De Taalkamer in het Soesterkwartier geeft nieuwkomers zelfvertrouwen

De Taalkamer in het Soesterkwartier geeft nieuwkomers zelfvertrouwen

In deze tijd horen we steeds vaker over de lange weg die je als nieuwe inwoner van Nederland moet afleggen. Niet iedereen krijgt het recht op eerlijke behandeling en er wordt verwacht dat je veel tijd steekt in het inburgeren. Maar wie is er om te helpen als je helemaal opnieuw moet beginnen in een nieuw land? In de Taalkamer van het Soesterkwartier staat het creëren van zelfvertrouwen voorop. Coördinator Carine Heinhuis vertelt hoe ze te werk gaan.

“Vijf jaar geleden zijn we begonnen met het taalcafé. Ik had hiervoor al veel ervaring met nieuwkomers en ik merkte dat het belangrijk is dat mensen niet alleen naar een taalschool gaan maar ook taal in de praktijk oefenen.

Er was eigenlijk meteen animo voor en dat is de hele 5 jaar vrij constant gebleven. Tijdens de Ramadan komen er bijvoorbeeld wel minder mensen, maar we hebben steeds ongeveer 20-30 actieve nieuwkomers. Het is ongeveer 50/50 tussen deelnemers die vluchteling zijn en bijvoorbeeld arbeidsmigranten. Vaak zijn het ook bijvoorbeeld de partners van mensen die hier komen werken. De laatste tijd zijn het vaak mensen uit het AZC in de buurt waar mensen geen tijdelijke verblijfsvergunning krijgen. Zij mogen hier niet blijven en mogen geen Nederlands leren eigenlijk, omdat ze geen taalles mogen krijgen. Dat is een verdrietige categorie.

Het belang ligt vooral bij het willen leren. Wij bieden spreektaal, omdat deze mensen over het algemeen moeten inburgeren en dan ga je naar de taalschool, maar praat je in de praktijk heel weinig Nederlands. Mensen willen vooral leren hoe ze iemand moeten aanspreken op straat, hoe ze met de dokter spreken of bijvoorbeeld met de juf van je kinderen kunnen praten. Deze mensen hebben vaak ook een ander schrift en alfabet dus het lezen en schrijven is lastig, maar Nederlands leren spreken kan ook zonder het te kunnen lezen en schrijven. We oefenen ook door op pad te gaan. Dan gaan we met de groep bijvoorbeeld naar de apotheek en daar een doosje paracetamol kopen en vragen hoeveel je er mag gebruiken bijvoorbeeld. Of naar de supermarkt gaan en vragen waar de hagelslag staat bijvoorbeeld.

We gebruiken thema’s als praten over jezelf, school, werk, naar de dokter, tijd en agenda. Spreektaal behandelt deze standaard thema’s, die ook bij de inburgering getest worden.

In elk deel leren ze eerst woordjes en aan het eind is het doel om de woorden te kunnen gebruiken in zinnen. We hebben 4 niveaus: A0, A1, B1, B2. Bij de laatste niveaus pakken mensen het vaak iets sneller op. Je moet een nieuw woord namelijk minimaal zeven keer gebruiken voordat je het kan onthouden.

Één van de belangrijkste dingen is hier dat je zelfvertrouwen krijgt om te spreken. Wij hebben het zelf ook bijvoorbeeld als we naar het buitenland gaan. Dan voel je je soms ook onzeker over het gebruiken van een andere taal. We moedigen mensen vaak zelfs aan om fouten te maken, want hier leer je van. Mensen gaan op het gebied van zelfvertrouwen enorm vooruit. Als kind ben wordt het als aandoenlijk gezien als je de taal moet leren, maar als volwassene is het heel anders. Het durven vragen stellen en jezelf toestemming geven om fouten te maken is heel belangrijk. Als die ander mij maar begrijpt en ik diegene begrijp.”

Over de auteur

Anna-Britt Ruijgers

Anna-Britt Ruijgers (2001) is student Journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.