Bijzonder hoogleraar Jaco Dagevos over de uitgestelde inburgeringswet: ‘We weten dat het huidige inburgeringsstelsel écht anders moet’

De inburgeringswet die in zou gaan op 1 juli 2021, is weer uitgesteld. De wet gaat nu in op 1 januari 2022. Dit uitstel brengt vele gevolgen met zich mee. Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau deelt zijn mening en expertise.

De nieuwe Wet Inburgering zou ingaan op 1 juli 2021, maar is nu verplaatst naar 1 januari 2022. Vanaf die datum zijn gemeenten verantwoordelijk voor de inburgering van hun nieuwkomers. Daarnaast is het doel dat nieuwkomers met de nieuwe wet sneller de Nederlandse taal leren en tegelijkertijd aan het werk gaan. “Dat de wet nu al twee keer is verlengd, zorgt voor veel tijdverlies. Mensen moeten nu inburgeren in een slechter stelsel en dat vind ik erg jammer”, laat Jaco Dagevos; bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam weten.

Iedereen tussen de 18 en 65 jaar, die van buiten de EU naar Nederland komt en wil blijven, is verplicht zich in te burgeren. Het doel is om achterstanden bij de integratie te verminderen. Door het uitstellen van de inburgeringswet, zullen tienduizenden nieuwkomers moeten inburgeren in het oude stelsel. In 2021 zal dit gaan om 27.000 statushouders, asielzoekers met een verblijfsvergunning. “We weten dat het huidige stelsel écht anders moet, omdat dit stelsel niet zo goed is. Mensen uit het beleid en het onderzoek hebben allemaal best hoge verwachtingen dat het in het nieuwe stelsel allemaal beter zal gaan, dus het is jammer dat mensen in het oude stelsel hun inburgering moeten starten”, vertelt Dagevos.

Het huidige inburgeringsstelsel heeft een aantal nadelen, waaronder dat veel inburgeraars er te lang over doen om in te burgeren. Daarnaast worden ze niet gestimuleerd om het hoogst mogelijke taalniveau te behalen én laat dit stelsel ruimte voor frauderen bij taallessen. “Er zijn heel veel partijen die taalscholen zijn begonnen en diensten aanbieden. De kwaliteit per taalschool verschilt alleen nogal. Mensen worden in de praktijk bijvoorbeeld niet goed begeleid, de klassen zijn te groot of men maakt hun lening op zonder dat er veel lessen tegenover staan. Ik denk dus dat de marktwerking een beetje te ver is doorgeschoten. Een ander belangrijk nadeel vind ik dat de gemeenten geen duidelijke rol hebben in de inburgering.  Dit was in het vorige stelsel wel zo en gelukkig gaat dat in het nieuwe stelsel ook weer gebeuren. Het laatste belangrijke nadeel, en dat zien wij ook in ons onderzoek, is dat de verschillen binnen de groep vluchtelingen erg groot is en het beleid daar niet zoveel mee doet. Denk aan opleidingsniveau, leeftijd, gezondheid en wat ze willen en kunnen. Het is dus erg belangrijk om daar in het beleid ook rekening mee te houden en dat gebeurt nu niet genoeg”, vertelt Dagevos.

Jaco ziet het positief in dat gemeenten de begeleiding van nieuwkomers over gaan nemen van marktpartijen. Hij beschrijft het als een goede verandering. “Het voordeel van de rol van de gemeente is dat ze bijvoorbeeld het taalaanbod beter kunnen organiseren. Ze selecteren zelf de taalscholen en roepen statushouders of vluchtelingen zelf op voor een intake. Hierin zal goed worden gekeken naar wat voor type ondersteuning iemand nodig heeft of wat voor type inburgeringstraject het beste is om te gaan volgen”, zegt Dagevos.

In het nieuwe stelsel zal er meer worden gefocust op persoonlijke integratieplannen. Er zal sprake zijn van drie leerroutes, die rekening houden met alle verschillen binnen een groep. De eerste route is ‘de B1 route’, een route voor taal en (vrijwilligers)werk. Nieuwkomers kunnen de Nederlandse taal binnen maximaal drie jaar leren én tegelijkertijd (vrijwilligers)werk doen. Jaco is erg enthousiast over deze route: “In ons onderzoek geven veel statushouders aan dat ze wel de taal willen leren, maar in combinatie met het opdoen van werkervaring. Zo leren ze sneller de taal én kunnen ze sneller aan de slag. Ze komen niet naar Nederland om lang in de schoolbanken te zitten, want zo worden taallessen toch vaak ervaren. Dat ze op deze manier sneller in het arbeidsproces komen is dan ook wel een belangrijk pluspunt van het nieuwe stelsel”, vertelt Dagevos. “Het zal alleen nog best moeilijk zijn om werkgevers te vinden die bereid zijn om statushouders werkervaring te laten opdoen in combinatie met de Nederlandse taal”, vervolgt hij.

De tweede route is ‘de onderwijsroute’, die is vooral bedoeld voor jongeren die hun schooldiploma willen halen. Tot slot is er de derde route, genaamd ‘de zelfredzaamheidsroute’, dit is een route voor inburgeraars waarvoor de eerste en tweede route geen optie is. Dagevos: “In het huidige stelsel moeten mensen het zelf uitzoeken. Ze kunnen een lening aanvragen en een taalschool gaan kiezen, maar dan is maar de vraag waar ze terecht komen. Er zijn bijvoorbeeld taalscholen die minder bij ze passen, omdat ze een te hoog of laag taalniveau hebben. Dus om dat beter te begeleiden wordt daar veel aandacht aan besteed in het nieuwe stelsel”.

Het uitstellen van de wet is opmerkelijk, omdat gemeenten wel hebben aangeven klaar te zijn voor de inwerkingtreding in 2021. Daarnaast hebben veel grote gemeenten al geïnvesteerd in de voorbereidingen. Het gaat om andere instellingen zoals de IND, COA, DUO en VNG die aangeven nog niet gereed zijn. De reden die hiervoor wordt gegeven is dat, mede door de coronacrisis, de partijen meer tijd nodig hebben.

Dat in het nieuwe stelsel een hogere norm voor het taalniveau gaat gelden, is Jaco nog niet zo enthousiast over. “Er zijn weinig statushouders die het lukt, zeker binnen de termijn van drie jaar, om ingeburgerd te zijn met een hoog taalniveau. Dus waar ik bang voor ben is dat er wel gestreefd kan worden naar een hoger niveau, maar dat men dat niet voor elkaar krijgt.

Voor de statushouders die wél de capaciteit ervoor hebben, kan het wel weer goed uitpakken. Met de combinatie van goede lesprogramma’s en het opdoen van werkervaring, kunnen ze sneller de taal leren. In dat geval zeker doen, maar ik moet nog zien hoeveel mensen uiteindelijk binnen de inburgeringstermijn slagen op B1 niveau.”

  • Afbeelding: Jaco Dagevos, bijzonder hoogleraar Integratie en Migratie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en onderzoeker bij het Sociaal en Cultureel Planbureau; Beeld: Jaco Dagevos
Kim Suos
Kim Suos
Artikelen: 27