdlijn van Dudoks Carrière. Tegen de klok in lopend bekijk ik het. Met daarachter de filmzaal. In de echoënde kelder hoor ik: De rondleiding staat op punt van beginnen. Samen met de andere bezoekers snel ik mij richting het startpunt. Voor de zekerheid wordt er nog even gewacht, voor het geval er nog mensen komen. Eenmaal compleet lopen we samen met de gids een trap op die ons leidt richting de burgerzaal, welke vaak wordt gezien als een van de mooiste zalen van Nederland. Kenmerkend is het vele licht. Dudok was heel modern voor zijn tijd. De bezoekers zijn ondertussen druk in de weer met hun mobiele telefoon om foto’s te maken. Een van de bezoekers steekt zijn hand op en vraagt: “Is deze zaal niet ontzettend duur geweest? “Dat ga ik u straks allemaal vertellen; antwoord de gids met een knipoog , waarna zij haar verhaal vervolgd. “De bedoeling was om van de burgerzaal echt iets moois te maken. Sinds corona wordt deze zaal ook als trouwzaal gebruikt. “Toen het raadhuis af was, hebben heel veel organisaties iets geschonken. De stoelen zijn oorspronkelijk een geschenk van De Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen.

Aan weerszijden van de zaal staan stoelen met daarop de verschillende stadswapens van de plaatsen in Het Gooi.  “Nog wat kleine details: de gouden tegeltjes stoppen eerder waardoor het geheel lijkt te zweven.” De bezoekers knikken enthousiast. “Voordat ik het vergeet, roept de gids: we lopen op de route naar de trouwkamer. Als je precies in het midden van de grijze lijnen gaat staat en deze kant op kijkt, zie je als het goed is pijlen verschijnen.” Dudok heeft heel creatief gebruik gemaakt van het licht. “Dudok is ook interieurarchitect. Zo heeft hij ook bijna het gehele meubilair van het raadhuis ontworpen. We lopen door naar de raadszaal. Opeens roept er iemand: “De raadszaal is bezet!” We besluiten toch nog stel een kijkje te nemen. “Daar zit de burgemeester. De bezoekers reageren vol bewondering.  “Precies achter de raadszaal zit de koffiekamer, met het idee dat je niet eerst door de gangen hoefde te lopen en de genodigden hier meteen hun koffie konden drinken.”

Een van de bezoekers blijft hangen. “Wacht niet op mij!” We lopen de koffiekamer binnen. Een van de bezoekers vraagt: Zijn dit de gispen stoelen? Ja! roept de gids enthousiast. “Mooi, wat leuk!” In die tijd super modern. Het idee was: Licht, lucht en ruimte. Moderne gebouwen krijgen grote ramen. Je maakt hele lichte houten stoelen waar je doorheen kunt kijken. Dat zorgt voor een soort openheid in de ruimte.” De toren was vorige eeuw in slechte staat. Begin tachtiger jaren werd het geheel gerenoveerd. Dat koste zo’n 30 miljoen gulden. Om de restauratie te kunnen bekostigen werd het gebouw om die reden rijksmonument. Waar de dag zo grauw begon, schijnt dan toch de zon. Even kan het mondkapje naar beneden. In een vel zonlicht vervolgd zij dan haar verhaal. De 47 meter hoge toren biedt een wijds uitzicht over Hilversum. In de verte zie je het NOS-gebouw met links daarvan de televisietoren. Wat opvalt is hoe groen de stad eigenlijk is. Zo heeft Dudok het ook bedoeld. Eenmaal weer beneden lopen we via een zijuitgang het raadhuis uit. Waarvoor dient dat ene ronde raam, vraagt een van de bezoekers. “Dat was de handtekening van Dudok.” Inmiddels is het al rond drieën. De klokken van het raadhuis beginnen te spelen, precies wanneer we weer het DAC binnenkomen, waar de bezoekers hard om moeten lachen.

Wat heeft de bezoekers doen besluiten bezoek te brengen aan het raadhuis? Een van hen is de net gepensioneerde Christiaan Bekker (68). “Sinds mijn pensionering ben ik meer verdieping gaan zoeken binnen mijn interesses. Architectuur ben ik altijd al in geïnteresseerd geweest.” Vervolgens vertelt hij dat hij tijdens zijn middelbare schooltijd al hobbymatig bezig was met onder meer Mondriaan. Hij groeide op in Den Haag “Ik woonde 200 meter van het door Berlage ontworpen gemeentemuseum vandaan. Waar ik zeer in geïnteresseerd was. De tentoonstelling van Iwan Baan is nog tot eind dit jaar te bezoeken in het DAC.

 

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *