De aantrekkingskracht van het middelbaar beroepsonderwijs
Via het mbo wordt 40% van de beroepsbevolking opgeleid. Toch neemt de instroom van studenten tot 2035 naar verwachting met 11% af. Dat baart zorgen, want er is nu al een tekort op de arbeidsmarkt, met name in de ambachtelijke sector. Veel organisaties houden dit in het achterhoofd tijdens de opleidingenbeurs in Ahoy.
Het was een drukte van jewelste op vrijdag 8 december tijdens de opleidingenbeurs in Ahoy. De grote grijze loods was voor de gelegenheid omgetoverd tot een gezellige beurs met kraampjes. Bij elk kraampje kun je terecht voor informatie over verschillende opleidingen, zoals de sportopleiding CIOS, de Amsterdam Fashion Academy of het Eurocollege. Meer dan 90 onderwijsinstellingen en bedrijven waren aanwezig. Er was op de beurs voor ieder wat wils: veel mbo- en hbo-opleidingen, maar ook enkele wo-opleidingen. Bij elk kraampje stonden minstens twee vertegenwoordigers enthousiast te vertellen over hun opleiding. Bij Albeda en de TIO-opleidingen stonden zelfs twintig mensen in bijpassende T-shirts om bezoekers naar hun kraampje te lokken.

Hoe verder je naar de achterkant van de zaal liep, hoe rustiger het werd. Daar stonden, naast studiekraampjes, ook de organisatoren van de studiekeuzecheck en het examenoverzicht. Voor al je persoonlijke vragen kon je bij hen terecht.
Bij aanmelding voor de opleidingenbeurs moest je een tijdslot kiezen – het gaf even 2020-corona-vibes. Volgens de organisatie was dit vanwege de drukte en de lange wachtrijen. Al om 11 uur liepen de eerste studenten weer naar buiten. Schreeuwend riepen ze naar hun naar binnen lopende vrienden: “Joh maat, het is echt saai, wij zijn maar een half uurtje gebleven. Jullie moeten ook echt niet langer blijven, man!”
Saai was de opleidingenbeurs zeker niet, maar al snel werd duidelijk dat veel scholieren er niet vrijwillig waren. Vooral veel mavoscholen kwamen met hun hele klas. Dat was ook te merken aan de houding van de scholieren: ze waren vooral met elkaar bezig en minder met de opleidingen om hen heen.
“Het is verplicht vanuit mijn middelbare school, de mavo, om hierheen te gaan. Dat is de enige reden dat ik hier ben,” vertelt scholier Lisanne Mooney. “Ik weet allang wat ik later wil gaan doen. Ik wil naar de pabo.”

Niet elke scholier weet al wat hij of zij na de middelbare school wil gaan doen. Er zijn ook veel verschillende opties. Je kunt kiezen tussen het middelbaar beroepsonderwijs (mbo), het hoger beroepsonderwijs (hbo) en het wetenschappelijk onderwijs (wo) – afhankelijk van je diploma. Binnen elke stroming kun je weer kiezen uit duizenden studies.
Lisanne, die nu in 3 mavo zit, kan na haar mavodiploma ook doorstromen naar de havo. “Mijn dochter kan ook naar de havo,” vertelt Lindsey Mooney, mbo-medewerker en moeder van Lisanne, “maar als ik dat zeg, kijkt ze meteen heel vies.”
“Je moet op de havo meer leren. Ik heb geen zin om meer te leren. Ik wil dóén!” Verteld Lisanne.
“Hoewel steeds meer mbo-studenten kiezen voor tekortsectoren als zorg, techniek of onderwijs – een stijging van 45 naar 54 procent tussen 2016 en 2021 – daalt het aantal studenten in deze opleidingen wel. Dat komt doordat de totale instroom in het mbo afneemt, en dat hangt weer samen met de demografische krimp,” meldde De Telegraaf op donderdag 14 december 2023. Demografische krimp betekent een afname van de bevolking in een bepaald gebied. Er zijn dus minder jongeren, met als gevolg: minder studenten die naar het mbo gaan.
De reputatie van het mbo speelt ook een rol, vertelt Manon Koopman van de Versnelde Beroepsopleiding en Trainingen (VBOT). “Mbo’ers worden vaak in een hokje gestopt. Zo van: je hebt hbo en universiteit, en als je echt niks anders kunt, dan ga je maar naar het mbo. Dat is niet goed. Scholen en de overheid proberen dit beeld te verbeteren, maar veel scholieren denken nog steeds zo. Bij ons volgen studenten een versnelde opleiding van één jaar, waarna ze meteen het vakgebied in kunnen. We richten ons vooral op zorg- en beveiligingspersoneel, omdat daar een groot tekort aan is op de arbeidsmarkt.”
“Wij proberen het mbo aantrekkelijker te maken door het te laten zien,” vertelt Sabrina Vlot van het Hout- en Meubileringscollege. “Zo staan we vandaag op de beurs met allerlei attributen. Je kunt bij ons je eigen laminaat leggen, krukjes maken en schilderen. Een paar jaar geleden hadden we alleen een flyer. Scholieren zien nu dus echt dat je bij ons leert werken. Je gaat meteen de praktijk in, en dat is precies waar we ze proberen te raken.”
“Dit jaar richten we ons ook specifiek op de havist – studenten die van de havo komen. Die zijn vaak zoekend naar wat ze leuk vinden. Juist dan laten we zien dat meteen aan de slag gaan en met je handen werken een leuke en goede optie is.” Het mbo verschilt daarmee sterk van het hbo, waar je vooral uit boeken leert. Het wo is zelfs volledig theoretisch.
Om 14:00 is het het drukst op de beurs. Overal mensen. Je staat in de rij voor een kraampje, en in de geïmproviseerde kantine is geen vrije stoel meer te vinden. Het lijkt wel een festival. Inmiddels zie je ook steeds meer scholieren met hun ouders van kraampje naar kraampje wandelen. De een erg enthousiast, de ander mopperend. De zin “Ik wil naar huis” is meerdere keren langsgekomen.






