{"id":2230,"date":"2026-06-08T23:45:48","date_gmt":"2026-06-08T21:45:48","guid":{"rendered":"https:\/\/svjmedia.nl\/leidscherijn\/?p=2230"},"modified":"2026-06-10T12:20:21","modified_gmt":"2026-06-10T10:20:21","slug":"hoe-dalende-cijfers-van-uithuisplaatsingen-de-werkelijke-situatie-in-de-utrechtse-jeugdzorg-verhullen","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/svjmedia.nl\/leidscherijn\/2230\/hoe-dalende-cijfers-van-uithuisplaatsingen-de-werkelijke-situatie-in-de-utrechtse-jeugdzorg-verhullen\/","title":{"rendered":"Hoe dalende cijfers van uithuisplaatsingen de werkelijke situatie in de Utrechtse jeugdzorg verhullen"},"content":{"rendered":"
UTRECHT – De daling van het aantal uithuisplaatsingen lijkt op papier een succes van het jeugdzorgbeleid. Lokale hulpverleners en experts waarschuwen echter dat deze daling niet los kan worden gezien van lange wachtlijsten, hoge systeemdruk en knelpunten in de praktijk.<\/strong><\/p>\n In zowel de landelijke als de Utrechtse jeugdzorg is de visie ‘Zo thuis mogelijk opgroeien’ inmiddels de standaard. Volgens Harmke Bergenhenegouwen, expert op het gebied van het voorkomen van uithuisplaatsingen bij het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), is dit een noodzakelijk kantelpunt. ‘Een uithuisplaatsing is ingrijpend en heeft impact voor de rest van je leven,’ stelt de expert. Zij kaart hiermee ook de overmedicalisering van kinderen aan, waarbij de focus te snel ligt op het diagnosticeren en labelen van het kind. ‘Het gedrag van een kind is vaak een reactie op de omgeving, zoals financi\u00eble stress of ruzies tussen ouders. Daar moet de hulp heen.’<\/p>\n De wijkteams in de Domstad brengen deze visie dagelijks in de praktijk. Jeugdhulpverlener Manja Thomas benadrukt dat zij systemisch en hulpvraaggericht werkt. Bij de kennismaking met een gezin vraagt zij naar de geldende normen en waarden binnen het gezin, ook onderlinge relaties komen aan bod. Volgens zowel Thomas als Bergenhenegouwen draagt ons steeds individualistischere bestaan bij aan het escaleren van de problematiek, omdat ouders minder snel kunnen terugvallen op een sociaal vangnet zoals vroeger het geval was. Hoewel die ouderlijke problematiek vaak ten grondslag ligt aan het gedrag van een kind, is het nu juist het kind dat uit huis wordt geplaatst. Thomas vult aan, ‘Soms denk ik: zouden we de ouders niet even uit huis moeten plaatsen om ze te leren opvoeden, terwijl het kind in de vertrouwde omgeving blijft?’<\/p>\n Overmedicalisering Volgens Bergenhenegouwen ligt de werkelijke oorzaak van het gedrag echter vaak extern, zoals financi\u00eble stress, ruzies tussen de ouders of een onverwerkt trauma. Dit medische pad wordt in de praktijk vaak gekozen omdat er te weinig wordt gekeken naar de gehele context van hoe het er binnen een gezin aan toegaat. Het is immers makkelijker om een diagnose te stellen dan dat je ouders aanspreekt op hun gebreken.<\/p>\n Thomas herkent deze route en stelt dat haar wijkteam om die reden bewust geen diagnoses afneemt. Zij ziet dat een medisch label door ouders regelmatig wordt gebruikt als een ‘toverstafje’. Een pasklare oplossing waarbij de verantwoordelijkheid volledig bij het kind wordt gelegd. Ouders eisen dat het kind verandert, terwijl de opvoedstijl of de dynamiek thuis het eigenlijke probleem vormen. Deze vorm van overmedicalisering zorgt in de praktijk voor een passieve houding bij ouders, omdat een offici\u00eble diagnose hen ontslaat van de noodzaak om zelf eens met de thuissituatie aan de slag te gaan.<\/p>\n Wachtlijsten en verhullende cijfers Het probleem ligt volgens Thomas overigens niet aan een, vaak genoemd, gebrek aan financi\u00eble middelen in de sector maar aan de verdeling daarvan. Zij ziet dat budgetten regelmatig door zorgaanbieders worden ge\u00efncasseerd voor uren aan specialistische hulp die in de werkelijkheid nooit bij het kind terechtkomen.<\/p>\n
\n<\/strong>Het grootste obstakel binnen deze nieuwe visie is de hardnekkige cultuur van overmedicalisering. Bergenhenegouwen schetst het zogeheten ‘ADHD-weggetje’ dat in de praktijk veelvuldig wordt bewandeld. Wanneer een kind op school druk gedrag vertoont, wordt er door docenten al snel aan ADHD gedacht. De huisarts stuurt vervolgens aan op een diagnostisch onderzoek, waardoor het kind in een medische molen belandt.<\/p>\n
\n<\/strong>Ondanks het gedeelde doel om kinderen zo thuis mogelijk te laten opgroeien, stuiten jeugdzorgwerkers in de praktijk op obstakels. Thomas bestempelt de dalende statistieken van het aantal uithuisplaatsingen dan ook deels als een schijnsucces. Volgens haar worden kinderen simpelweg niet meegeteld zolang ze op een wachtlijst staan. ‘De route naar de Jeugdbescherming duurt tegenwoordig gemiddeld negen maanden. In die tijd escaleert het thuis soms volledig,’ aldus de jeugdhulpverlener. Bergenhenegouwen bevestigt dat het beklimmen van deze escalatieladder uiteindelijk zorgt voor een stijging van het aantal acute crisisuithuisplaatsingen die hulpverleners dwingt regelmatig uit te wijken naar snelle, alternatieve tussenoplossingen.<\/p>\n