Gemeente Utrecht bied excuses aan voor het slavernijverleden en vergoed het veranderden van achternamen met een link aan de slavernij.

Gemeente Utrecht bied excuses aan voor het slavernijverleden en vergoed het veranderden van achternamen met een link aan de slavernij.

Linda Nooitmeer, voorzitter van het NiNsee. Gemaakt door Jochem van Leeuwen

Op 23 februari heeft de burgemeester van Utrecht, Sharon Dijksma, namens het college van burgemeester en wethouders excuses aangeboden voor het slavernijverleden van de stad. Vorig jaar bleek uit onderzoek uitgevoerd door de gemeente Utrecht dat de stad in het verleden verdiend heeft aan de slavernij. Zo werkten er zo’n 2800 inwoners van de stad in de VOC. Daarnaast wilt de gemeente de kosten op zich gaan nemen voor het veranderen van achternamen die gelinkt zijn aan een slavernijverleden. Een naamverandering kost nu 850 euro met daarbovenop de kosten van een psychologisch onderzoek, die moet aantonen dat je last ondervindt van jouw achternaam. Het NiNsee (Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis) houdt zich al sinds 2003 onder andere bezig met het krijgen van erkenning en een excuses voor het slavernijverleden van de Nederlandse staat. Voorzitter van de organisatie, Linda Nooitmeer, verteld hoe zij en de organisatie kijken naar het excuses van Burgemeester Dijksma en het vergoeden van de naamverandering.

Of er namens de staat ook excuses aangeboden gaat worden is voor nu nog maar de vraag. Afgelopen jaar zei Mark Rutte nog dat hij nu geen excuses voor het slavernijverleden gaat aanbieden. “Excuses vormen een risico dat de samenleving verder polariseert” zei hij tijdens een Kamerdebat. De gemeenten Amsterdam en Rotterdam boden wel eerder al hun excuses aan. Burgemeester van Amsterdam, Femke Halsema, bood vorig jaar namens de stad op 1 juli tijdens de viering van Keti Koti excuses aan, een feestdag waarop wordt herdacht en gevierd dat Nederland in 1863 slavernij heeft afgeschaft in Suriname en het Nederlands Caribisch gebied. Ahmed Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam, deed dit afgelopen 10 december namens zijn stad.

Nooitmeer was blij met hoe het excuus gegeven werd. “Ze hebben echt gevraagd aan ons en andere organisaties die zich met dit probleem bezighouden hoe ze het op de beste en meest respectvolle manier konden doen. Zo hebben we ervoor gezorgd dat de juiste mensen, waaronder ook een aantal ouderen die zich al jarenlang inzetten voor deze zaak, erbij waren die dat erg waardeerden. Dat overleg vanuit de gemeente met de juiste mensen vonden wij erg fijn”.

Ook vindt Nooitmeer het een goede stap dat de gemeente Utrecht de kosten op zich gaat nemen voor een naamswijziging. Als voorbeeld geeft ze de naam Anton de Kom: “Een naam herkomstig vanuit de slavernij. Kom is een omkering van Mok, de naam van de plantage-eigenaar. Of Hokstam, dat zijn gewoon twee woorden aan elkaar gezet. Wat ik illustratief vind is dat er sprake is van willekeur.” Aldus Nooitmeer. “Als je het hebt over de nazaten van de tot slaaf gemaakte kennen sommigen nog hun originele achternamen van generaties terug. Maar bij de inschrijving van de burgerlijke stand moesten ze dat toch weer veranderen. Er zijn ook mensen die zijn teruggegaan naar Afrika, naar het land waar hun voorouders woonden. Die hebben een ritueel gedaan en zo een Afrikaanse achternaam gekregen hebben. Die mensen vinden het heel belangrijk om die naam te dragen, ook in het westen”

Met de afschaffing van de slavernij moesten de bevrijdde slaven een achternaam kiezen. Zo komt de achternaam van Linda ook voort uit die tijd. “Een van mijn voorouders, zes generaties terug, heeft gekozen voor de naam Nooitmeer, met de gedachte ‘Nooit meer slavernij’. Die naam ga ik niet veranderen maar ik ken genoeg mensen die dat wel zouden willen. Eigenlijk was mijn familie veel groter. Maar de ambtenaar wou niet dat de hele familie Nooitmeer zou heetten dus een deel van de familie heet Nimmermeer. Dat geeft aan dat zelfs tot slaaf gemaakte die strijdbaarheid in hun hadden en dat verzet wilden plegen door het nageslacht een naam te geven die refereert aan de slavernij en dat het nooit meer mag gebeuren, dan nog was er een ambtenaar die kon overheersen en toch kon zeggen dat het Nimmermeer moest worden”.

Nooitmeer kan zich heel goed voorstellen dat andere steden dit ook oppakken. In de zin dat goed voorbeeld doet volgen. “Als de essentie van die naamsverandering helder wordt verwacht ik dat het ook gebeurd, daarom is het zo belangrijk”.

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.