Factcheck: kloof tussen arm en rijk gegroeid tussen 1977 en 2011

Factcheck: kloof tussen arm en rijk gegroeid tussen 1977 en 2011

Op deze afbeelding wordt een spaarvarken geïllustreerd

Hoe heeft de inkomensverdeling zich ontwikkeld gedurende de verschillende crises en de daaropvolgende jaren van economische voorspoed? Herverdeling via sociale uitkeringen en belastingen en premies hebben invloed gehad op de ontwikkeling van de inkomensverdeling in Nederland in de afgelopen 40 jaar. Maar sinds de jaren negentig zijn de verschillen tussen huishoudens aan de boven- en onderkant stabiel. Of toch niet?

Volgens een artikel van de Sociale Alliantie is de kloof tussen arm- en rijk sneller gegroeid dan gedacht. Uit een studie van het Amsterdams Instituut voor Arbeidsstudies (AIAS) en de Universiteit van Amsterdam (UVA) naar inkomensongelijkheid blijkt dat- tegen verwachtingen van beleidsmakers en politici in, de inkomensongelijkheid toch écht groter geworden is. De 10 procent minstverdienende huishoudens is er sinds 1977 in koopkracht 30 procent op achteruitgegaan, terwijl alle groepen daarboven er juist op vooruit zijn gegaan. Volgens deze studie zou deze onderste groep van 1990 tot en met 2011 óók nog eens 10% aan reëel inkomen ingeleverd hebben. De inkomensachteruitgang van deze onderste 10 procent van de samenleving wordt voornamelijk veroorzaakt door versobering van de uitkeringen, het gaat hier om 700.000 huishoudens. Onder deze 700.000 huishoudens zitten onder meer zzp’ers met lage inkomsten en alleenstaanden met laagbetaalde baantjes. Ook zijn er meer parttimebanen en is er sprake van een groeiende ongelijkheid in uurlonen bij deze groep, dit heeft ook bijgewerkt aan de stijgende inkomensongelijkheid tussen 1977 en 2011. Een extra reden voor deze inkomensongelijkheid is de ongunstige schuldposities waar deze groep zich vaak in bevindt: in 1993 had de onderste 10 procent van de samenleving gemiddeld twee keer zo veel schuld als inkomen. In 2011 was dit 5,5 keer zo veel.

Uit een in Oktober verschenen rapport van de Universiteit Leiden (UL) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat over de periode 1977 tot 2019 als geheel de inkomensongelijkheid is toegenomen, maar deze toename heeft vooral plaatsgevonden in de periode van 1977 tot 1990 en is vooral te wijten aan het feit dat uitkeringen niet meestegen met de lonen. Vanaf de jaren negentig zijn de inkomensverschillen aan de boven- en onderkant gestabiliseerd door overheidsbeleid. De overheid stelt zogenaamde koopkrachtplaatjes als instrument tegen een te grote inkomensongelijkheid.  De ongelijkheid in het primaire inkomen is wel toegenomen, maar deze worden na verstrekking van sociale uitkeringen en het betalen van belastingen en premies bijna gehalveerd, dit gehalveerde bedrag is uiteindelijk het besteedbaar inkomen: wat iemand daadwerkelijk betaald ontvangt.

Koopkrachtontwikkeling

In de periode 1977 tot 2020 is de koopkracht per saldo gestegen met een percentage van 58 procent. Tussen 1999 en 2009 vond er zelfs een stijging plaats van 22,2 procent, dit is ook meteen de grootste stijging van de hele periode. In het decennium hierna was de koopkrachtstijging zo’n vier keer kleiner, dit is te wijten aan de economische crisis van 2008. Van 1979 tot 1989 was de koopkrachtstijging het laagst met 1,6 procent.

Conclusie

Uit de claim die gesteld wordt door de Sociale Alliantie blijkt dat de kloof tussen arm- en rijk sneller gegroeid is dan gedacht. Zij stellen dat de 10 procent minstverdienende huishoudens er sinds 1977 30 procent op achteruitgegaan zijn, terwijl alle groepen daarboven er juist op vooruit zijn gegaan. Ook stellen zij dat de 10 procent minstverdienende huishoudens 10 procent aan reëel inkomen ingeleverd hebben. Maar uit het rapport wat gedaan is door de UL en het CBS doemt een heel ander beeld op: In de jaren tachtig nam de ongelijkheid licht toe doordat de lonen niet meestegen met de inflatie, maar in de periode 1990 tot 2019 zijn de inkomensverschillen vrijwel onveranderd aan de boven en onderkant van de samenleving. Je kunt dus stellen dat de claim van de Sociale Alliantie gedeeltelijk klopt: In de periode 1977 tot 2011 is de koopkracht van de 10 procent minstverdienende huishoudens met 30 procent gestegen maar dit is enkel te wijten aan de periode vóór 1990. Vanaf 1990 zijn de inkomensverschillen gestabiliseerd door overheidsbeleid.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *