De bibliotheek als hulppunt tegen digitale oplichting: ‘Van mijn rekening blijven ze af’

Iedere woensdagmiddag lopen bezoekers de bibliotheek van Almere binnen voor een cursus digitale vaardigheden. De bijeenkomst is vrijwillig en bedoeld voor mensen die zich online sterker willen voelen, zonder verplichtingen. Een van de vaste aanwezigen is Gerda. ‘Alle mensen om mij heen gaan in het buurthuis koffie drinken en roddelen. Ik heb geen tijd voor koffie. Ik wil iets leren’, zegt ze stellig.

De kou blijft hangen in de tocht van de entree. Binnen ruikt het naar koffie en natte jassen. Het is rustig, met een zacht geroezemoes op de achtergrond. Lezers zitten op bankjes, jassen hangen over stoelleuningen en er klinkt geritsel van papier. Twee kinderen schieten voorbij. ‘Ssst’, sist hun moeder, ‘je bent in een bibliotheek.’

Cursusbegeleider Mandeeq Jama komt aangelopen. Het sneeuwweer van de afgelopen week lijkt een streep te hebben gezet door de opkomst. Vandaag schuift alleen Gerda aan. Ze loopt met Jama mee richting de ruime lift. Boven zitten mensen langs de gang in kleine groepjes bijeen, druk in gesprek. De deur naar het cursuslokaal gaat open en binnen heerst rust.

Het cursuslokaal staat klaar, maar deze woensdag schuift alleen Gerda aan.

De tafels staan in een U-vorm, gericht op het digibord. Gerda kiest haar plek tegenover het scherm. Door een klein raam is buiten licht te zien, maar het geluid blijft gedempt. Zelfs het geroezemoes uit de gang klinkt nauwelijks door. Gerda legt haar tas op tafel, haalt een boekje tevoorschijn en begint aantekeningen door te nemen. Iedere week noteert ze wat er besproken is.

Van ‘pas op’ naar ‘wat nu?’

Jama staat naast het digibord, waar een presentatie te zien is. Ze werkt in de bibliotheek en geeft daarnaast de cursus Veilig Online. ‘Vanuit de gemeente Almere zijn wij gevraagd dit te verzorgen.’ Volgens Jama is de aanleiding duidelijk. ‘Digitale oplichting is een groot probleem.’ Met de lessen wil ze inwoners van Almere bereiken die zich onzeker voelen achter een scherm.

De cursus Veilig Online begint bij de basis: wat is digitale oplichting en hoe herken je het?

Het probleem speelt niet alleen in Almere. Hoewel Nederland gemiddeld goed scoort op digitale vaardigheden, blijft de groep mensen zonder die vaardigheden groot genoeg om landelijke impact te hebben. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek had in 2023 ongeveer 83 procent van de Nederlanders tussen 16 en 75 jaar minimaal digitale basisvaardigheden, maar dat betekent ook dat ruim één op de zes mensen dat níét heeft.

Die verschillen zijn niet gelijk verdeeld: ouderen, laagopgeleiden en mensen met een lager inkomen hebben doorgaans minder digitale vaardigheden dan jongeren en hoger opgeleiden. Daardoor lopen zij meer risico op digitale uitsluiting of financiële schade, omdat steeds meer diensten, waarschuwingen en contactmomenten vooral online plaatsvinden.

Jama merkt dat veel mensen waarschuwingen over digitale onveiligheid meekrijgen via nieuws en sociale media, maar niet weten wat ze ermee moeten. ‘In de media worden ze wel gewaarschuwd, maar niemand legt uit hoe je ermee omgaat. In de les gaat het daarom niet alleen over dreiging, maar vooral over handelen.’

Dus blijft het praktisch. In het lokaal wordt digitale dreiging teruggebracht tot simpele keuzes: wel of niet klikken, wel of niet terugbellen. Controleer wie de afzender is en of het e-mailadres klopt. Twijfel je aan een bericht van een instantie, neem dan zelf contact op via het officiële nummer, niet via het nummer in de mail. En stuurt ‘je kind’ opeens een WhatsApp vanaf een nieuw nummer? Bel eerst het oude, bekende nummer.

Mandeeq Jama laat zien hoe je een phishingmail herkent: afzender, taal en links verraden vaak veel.

De les draait niet om moeilijke woorden of definities. Jama wil vooral dat deelnemers grip krijgen op wat ze moeten doen als iets niet klopt. ‘Ik wil dat mensen zichzelf kunnen redden.’ Voor Gerda is dat precies de reden dat ze komt. Ze wil haar zaken zelf kunnen blijven regelen, zonder steeds hulp te moeten vragen aan haar kinderen.

Wantrouwen als bescherming

Gerda luistert aandachtig. Bij voorbeelden van oplichting schudt ze haar hoofd. ‘Jeetje’, zegt ze zacht. Even later: ‘Oh, wat erg.’

Ze komt al langer naar de cursus en is er vrijwel elke week. Ze steekt er veel van op en komt graag. Als Jama vraagt hoe ze met verdachte situaties omgaat, is haar antwoord resoluut: ‘Mijn bankzaken regel ik zelf. Daar komt niemand aan.’ Ze reageert niet op alle mails en alles wat naar reclame ruikt, gooit ze weg. ‘Van mijn rekening blijven ze af.’

Bij twijfel zoekt ze zekerheid buiten haar scherm. Krijgt ze een bericht van de bank, dan belt ze niet, maar gaat ze langs. ‘Ik ben er regelmatig. Ik heb zelfs twee nieuwjaarscadeaus gehad.’ Onbekende telefoontjes neemt ze niet zomaar op, of ze kapt het gesprek af. ‘Ik ben een lastige oude vrouw hoor’, zegt ze lachend.

Jama waarschuwt wel voor de andere kant. Wie helemaal geen onbekende nummers meer opneemt, ‘isoleert zichzelf’. Wantrouwen beschermt, maar het kan ook verlammen: mensen durven dan op een gegeven moment nergens meer op te reageren.

Achterblijven digitale vaardigheid

De cursus heeft een vaste structuur en wordt elke maand herhaald. Jama bouwt het stap voor stap op: eerst hoe je je apparaten en accounts beter beschermt, daarna hoe je oplichting herkent en vervolgens wat je kunt doen als je twijfelt aan een bericht. Aan het einde komt een onderwerp waar veel deelnemers nog nooit over hebben nagedacht: wat je digitaal achterlaat. Het gaat om de vraag wat er met je accounts, wachtwoorden en online gegevens gebeurt als je er zelf niet meer bij kunt, of er niet meer bent.

Vooral de lessen over digitale nalatenschap en wachtwoorden maken indruk. Veel deelnemers blijken daar nog weinig over na te denken. Pas in de cursus valt het kwartje: dit kunnen ze zelf regelen.

Dat dit soort hulp nodig blijft, is ook terug te zien in onderzoek. In het project Digital Literacy in the Public Library van de Rijksuniversiteit Groningen worden bibliotheken beschreven als een belangrijke plek voor volwassenen die moeite hebben met digitale vaardigheden. Bibliotheken proberen digitale achterstand te verkleinen met laagdrempelige ondersteuning, zoals inloopspreekuren, cursussen en informatiepunten.

Volgens datzelfde onderzoek hebben bezoekers vooral behoefte aan praktische uitleg en persoonlijke begeleiding: niet alleen horen dat er risico’s zijn, maar ook leren wat je kunt doen als er iets niet klopt.

Dat is terug te zien in de les van Jama. Sommige deelnemers schuiven aan met een hele lijst vragen, nog voor ze hun jas uit hebben. Anderen wachten tot een onderwerp ineens herkenbaar wordt. Dan vertellen ze wat ze zelf hebben meegemaakt en vragen wat ze de volgende keer beter kunnen doen.

Toch blijft een deel van de doelgroep buiten beeld. De Rijksuniversiteit Groningen schat dat ongeveer 2,5 miljoen Nederlanders onvoldoende digitale basisvaardigheden hebben en risico lopen op digitale uitsluiting. Dat betekent niet dat zij ‘veilig’ zijn omdat ze minder online zijn, maar dat ze juist minder grip hebben op digitale berichten, betalingen en contact met instanties. Juist die groep is vaak lastig te bereiken via reguliere cursussen.

Jama probeert die groep toch te bereiken. De cursus Veilig Online is daarom opgezet als inloopbijeenkomst, zodat deelnemers zich niet eerst online hoeven aan te melden. Maar die laagdrempeligheid heeft ook een keerzijde: wie een keer niet komt, mist de les zonder dat iemand daar verder iets van merkt. De opkomst hangt bovendien af van praktische omstandigheden, zoals vakantie of slecht weer. Na een week sneeuw blijft het lokaal deze woensdagmiddag bijna leeg.

Van les naar praktijk

Onderzoeken van het CBS en de Rijksuniversiteit Groningen beschrijven waarom dit soort hulp nodig is, maar in het lokaal van de bibliotheek in Almere krijgt het een gezicht. Het gaat niet om termen of lijstjes, maar om wat iemand doet als er iets niet klopt.

Het moment waarop de les ineens praktijk werd, herinnert Gerda zich nog goed. Na een bijeenkomst over telefonische oplichting ging haar telefoon. Iemand deed zich voor als bankmedewerker. Ze herkende de truc en hield de controle. ‘Ik kon dansen op straat’, vertelt ze, nog steeds zichtbaar trots.

Maar niet iedereen blijft zo rustig. Jama vertelt over een vrouw die door stress tóch inging op een verdacht appje, terwijl ze juist twijfelde. Voor Gerda werd het een overwinning. Voor anderen komt het besef pas als het al mis is gegaan.

De cursus leert deelnemers niet om het internet te vertrouwen, maar om het te controleren.

Verantwoording beelden

Alle beelden voor of tijdens de cursus Veilig Online gemaakt door Marit van Ens.