21.01.2026 | Analyse | 9 -12 min
Het tweeledige probleem van de man
Lucas Kamminga

Mannencirkel van The Mankind Project. Beeld: Lucas Kamminga
In de media gaat het steeds vaker over het mannenprobleem. Maar wat bedoelen we daar eigenlijk mee? En wat doet die beeldvorming met mannen zelf?
“Doe je ogen maar dicht.” Ik sluit mijn ogen en spreid mijn armen. De geur van wierook hangt in de lucht. Dezelfde man die mij net vriendelijk verzocht mijn ogen dicht te doen, houdt een brandend stokje voor mijn lichaam. Hij beweegt het wierookstokje van de ene arm naar de andere, loopt om me heen en daalt langzaam af tot aan mijn hielen. Dit ritueel, smudgen genoemd, zou negatieve energie moeten verdrijven.
Wanneer het korte ritueel is voltooid, word ik welkom geheten en betreed ik een beige ruimte die iets weg heeft van een oud, klein klaslokaal. In deze ruimte staat een cirkel van zeven houten stoelen. Ik neem plaats naast de vier andere mannen die al voor mij zijn ‘gesmudged’. Het zijn mannen van verschillende leeftijden, afkomsten en uiterlijken, ieder met zijn eigen verhaal. Toch hebben ze één ding gemeen: ze zijn allemaal mannen die in het leven tegen problemen aanlopen. Dat is de reden dat ze hier vanavond zijn.
In de loop van de avond vertellen de mannen waar ze mee zitten: relationele problemen met partners of familie, moeite met zelfontwikkeling en nare ervaringen uit hun jeugd. Van alles komt aan bod. Dit is een mannencirkel van The Mankind Project, een internationale non-profitorganisatie die als missie heeft mannen in hun kracht te zetten door het ontwikkelen van mentaal en fysiek bewustzijn.
Maar waarom is zo’n organisatie eigenlijk nodig?
Er is iets aan de hand met de man
Althans, als we de media mogen geloven. In het afgelopen jaar verschenen er meer dan driehonderd artikelen waarin het woord mannenprobleem voorkomt; in 2024 waren dat er maar dertig.
“Vergeet de wolf: mannen zijn het gevaar”
“Vrouwen in Nederland hebben een levensgevaarlijk mannenprobleem”
“Veiligheid van vrouwen op straat is een mannenprobleem”
Dit zijn enkele koppen van artikelen die recent in de landelijke media zijn gepubliceerd.
Met deze zware woorden worden mannen en mannelijkheid neergezet als de bron van geweld, grensoverschrijdend gedrag en structurele ongelijkheid. Sinds het femicide debat in Nederland aanwakkerde wordt de man in het algemeen steeds vaker gezien als ‘problematisch’.
Maar naast dat de man misschien een probleem is, loopt hij ook met zijn eigen problemen rond. Zo zijn mannen oververtegenwoordigd in de zelfmoordcijfers en blijkt uit peilingen dat veel mannen voelen dat hun mannelijkheid onder druk staat.
Het “mannenprobleem” kunnen we dus tweeledig bekijken: de man wordt gezien als problematisch, maar kampt tegelijkertijd ook met zijn eigen problemen.
Mannenprobleem?
Steeds vaker verschijnen in de Nederlandse media artikelen waarin termen als mannenprobleem en toxic masculinity voorkomen.
Met deze termen wordt beweerd dat mannen, en specifieker: mannelijke culturele normen en gedragingen, problematisch zijn en een gevaar vormen voor vrouwen en de samenleving. Deze aanval op mannelijkheid komt niet volledig uit de lucht vallen.
Mannen zijn oververtegenwoordigd in criminaliteitsstatistieken en geweldsdelicten, en daders van seksueel geweld zijn vaak mannen. In het maatschappelijke debat wordt daarom steeds vaker een collectieve verantwoordelijkheid bij mannen gelegd. Het probleem wordt niet langer gezien als enkel het resultaat van verschrikkelijke daden van enge viezeriken of gestoorde gekken, maar wordt gekoppeld aan mannelijkheid in zijn geheel. Niet alleen daders dragen verantwoordelijkheid, maar ook ‘de stille meerderheid’, die zich zou moeten uitspreken tegen grensoverschrijdend gedrag van andere mannen. Dit is bijvoorbeeld terug te zien in campagnespotjes van de Rijksoverheid.
Campagnefilmpje: “Man zeg er wat van”
Daarnaast zijn we de afgelopen jaren bekend geraakt met het begrip manosfeer.
De manosfeer is een verzamelnaam voor online gemeenschappen van mannen, vaak geleid door mannelijke influencers zoals Andrew Tate. Deze groepen stellen dat mannen door feminisme en vrouwenemancipatie hun dominante positie hebben verloren. Dit zien zij als een groot probleem. Daarom sturen deze influencers hun volgers aan om een ‘betere man’ te worden door succesvol te zijn op financieel, fysiek en relationeel vlak.
Het Nederlands Jeugdinstituut wijst erop dat de manosfeer jonge mannen aantrekt omdat zij houvast zoeken in een onzekere levensfase. De belofte van duidelijke rollen, hiërarchie en discipline werkt verleidelijk. Onder deze laag van ‘self-improvement’ gaan echter vaak vrouwenhaat, homofobie, transfobie, zelfhaat en overdreven materialisme schuil.
Het effect van negatieve beeldvorming
Waar het “mannenprobleemframe” vandaan komt, is daarmee duidelijk. Toch heeft deze framing, waarin mannelijkheid als toxisch en problematisch wordt bestempeld, ook zijn keerzijde.
Zo heeft dit frame aantoonbaar negatieve gevolgen voor het mentale welzijn van mannen. Een studie van John Barry toont aan dat mannen die geloven dat mannelijkheid een negatieve invloed heeft op hun gedrag en op de samenleving, slechter scoren op mentale gezondheidsindexen dan mannen die een positieve en waarderende houding tegenover mannelijkheid hebben.
Mannencoach Coen van Broekhoven stelt dat een groot probleem bij mannen het neigen naar pleasen is: het voortdurend anderen naar de zin willen maken. Wanneer mannen herhaaldelijk horen dat zij gevaarlijk of problematisch zijn, zie je dat sommigen zich zo sterk aanpassen dat zij zich volledig afzetten van masculiniteit. Dat heeft ook negatieve gevolgen. Want mannencoach Steven Somsen gaat nog een stap verder en beweert dat zwakke mannelijkheid een groter gevaar voor de maatschappij vormt dan toxische of dominante mannelijkheid. Hij beschrijft zwakke mannen als mannen die geen grenzen durven te stellen, geen leiding of verantwoordelijkheid durven te nemen en vooral meebewegen.
Hij is niet de enige die vreest voor het verlies van masculiniteit in de samenleving. Uit meerdere peilingen (Human, EenVandaag, EO) blijkt dat ongeveer de helft van de mannen in Nederland het gevoel heeft dat mannelijkheid onder druk staat.
Nathan Vos, auteur van het boek Man O Man, vindt het goed dat er kritisch wordt gekeken naar mannelijkheid en dat er wordt gezocht naar verandering. Zelf zou hij echter niet snel het woord ‘toxisch’ gebruiken. Hij gelooft meer in een liefdevolle benadering en in het actief uitreiken naar mannen met problemen. Volgens Vos is het belangrijk dat we uit het wij-zij-denken stappen: “Kijk naar de man niet als dader of slachtoffer, maar als mens die het in zijn mars heeft om zijn gedrag te veranderen ten bate van de wereld.”
Waarom heeft de man een probleem?
Naast de maatschappelijke beeldvorming kampt de man ook met zijn eigen problemen. Hoewel vrouwen vaker worden gediagnosticeerd met psychische klachten, laten de suïcidecijfers een ander patroon zien: mannen in Nederland plegen ongeveer tweemaal zo vaak zelfmoord als vrouwen.
Kees Boekschoten van Kompas voor Mannen en Nathan Vos constateren dat mannen moeite hebben met verbinding zoeken en zich emotioneel en kwetsbaar opstellen. Ze stellen dat mannen van nature meer geneigd zijn om problemen zelf op te lossen. Dit leidt er echter vaak toe dat gevoelens worden opgekropt, met eenzaamheid als gevolg. Zoals Vos het verwoordt: “Autonomie zonder hechting is gelijk aan eenzaamheid.”
Ook Aron Sinke van The Mankind Project merkt dat mannen moeite hebben met praten over emoties. “Veel mannen missen een plek om kwetsbaar te zijn en te praten over serieuze onderwerpen, in plaats van alleen over seks, voetbal of Bitcoins.”
Dat mannen moeite hebben met praten over gevoelens komt voort uit traditionele mannelijkheidsnormen, die jongens en mannen ‘hard’ moeten maken. Uitspraken als “verman je” en “een echte man huilt niet” zijn daar bekende voorbeelden van. Onderzoek van Üzümçeker toont aan dat deze traditionele normen samenhangen met negatieve houdingen ten opzichte van het zoeken van psychologische hulp.
Hoewel het de afgelopen jaren steeds sociaal acceptabeler is geworden voor mannen om emoties te tonen, bemoeilijkt de opkomst van de manosfeer (die deze traditionele normen juist koestert) dit proces.
Een ander groot probleem bij mannen is volgens Vos het niet onder controle krijgen van emoties. “Controle is niet proberen emoties onder water te drukken als een bal, want als je een bal onder water duwt, floept hij weer omhoog. Controle gaat juist over het kunnen zijn met je emoties. Dat betekent niet dat je de hele dag hoeft te huilen, maar dat je erkent dat ze er zijn en dat je ze als hulpbron kunt gebruiken. Dan pas heb je controle over je emoties.”


Positive Masculinity
Maar wat betekent het eigenlijk om een goede man te zijn? Dat is voor iedereen anders. Tijdens de mannencirkel werden onder andere de volgende antwoorden gegeven op de vraag: Wat betekent ‘man zijn’ voor jou?
“Verantwoordelijkheid nemen”
“Beschermer zijn van je gezin, omgeving en land”
“Moedig zijn”
“Een goede man is emotioneel stabiel”
Tegelijkertijd kwamen ook deze antwoorden naar voren:
“Een ander bepaalt niet wie je bent.”
“Je moet zijn wie jij wilt zijn.”
“Traditionele mannelijkheid zorgt voor veel druk.”
Mannencoaches spreken veel mannen die kampen met mentale problemen en hebben onderzocht hoe zij hen kunnen begeleiden om weer richting te vinden.
Somsen benadrukt dat mannen opnieuw een gevoel van purpose moeten ontwikkelen: een doel dat richting geeft aan het leven. Een ambitie die in het verleden ook leidde tot uitvindingen en ontdekkingen.
Volgens Boekschoten draait het om vertrouwen in jezelf: “Op jezelf vertrouwen betekent het durven gaan van je eigen weg, los van wat de maatschappij wel of niet oké vindt, en daar vol je energie aan geven. Of het nu lukt of niet.”
“Integriteit is voor mij de gouden kant van mannelijke energie,” zegt Sinke. Volgens hem is het verminderen van polarisatie ook een belangrijke weg naar positieve mannelijkheid. “Minder polariseren betekent: niet meteen in de aanval gaan als iemand iets anders denkt dan jij, maar juist zoeken naar een middenweg.”
Vos houdt niet van een vaste definitie van mannelijkheid. Voor hem gaat het om volwassen gedrag. Dat kan verantwoordelijkheid nemen of leiderschap tonen zijn, maar dat is niet exclusief mannelijk. “Vrouwen moeten dat net zo goed. Als we de wereld samen beter willen maken hebben we weinig aan die oude hokjes. Wat in ieder geval niet mannelijk is, is wel macht nemen maar niet de bijbehorende verantwoordelijkheid dragen voor hen die minder sterk zijn.”
Volgens Van Broekhoven moeten we stoppen met het schetsen van een onrealistisch ideaalbeeld van de man. Hij stelt ook dat zowel extreem macho of toxische mannelijkheid (zoals in de manosfeer) als doorslaande overgevoelige of feminiene mannelijkheid problematisch zijn, omdat ze voortkomen uit het onderdrukken van weggestopte gevoelens en behoeften uit het verleden, waardoor hun natuurlijke beweging en manier van zijn is verstoord. De dominante macho-man onderdrukt zijn pijn en onzekerheid, terwijl de overgevoelige man daadkracht en confrontatie vermijdt. “De waarheid is: je hebt een mannelijk én een vrouwelijk deel in je, en met beide moet je verbinden. Als die samenkomen, ben je pas een echte krachtige man.”
Van polarisatie naar menselijkheid
De beeldvorming rond mannelijkheid is sterk gepolariseerd. Enerzijds is er terechte aandacht voor geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag en radicaliserende manosfeer-figuren. Anderzijds kampen mannen met hun eigen problemen en ontstaan er frames waarin ‘de man’ al snel als gevaar of probleem wordt neergezet.
Misschien helpt het om de vraag te verschuiven. Niet: hoe repareren we de man?
Maar: hoe creëren we ruimte waarin mannen op een gezonde manier man én mens kunnen zijn?
Dat vraagt om minder wij-zij-denken. Om taal die uitnodigt in plaats van veroordeelt. En om plekken, zoals deze mannencirkel, waar mannen kunnen oefenen met volwassenheid, verantwoordelijkheid en verbinding.