In de landelijke fietsstadverkiezing scoort Hilversum dit jaar ‘ondergemiddeld’. De score wordt vooral naar beneden getrokken door een groot aantal 50 km/uur wegen waar geen apart fietspad naast ligt, en fietsers dus de rijbaan met autoverkeer moeten delen.

In de ‘Fietsstad 2020’ haalde Hilversum een 3,2 van de mogelijke 5. Dat klinkt misschien prima, maar in een land waar fietsen een tweede natuur is geworden haal je daar niet de gemiddelde gemeenten mee in. “Deze score betekent dat Hilversum niet goed is voor fietsers,” aldus Daan van der Burgh van de Fietsersbond, die de verkiezing houdt. Naast dat fietsers vaak de weg met de auto delen, scoort Hilversum ook slecht op infrastructuur. De bond meet dit door te kijken of er comfortabele verharding ligt, en of er voldoende fietsparkeerplekken van goede kwaliteit aanwezig zijn.

Van der Burg merkt wel op dat perfectie niet bestaat: “Zelfs bij de best scorende gemeentes zien we verbeterpunten.” In de grote winnaar van de competitie, Veenendaal, wordt ook nog een ‘magere’ 3,4 gescoord op de ‘omrijdfactor’. “Als we ritten plannen vanuit een centraal punt naar punten die hemelsbreed een kilometer verderop liggen, hoeveel moeten we dan meer fietsen dan die ene kilometer? Hoe kleiner die afstand, hoe hoger de score,” aldus de fietsersbond. In Hilversum wordt er op de omrijdfactor ook een 3,4 gescoord.

Er is ook goed nieuws. Op het gebied van stedelijke dichtheid is er in Hilversum niks aan te merken en de gemeente krijgt daarvoor dan ook de volle 5 punten. Bij deze test kijkt de Fietsersbond naar de gemiddelde fietsafstand tussen bestemmingen binnen de stad, en hoe lang deze duurt vergeleken met gemeenten met vergelijkbare omvang.