Een feestje in het stilste gebouw van het dorp
Prentenboeken op het prentenplein in de Bibliotheek in Alphen aan den Rijn. Foto: Jens Noppen

De boekenweek viert dit jaar zijn negentigste verjaardag. De week zet zich in om Nederlandse boeken te promoten en nu sinds 2019 de lees- en taalvaardigheid in ons land achteruit gaat is dat belangrijker dan ooit. Het probleem begint al bij de allerkleinsten en daarom organiseert de overkoepelende organisatie Bibliotheek Rijn en Venen in verschillende bibliotheken voorleesfeestjes. Op elke laatste woensdag van de maand worden peuters en kleuters voorgelezen door vrijwilligers.

Het is de laatste woensdag van maart als ik de Bibliotheek in Alphen aan den Rijn binnen loop. Bibliotheken waren vroeger wekelijkse kost voor mij en mijn moeder, maar tegenwoordig is dat voor de gemiddelde Nederlander wel anders. Het aantal mensen dat naar bibliotheken ging daalde en vooral onder 18-jarige was er minder animo. Nu meer dan één derde van de bibliotheken in ons land een gratis abonnement voor boven de achttien aanbiedt, lijkt het aantal Nederlanders dat naar de bibliotheek gaat weer langzaam op te krabbelen.
Door de rust in het gebouw voelt het bijna alsof je hoofd onder water verdwijnt en de geluiden langzaam dempen. Een aantal meter voor mij zie ik de eerste witte, in een slingervorm naar achter lopende stellages met boeken die een beetje iets weg hebben van de typische Ikea blokkenkast. Links voor de witte kasten langslopend staat daar een vrouw van middelbare leeftijd achter het servicepunt.
‘Goedendag, mijn naam is Jens Noppen’, begin ik meteen en ze kijkt mij aan alsof ze zou moeten begrijpen wie ik ben. ‘Ik heb contact gehad met Tineke en ik mocht vandaag bij het voorleesfeestje zijn.’ De blik van de vrouw achter de balie verandert in een vriendelijke glimlach die mij gelijk duidelijk maakt dat ze nu wel berijpt wie ik ben. Ze steekt haar hand uit; ‘Aangenaam. Tineke is nog even bezig, maar loop maar vast achter mij aan. Ik ga namelijk zo voorlezen.’
Achter de vrouw aan langs de Ikea deluxe kasten en staat aan de linkerkant een soort glazen huis waar ‘Maakplaats’ op staat. Het glazen kamertje staat vol met 3D-printers en andere technische gadgets en ik baal een beetje dat ik die vroeger niet tot mijn beschikking had. Na de Maakplaats slaan we meteen linksaf en komen we op het prentenplein waar ik iets aantref dat ik nooit van mijn leven had verwacht te zien.
‘Ik ga hier over een kleine tien minuutjes voorlezen, dus neem gerust even plaats.’ Na een vriendelijk bedankje loop ik door naar de achterkant van het prentenplein zodat ik goed kan zien wat er allemaal gebeurt. Terwijl ik mijn, voor dit weer net iets te koude, tussenjas uitdoe kijk ik naar het tafereel dat zich voor mijn neus afspeelt. Verbaasd over rust die de peuters voor mij uitstralen als ze zelf op zoek zijn naar een geschikt prentenboek om zelf doorheen te bladeren of om aan hun ouders te geven om vervolgens voorgelezen te worden. Ouders en grootouders zitten in stoelen of fauteuils die in een cirkel om de bakken met op alfabetisch gesorteerde prentenboeken staan. Van een okergele bank tot gevlochten, grote stoelen, elke zitplaats in de ruime cirkel is bezet door families met stille kinderen die op het puntje van hun ouders hun schoot luisteren naar een verhaaltje.

Op dat moment komt de standaard voorleesster van het peutervoorleesfeestje het prentenplein opgelopen met een brede maar lage, kartonnen doos in haar handen. Ze zet deze op de zwartleren bank die vooraan in het midden van het prentenplein staat. Daar haalt ze twee knuffeltjes en een stapeltje met vertelplaten uit. De knuffeltjes, een beer en een haas, horen duidelijk bij de vertelplaten waar toevallig ook ‘Beer en Haas’ op staat.
‘Jullie mogen allemaal lekker hiervoor op de grond gaan zitten’, zegt dezelfde stem als degene die mij verwelkomde bij de servicebalie. Een groep van 15 peuters schuift op de grond voor de zwarte bank. Menig kind zit wiebelend op de grond, maar toch is het verhaal dat gaat komen genoeg om ze op hun plek te houden, voor nu.
‘Ik heb weer een verhaaltje meegenomen over Beer en Haas. Ze zijn er zelf ook bij vandaag’, zegt ze, terwijl ze twee knuffeltjes optilt en aan de groep kinderen laat zien. ‘Mogen Beer en Haas ook meeluisteren?’, vraagt ze aan de groep kinderen. Als er een voorzichtige ‘ja’ uit een aantal mondjes komt worden de twee knuffeltjes op de bank gezet.
‘Beer en Haas gaan verstoppertje spelen en zo te zien mag Haas beginnen met zoeken’, klinkt de kalme en aangename stem over het prentenplein. ‘Zullen we Haas helpen met tellen? Eén, twee, drie…’ Op het moment dat het getal vijf nadert, beginnen de kinderen, die tot nu toe regelmatig hun nek bijna verdraaide door veelvuldig naar hun ouders achter hen te kijken, mee te tellen.

Voorleesplaten van Waar is Beer? Foto: Jens Noppen

Een vrouw van naar schatting eind veertig komt op mij afgelopen. Haar donkerblonde haar zit netjes achter haar oren gekamd en haar ronde, lichtbruine bril past goed bij haar gezicht. ‘Jij moet vast Jens zijn, ik ben Tineke’, zegt ze terwijl ze haar hand uitsteekt. ‘Dat klopt’, antwoord ik enthousiast en begroet haar met een handdruk. ‘Wat enorm fijn dat ik hier mocht aansluiten.’ Ze neemt mijn enthousiasme meteen over; ‘Nou wat leuk dat je dit onder de aandacht wil brengen, de lees- en taalvaardigheid van jonge kinderen is enorm belangrijk.’

De knuffeltjes Beer en Haas die bij het voorleesboek horen. Foto: Jens Noppen

Al negentig jaar vraagt de boekenweek aandacht voor het lezen van boeken in ons land en dat is nog steeds enorm hard nodig. Sinds 2019 is er een significante daling te zien in de leesvaardigheid en het leesplezier van tieners. ‘Juist het voorlezen van al de allerkleinste kan helpen bij een enorme ontwikkeling in de lees- en taalvaardigheid’, legt Tineke uit. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat het voorlezen van jonge kinderen de schoolprestatie stimuleert. Ook daarna blijken jongeren nog positieve effecten te ervaren van het voorlezen in hun jeugd. Het opleidingsniveau, de sociale status en de moedertaal van de ouders maakt voor het kind niet uit als het wordt voorgelezen. Elk kind ervaart dezelfde extra ontwikkeling in de hersenen waarin er vooral op jonge leeftijd meer ontwikkeling plaatsvindt in de hersengebieden die zorgen voor visuele verbeelding en tekstbegrip.
‘Je merkt dat sommige ouders het lastig vinden om zelf voor te lezen omdat ze zeggen er geen tijd voor te hebben of omdat ze moeite hebben met de manier van voorlezen’, vervolgt Tineke haar verhaal.
Op dat moment staat er voorleesster op. ‘Jullie hebben Haas en Beer al heel goed geholpen met zoeken’, zegt ze, ‘maar nu is het tijd dat jullie ook gaan zoeken.’ Het laatste woord spreekt ze bewust langzamer uit dan de rest van de zin. ‘Het is belangrijk dat woorden veel herhaald worden als kinderen jong zijn’, vertelt Tineke mij. ‘Waar heeft dat mee te maken dan?’ Ik kijk haar vragend aan. ‘Kinderen moeten hun hersengedeelte dat gaat over taal- en letterkunde nog enorm ontwikkelen. Wij gebruiken woorden in veel verschillende contexten en dat maakt het voor een kind lastig om meteen te begrijpen wat het betekent.’ ‘Dus door het te herhalen leren ze het woord beter kennen en snappen ze beter wat het woord inhoudt’, vul ik haar aan. ‘Precies! Daarom stimuleren wij ouders ook om de activiteit van het voorleesfeestje ook thuis te herhalen.’ We draaien beiden ons hoofd naar het prentenplein en zien daar hoe kinderen hun energie, die ze met moeite tijdens het voorlezen konden bewaren, eindelijk kwijt kunnen tijdens het zoeken naar de knuffels. De witte kleinere Haas ligt voor mij duidelijk zichtbaar op de okergele bank, maar voor de peuters kost het meer moeite om te beseffen dat het knuffeltje pal voor hun neus ligt. ‘Ja! Ik heb Haas’, roept één van de kinderen hard over het prentenplein. Ik zie een moeder breed glimlachend naar de blonde peuter met de oranje trui en legergroene broek aan. Eerder werd het jongetje tijdens het voorlezen nog afgeleid, maar dit spelletje trekt blijkbaar meer zijn aandacht.
‘Wat leuk dat ook de ouders zo enthousiast zijn’, zeg ik tegen Tineke, die ook met een glimlach op haar gezicht aan het toekijken is. ‘Dat is nou juist de bedoeling. We proberen hier kinderen enthousiast te maken voor het lezen en het voorlezen zodat ze daar op latere leeftijd profijt van hebben, maar we hopen ook dat ouders door het leuke gevoel hier thuis het lezen voortzetten.’ ‘Dan lijkt me dat redelijk geslaagd als ik naar vandaag kijk’, zeg ik bijna afsluitend als Tineke toch nog een punt van ontwikkeling aanhaalt. ‘Helaas zien we dat het voor mensen die Nederlands niet als eerste taal hebben vaak nog wel een drempel is om naar een voorleesfeestje te komen. Gelukkig werken we ook samen met de Voorleesexpress en gaan onze vrijwilligers regelmatig langs bij gezinnen om thuis bij hen voor te lezen.’

Op het prentenplein is de voorleesster ondertussen aan het afronden. ‘Heel leuk dat jullie er waren. Als jullie met je kaart naar mij toe komen kunnen jullie nog een stempeltje krijgen voor de spaarkaart.’ Er ontstaat een drukte van rennende kinderhoofdjes die heen en weer bewegen van hun ouder of grootouder naar de voorleesster om een stempel te halen.
Dan vertrekken de eerste families weer langs de Maakplaats naar buiten en ik blijf verbaasd achter. Ik heb nog nooit zo veel vrolijke gezinnen met peuters bij elkaar gezien.