
In september 2023 keerde Yaël Hersbach (22) terug naar Nederland, na een periode in Israël waarin ze voor het eerst echt in aanraking kwam met het Joodse geloof. Het land voelde als een plek waar ze haar identiteit begon te begrijpen en waar ze zich verbonden voelde met een gemeenschap die haar eerder vreemd was. Nog maar net thuis, veranderde alles. Tekst en vormgeving door: Ids Osinga

Lees hier meer.



De tweeëntwintigjarige communicatiestudent kreeg tientallen berichten van mensen die haar bedreigden met verkrachting, verbranding of zelfs onthoofding. Mensen werden boos op haar, omdat ze in Israël had gewoond en vanwege haar joodse achtergrond. Eerst nam Yaël de reacties niet serieus, tot mensen probeerden haar locatie te achterhalen en dreigden om haar familie iets aan te doen. Op dat moment besloot ze om online haar naam te veranderen en zette ze haar account op privé.





Zoals Yaël eerder vertelde, is antisemitisme de afgelopen jaren in Nederland duidelijk zichtbaarder geworden. Waar het eerder vaak anoniem of online plaatsvond, gebeurt het nu steeds vaker in het dagelijks leven: op straat, in het openbaar vervoer, op scholen en universiteiten. Denk aan scheldpartijen, intimidatie en het bekladden van Joodse plekken.
Volgens de Anne Frank Stichting zijn de incidenten met de twee meest voorkomende oorzaken : Het Midden Oosten-conflict & voetbal.




Data Verantwoording
Ik heb ervoor gekozen om naast het persoonlijke verhaal van Yaël ook data te gebruiken. Haar ervaringen staan centraal, maar ik vond het belangrijk om te laten zien dat wat zij voelt en meemaakt niet op zichzelf staat. Door cijfers toe te voegen kan ik haar verhaal plaatsen binnen een grotere maatschappelijke ontwikkeling. De data zorgt ervoor dat het portret niet alleen emotioneel is, maar ook journalistiek onderbouwd. Het laat zien dat het toegenomen gevoel van onveiligheid onder Joodse studenten voortkomt uit een aantoonbare stijging van antisemitische incidenten in Nederland.
De dataset die ik heb gebruikt komt uit de CIDI Monitor Antisemitische Incidenten 2024. Het CIDI (Centrum Informatie en Documentatie Israël) houdt al jarenlang bij hoeveel antisemitische incidenten er jaarlijks in Nederland worden geregistreerd. Zij verzamelen hun data op basis van meldingen van slachtoffers, politiegegevens, meldingen via Joodse organisaties en berichtgeving in de media. Het gaat hierbij om incidenten zoals verbaal geweld, bedreigingen, vandalisme, intimidatie en soms ook fysiek geweld. Deze manier van verzamelen maakt de data relatief betrouwbaar, omdat verschillende bronnen worden gecombineerd. Tegelijkertijd is het belangrijk om te benoemen dat het hier gaat om geregistreerde incidenten. Niet alles wordt gemeld. Sommige mensen durven geen melding te doen, vinden het te veel moeite of zijn zo gewend geraakt aan antisemitisme dat ze het niet meer melden. Daardoor is er waarschijnlijk sprake van onderrapportage en ligt het werkelijke aantal incidenten hoger dan de cijfers laten zien. Ondanks deze beperking wordt de CIDI-monitor breed erkend en gebruikt door media en overheid, wat de betrouwbaarheid van de bron versterkt.
Voor mijn visualisatie heb ik gekozen om alleen de jaartotalen van 2010 tot en met 2024 te gebruiken. Ik heb deze data geselecteerd omdat ik vooral de ontwikkeling over tijd wilde laten zien. In mijn verhaal gaat het over hoe antisemitisme zichtbaarder is geworden en hoe dat invloed heeft op het gevoel van veiligheid. Een tijdlijn maakt die ontwikkeling het meest inzichtelijk. Wat meteen opvalt, is de enorme sprong tussen 2022, 2023 en 2024. In 2023 steeg het aantal incidenten naar 379 en in 2024 naar 421. Dat is het hoogste aantal in veertig jaar. Door juist deze jaren te benadrukken kan ik direct de actualiteit van mijn onderwerp laten zien en de link leggen met de oorlog in Gaza en de toegenomen spanningen in Nederland. De data ondersteunt daarmee de centrale vraag van mijn MMP: hoe het is om als Joodse student te leven in een tijd waarin antisemitisme steeds zichtbaarder wordt.
Daarnaast heb ik twee visualisaties gebruikt die inzoomen op het soort incidenten en waar ze plaatsvinden. De eerste richt zich op het aantal meldingen op scholen in 2023 en 2024. Deze cijfers laten zien dat antisemitisme niet alleen op straat gebeurt, maar juist ook in omgevingen waar jongeren en studenten dagelijks zijn. Dat maakt het probleem extra dichtbij en tastbaar voor mijn doelgroep. De tweede visualisatie gaat over het type antisemitische incidenten, waarbij vooral schriftelijke uitingen opvallen. Denk aan berichten, comments en posts, vaak via sociale media. Dit sluit sterk aan bij de ervaring van Yaël, die vertelt dat antisemitisme voor haar niet alleen fysiek zichtbaar is, maar ook continu online aanwezig.
Voor de visualisatie heb ik gekozen voor een lijngrafiek in Flourish. Een lijngrafiek is passend bij deze data, omdat het gaat om een ontwikkeling door de tijd. Ik wil niet zozeer losse momenten laten zien, maar juist het patroon en de trend. Een staafdiagram had ook gekund, maar een lijn maakt de stijging richting 2023 en 2024 visueel sterker en indringender. Ook heb ik twee ‘donut’ grafieken gebruikt in de andere twee visualisaties. Deze vormen geven een helder en tevens amuserend beeld van de gebruikte data. Flourish heb ik gekozen omdat het een professioneel en journalistiek hulpmiddel is dat vaak wordt gebruikt door media. Het sluit goed aan bij het niveau en de uitstraling die ik zoek voor een platform als De Volkskrant en is makkelijk in te voegen in WordPress.
Ik heb bewust gekozen voor een statische visualisatie in plaats van een interactieve. Mijn productie is sterk verhalend en draait om het persoonlijke portret van Yaël. De data moet dit verhaal ondersteunen en niet te veel afleiden. Een interactieve grafiek kan de aandacht verleggen naar het ‘spelen’ met de data, terwijl ik juist wil dat de boodschap in één oogopslag duidelijk is: het aantal antisemitische incidenten is uitzonderlijk hoog geworden.
Bij het ontwerp van de grafiek heb ik gekozen voor rustige, ingetogen kleuren die aansluiten bij de rest van mijn MMP. Ik heb geen felle of alarmerende kleuren zoals rood of geel gebruikt, omdat dat te ‘sensationeel’ kan overkomen bij zo’n gevoelig onderwerp. In plaats daarvan kies ik voor neutrale tinten zoals paars en grijs, die betrouwbaarheid en ernst uitstralen. Dit past ook beter bij de journalistieke toon van De Volkskrant. Daarnaast ‘vervlechten’ deze kleuren goed met de kleurenpaletten van de MMP
De opbouw van de grafiek is zo gemaakt dat de aandacht automatisch naar de recente jaren gaat. Door voldoende ruimte te geven aan 2023 en 2024 wordt de enorme stijging daar extra zichtbaar. Ook heb ik in de introducerende alinea verteld dat 2024 het hoogste aantal incidenten ooit bevat. Zo hoeft de kijker niet eerst de hele tekst te onderzoeken om het belangrijkste inzicht te begrijpen.
Het samenspel tussen beeld en tekst is voor mij erg belangrijk. Daarom gebruik ik een duidende titel zoals: “Aantal meldingen geregistreerd door CIDI, 2010-2024”. Deze titel vertelt meteen wat het hoofdinzicht is. Daarnaast staat in de alinea boven de visualisatie een introducerende tekst. Hiermee geef ik context over jaar, aantal en bron. Samen zorgen deze titels ervoor dat de grafiek zowel snel te begrijpen is als journalistiek correct blijft.
In mijn visualisatie speelt visuele retoriek een duidelijke rol. Logos zit in de cijfers zelf: de data laat objectief zien dat het probleem groeit. Ethos komt voort uit het gebruik van een betrouwbare bron als het CIDI en uit het feit dat ik transparant ben over waar de data vandaan komt en wat de beperkingen zijn. Pathos ontstaat vooral in combinatie met het verhaal van Yaël. De grafiek op zichzelf is feitelijk, maar naast haar persoonlijke ervaringen krijgt de stijging van de cijfers een emotionele lading. De kijker begrijpt dat achter elk datapunt een mens schuilt.
Ik heb bewust gekozen voor een vorm waarin representatie belangrijker is dan illustratie. Ik gebruik geen symbolen, iconen of metaforen in de grafiek. De data wordt zo zuiver mogelijk weergegeven. Dit past bij de ernst van het onderwerp. De emotie zit in het verhaal en de beelden van Yaël, niet in decoratieve elementen in de visualisatie. Zo blijft er een goede balans tussen vorm en functie: de grafiek informeert, het portret raakt.
Samenvattend laat mijn data-analyse zien dat de ervaringen van Yaël onderdeel zijn van een bredere en zorgwekkende ontwikkeling. Door zorgvuldig om te gaan met bronkeuze, selectie, vormgeving en storytelling versterkt de datavisualisatie het journalistieke karakter van mijn multimediale productie en geeft het haar verhaal extra gewicht en geloofwaardigheid.
