Achtergrondverhaal

Wintersport en milieu: een ecologisch dilemma op de piste

Auto volgeladen, dakkoffer geïnstalleerd en reizen maar: voor miljoenen Nederlanders is een tripje naar de sneeuw jaarlijkse kost. Als gevolg van het veranderde klimaat treft de wintersporter op plaats van bestemming steeds vaker een groene weide aan in plaats van een besneeuwde berg. Daardoor rijst de vraag: is het tegenwoordig nog ecologisch verantwoord om op wintersport te gaan?

Populariteit

Sinds jaar en dag is wintersport onverminderd populair onder Nederlanders. Gedurende de vorige wintermaand (november 2022 tot en met april 2023) stonden liefst 1,2 miljoen Nederlanders op de latten in Oostenrijk, een record. Dat blijkt uit cijfers van het Oostenrijks Toeristenburo.

Onderzoek van Snowplaza wijst uit dat Oostenrijk met 64 procent de meest populaire wintersportbestemming onder Nederlanders is. De top-3 wordt gecompleteerd door Italië (13 procent) en Frankrijk (11 procent). Zwitserland en Duitsland volgen met respectievelijk 5 en 2 procent.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verzamelde tussen 1989/1990 en 2015/2016 data van de achtergrond- en vakantiekenmerken van wintersportvakanties onder Nederlanders. De gegevens komen aardig overeen met de cijfers van het Oostenrijks Toeristenburo. In de winterperiode van 1989/1990 bedroeg het aantal lange wintersportvakanties in totaal 951.000, terwijl de periode van 2015/2016 goed was voor 866.000 vakanties.

Klimaatverandering

Wintersport kent ook een keerzijde. De laatste jaren gaat het steeds vaker over klimaatverandering. Zo bracht het wetenschappelijke tijdschrift Nature Climate Change in augustus vorig jaar een analyse naar buiten waarin onder meer staat dat in ongeveer de helft van de skigebieden in 28 Europese landen straks een zeer grote kans op sneeuwtekort is bij een temperatuurstijging van 2 graden Celsius. De Franse Algemene Rekenkamer deed daar begin februari nog een schepje bovenop en bracht een rapport uit over de toekomst van de skipistes in Frankrijk. Naar verluidt kunnen de Franse pistes het hoofd maar moeilijk boven water houden en bereiden ze zich nauwelijks voor op het veranderde klimaat en de afname van het aantal skiërs.

“De afgelopen dertig jaar is het in Oostenrijk logischerwijs een stuk warmer geworden. Zo zijn de gletsjers een stuk korter geworden of zelfs gesmolten”, zo licht Floris Lafeber, meteoroloog van Infoplaza, toe. “Een trend die op dit moment zichtbaar is en ook in de lijn der verwachting lag, is dat de zomer flinke droge perioden kent en de winter nat is.”

Lafeber uit zijn zorgen over de toekomst. “De laaggelegen wintersportgebieden in Oostenrijk gaan het zwaar krijgen. In de hooggelegen gebieden is de afgelopen jaren een behoorlijke hoeveelheid sneeuw gevallen, terwijl de laaggelegen gebieden juist te maken hebben gehad met meer regenval dan sneeuw.”

Jan van der Borg, hoogleraar Geografie en Toerisme aan de KU Leuven, typeert wintersport als een vakantie dat ‘met name afhankelijk is van de sneeuwcondities van redelijk kwetsbare berggebieden’. “Wintersport bestaat deels uit de reis naar de plaats van bestemming toe, dat is de carbon footprint. Daarnaast zijn alle activiteiten tijdens de wintersport goed voor een ecologische impact.”

“Een redelijk nieuwe ontwikkeling die nu zichtbaar is, is dat de sneeuwzekerheid in veel wintersportgebieden aan het afnemen is door klimaatverandering. Dat betekent dat er kunstsneeuw gespoten moet worden, en dat kost ontzettend veel water en energie. Mocht klimaatverandering steeds meer invloed hebben op de sneeuwzekerheid, dan wordt die overall footprint (van de reis en wintersportactiviteiten tot aan de sneeuwkanonnen, red.) op een gegeven moment ontzettend niet-duurzaam”, waarschuwt Van der Borg.

Skischaamte

De term skischaamte, een variant op vliegschaamte, komt tegenwoordig veel ter sprake. “Schaamte die iemand ervaart als hij gebruikmaakt van een vliegtuig, omdat vliegen het milieu belast”, zo schrijft de Dikke Van Dale over vliegschaamte. Arjen de Graaf, commercieel directeur van de Nederlandse Ski Vereniging, vindt de term skischaamte ‘totaal onterecht’. “Als er al iets van skischaamte zou bestaan, dan zou er ook iets als Londenschaamte, Barcelona-schaamte, cruise-schaamte of spullen op Alibaba bestellen-schaamte moeten zijn. Ik weet niet waar skischaamte vandaan komt, maar het lijkt bijna op een soort van symboolpolitiek. Het is uiteraard de bedoeling dat je de reis naar de plaats van bestemming verduurzaamt, dus het vliegtuig pakken is niet goed voor je ecologische voetafdruk. Maar ik vind het klinkklare onzin dat je je zou moeten schamen om een week in de Alpen te skiën.”

Ook Van der Borg is bekend met de term skischaamte. “Er komen steeds meer termen bij; vliegschaamte, SUV-schaamte, noem maar op. Overigens kan ik me wel vinden in de term skischaamte. Maar goed, alle vormen van toerisme kunnen duurzamer en minder schadelijk gemaakt worden. Met andere woorden: er is altijd wel ergens een mouw aan te passen.”

Alternatieven

“Dan moeten we voornamelijk overgaan op het gebruik van kunstsneeuw”, noemt Lafeber als mogelijke maatregel om de laaggelegen wintersportgebieden in stand te houden. “Neem nou het Duitse Winterberg, dat slechts 800 meter hoog is. Het afgelopen winterseizoen waren de weersomstandigheden daar heel slecht, maar het is echter wel gelukt om het tot en met maart in stand te houden door veel gebruik te maken van kunstsneeuw. Dat zouden de overige laaggelegen gebieden ook kunnen doen.”

En wat zouden de wintersporters zelf nog kunnen doen om hun ecologische impact te verminderen? “Dat is lastig zeggen, maar je zou bijvoorbeeld je steentje kunnen bijdragen door een goed skigebied op te zoeken. Daarmee doel ik op een hooggelegen piste. Dat is de veiligste manier”, aldus de meteoroloog.

Van der Borg sluit zich aan bij de woorden van Lafeber om richting een hooggelegen gebied te trekken. “Daarnaast is het een optie om de pistes anders te leggen, bijvoorbeeld meer in de schaduw en meer beschermd tegen de invloed van wind en andere weersverschijnselen. Bovendien is het een optie om laaggelegen wintersportoorden te converteren naar zomerbestemmingen, zoals Frankrijk dat gedaan heeft met oorden van 1.700 meter of lager. Dat heeft weliswaar niets met wintersport te maken, maar daarmee kun je wel gewoon de bestemmingen op economisch en sociaal vlak blijven steunen. Ook is het een optie om wintersportactiviteiten te ontwikkelen die minder afhankelijk zijn van sneeuw, zoals mountainbiken in de sneeuw, klimmen, ga zo maar door. Dat zijn zaken die veel geld in het laatje brengen en tegelijkertijd minder drukken op het ecosysteem.”

Volgens de hoogleraar is het reizen met de trein ook een belangrijke schakel in de verduurzaming van wintersport. “Treinreizen vanuit Nederland, België, Duitsland en Frankrijk naar wintersportgebieden zijn relatief kort, daar is eigenlijk geen vliegtuig voor nodig. Kortom: het is de bedoeling om de wintersporters uit de auto’s te krijgen en ze op goed geplande en gemanagede treinen te zetten. Dan kun je een ontzettende winst boeken voor wat betreft de overall carbon footprint. Het is een haalbaar plan, maar dan moet er wel een business model ontwikkeld worden dat kwalitatief gezien kan concurreren met de vliegsector. Het reizen met de trein moet net zo soepel gaan als vliegen en dat is op dit moment nog niet het geval.”

Het treinstation van Kufstein, Oostenrijk
Beeld: Juriaan Kok

Toekomst

Is het tegenwoordig nog ecologisch verantwoord om op wintersport te gaan? Lafeber: “Ik denk van wel. Een skivakantie is bijvoorbeeld net zo duurzaam als een trip naar Portugal. De consequenties zijn in principe hetzelfde.”

“Op dit moment nog wel, maar als de klimaatverandering zich op deze manier blijft doorzetten is dat binnenkort niet meer het geval”, antwoordt Van der Borg op dezelfde vraag. “Wintersport is een belangrijke generator van geld en arbeidsplaatsen. Ik denk dat er voor bepaalde wintersportgebieden alternatieven verzonnen moeten worden zodat de lokale economieën niet kopje onder gaan. Als skioorden straks niet meer bezocht worden, dan zorgt dat voor heel veel economische schade.”

“Hoe de wintersport zich de komende jaren gaat ontwikkelen verschilt heel erg per gebied”, voorspelt De Graaf. “De hooggelegen gebieden gaan amper iets voelen van de gevolgen van klimaatverandering. Een aantal skigebieden in de Alpen is op dit moment al klimaatneutraal. Dat blijft zich de komende jaren doorontwikkelen. Daarentegen komen bepaalde laaggelegen gebieden die niet zo toeristisch zijn voor belangrijke vraagstukken te staan, zoals: zijn we nog bereid om 8 miljoen euro neer te leggen voor een nieuwe skilift?”

Wintersporters genieten van het prachtige uitzicht over de Alpen
Beeld: Juriaan Kok

Dataverantwoording

De in het achtergrondverhaal weergegeven cijfers over wintersportvakanties onder Nederlanders zijn afkomstig uit een dataset van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De dataset bevat het aantal lange wintersportvakanties, uitgesplitst naar onder andere geslacht, leeftijd en opleidingsniveau van de deelnemers, logiesvormen, vervoermiddelen en uitgaven van 1989/1990 tot en met 2015/2016. De opgeschoonde dataset bevat alle perioden, terwijl enkele onderwerpen geschrapt zijn. Denk hierbij aan categorieën als ‘organisatievorm’ en ‘gemiddelde uitgaven per vakantieganger’.

Het onderzoek is uitgevoerd door de Continu Vakantie Onderzoek (CVO). Het doel van het CVO is het verzamelen van informatie over korte en lange binnenlandse en buitenlandse vakanties met betrekking tot bestemmingen, duur en uitgaven, logiesvormen en vervoerswijze. Het onderzoek is een panelonderzoek waarvoor personen uit de NIPO Capi@Home database worden getrokken. In dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van de Landelijke R&T Standaard.

Het CBS is een onafhankelijke en betrouwbare bron en haalt zo veel mogelijk informatie uit bestaande registraties van de overheid en bedrijven. Het gebruik daarvan is wettelijk vastgelegd, en privacy en betrouwbaarheid staan voorop. Daarnaast verzamelt het CBS zelf gegevens met enquêtes. Bekijk hier de volledige dataset.