“Ik wil dat met dit boek de Hilversumse geschiedenis een beleving wordt en dus niet alleen een beschouwing van de historische geschiedenis,” aldus historicus Geraldien von Frijtag Drabbe Künzel (54). Zij is in 2016 gestart met een onderzoek naar de Hilversumse oorlogsgeschiedenis, met behulp van een aantal van haar geschiedenisstudenten van de Universiteit Utrecht. Na vier jaar onderzoek is hier het boek “Een stad op drift” uit gekomen, dat op 30 april gepresenteerd gaat worden.

Het onderzoek was een samenwerkingsverband tussen de Gemeente Hilversum, het Museum Hilversum en de Universiteit Utrecht. Er was namelijk nog niet veel over Hilversum tijdens de Tweede Wereldoorlog bekend, terwijl er veel interessante gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Dat laat Von Frijtag ook weten: “De meeste mensen hebben een vrij algemeen beeld van de geschiedenis over de oorlog. Een groot deel van de verhalen over de Jodenvervolging die wij kennen zijn bijvoorbeeld gebaseerd op de verhalen uit Amsterdam. Daar was veel geweld bij betrokken. Dit ging in Hilversum heel anders, daar kwam bijna geen politie aan te pas. De joden kregen daar de opdracht om zelf hun boeltje te pakken, naar het station te lopen en daar hun huissleutels te overhandigen. Daarnaast zie je dat de NSB-burgemeester een soort aanjagersfunctie had. Terwijl andere burgemeesters hier veel terughoudender in waren. Daardoor waren veel anti-jodenmaatregelen in Hilversum eerder beleid dan elders in Nederland. Als je op lokaal niveau gaat inzoomen zie je dus dat het beeld eigenlijk veel gedifferentieerder is.” Historici zijn zich pas de laatste jaren gaan focussen op lokale gebieden, mede daardoor was er tot nu toe nog niet heel veel bekend over de Hilversumse geschiedenis. De lokale geschiedenis was hiervoor meer het domein van de oorlogsliefhebbers. “Daardoor waren dit altijd maar kleine snippertjes van verhalen en nooit één verhaal. Wij hebben er nu één verhaal van kunnen maken,” aldus Von Frijtag.

In totaal hebben er ook tien geschiedenisstudenten meegeholpen aan het onderzoek. Von Frijtag had op de universiteit een stageplek uitgeschreven, daar konden de studenten dan voor ongeveer een half jaar verschillende werkzaamheden uitvoeren. “Ik merkte dat veel studenten de praktijkervaring misten op de opleiding. Met deze stage moesten zij echter veel mensen interviewen, presentaties en lezingen geven. Hierdoor kwamen zij midden in de maatschappij te staan en maakten ze veel mee in de praktijk. Doordat ze maar een half jaar onderzoek hebben gedaan, hebben de studenten natuurlijk niet al het onderzoek kunnen doen. Maar hierdoor hebben ze wel erg belangrijk voorwerk voor mij gedaan,” aldus Von Frijtag.

De focus van het onderzoek lag op de samenleving, dus de “gewone mensen”. Von Frijtag wilde de samenleving onder spanning zien: “Ik wilde kijken wat het met de mensen deed als er opeens een Duitser aanbelde, je school gesloten was omdat deze was ingepikt door de soldaten, of als je bijna geen eten meer had. Dus niet alleen kijken hoe het bestuur in z’n werk ging, maar hoe deze mensen dat allemaal ervaarden. Door de interviews te houden, oude dagboeken te lezen, de archieven in te duiken en oude politierapporten na te kijken komt het soms heel dichtbij. Ik zag bijvoorbeeld in een politierapport voorbijkomen dat er op de Gijsbrecht van Amstelstraat een karkas van een paard werd gerapporteerd. Dit paard was echter een paar uur ervoor overleden op de straat, omdat het op een bom was gelopen. Een paar uur later hadden de inwoners al zo veel van het dier afgehaald om hun honger te stillen dat alleen het karkas nog over was.”

Gebaseerd op het onderzoek heeft Von Frijtag een boek geschreven, waarin de levenslijnen van verschillende Hilversummers worden gevolgd. “In het onderzoek zag ik dat de oorlog vanuit heel veel verschillende perspectieven bekeken kon worden. De kijk naar de oorlog van een Duits-joodse vluchteling was bijvoorbeeld heel anders dan die van een niet-joodse huisvrouw met zeven kinderen. Door de verschillende levenslijnen kunnen de lezers zich bijvoorbeeld herkennen in bepaalde personages. Ik heb het zo geschreven dat de verhalen voelbaar zijn. Ik wil dat met dit boek de Hilversumse geschiedenis een beleving wordt en dus niet alleen een beschouwing van de historische geschiedenis.” Naast de presentatie van het boek, wordt er op 30 april ook een podcast over het onderzoek gepresenteerd door Museum Hilversum. Hierdoor is het verhaal toegankelijker voor de jongere doelgroepen en wordt er een zo breed mogelijk publiek bereikt.