De kinderdagverblijven zien geen uitweg

De kinderdagverblijven zien geen uitweg

De Sociaal-Economische raad (SER) publiceerde op 25 mei haar advies om de arbeidstekorten in de maatschappelijke sectoren zoals de zorg, het onderwijs en de politie op te lossen. De SER laat duidelijk in haar rapport zien dat óók in de kinderopvang de arbeidskrapte toeneemt. Het aantal vacatures in de kinderopvang was al ongekend hoog en is in een jaar tijd nog eens verdrievoudigd. Eva Langman is student pedagogiek en stagiair bij een kinderdagverblijf in Amsterdam, ook zij erkend de schaarste van personeel en ziet van dichtbij de gevolgen.

“We hebben heel veel last van personeelstekorten. Vooral de tijd na corona is het echt chaos. Ik ben dus begonnen als stagiaire en ik loop stage op woensdagochtend  en donderdagochtend op de peuterspeelzaal. Dat zijn peuters van twee tot vier jaar en dan ben ik daar van negen uur ’s ochtends tot één uur ’s middags. Ik merk dan gewoon dat ik elke week met andere mensen stond. We hadden vaak dat er mensen werden ingehuurd, dus zzp’ers die dan op de groep kwamen. Die wisten niet waar alles stond, die waren nog nooit op de vestiging geweest en die kende de kinderen niet. Dat is niet fijn om mee te werken als stagiaire zijnde en voor de andere medewerkers.”

“We hebben vaak wel groepen dicht moeten gooien als er te weinig medewerkers zijn. Je moet per acht kinderen één medewerkster hebben en als dat minder is dan ja, dat mag gewoon niet. Dat is niet veilig. Er zijn wel dagen geweest dat dat niet kon en dat er groepen dicht moesten. Dat er gewoon een groep minder was. Zodat de medewerkers van die groep zich konden verdelen over de andere groepen, zodat de rest van de groepen wel open kon blijven.”

“Ik zit nu in mijn tweede jaar van mijn studie pedagogiek en iedereen in mijn klas loopt stage op de kinderopvang. Daar hoor je ook dat stagiaires in hun eentje voor de groep staan, dat er groepen dicht moeten of dat ze moeten verplaatsen naar andere vestigingen. Bijna iedereen in mijn klas werkt nu ook als voltallig medewerkster op de kinderopvang, in plaats van stagiaire, omdat er gewoon te weinig medewerkers zijn. Dus je ziet wel dat het een groot probleem is nu.”

“Ik merk wel aan mezelf dat het wel veel eist. Ik merk dat ik weinig toe kom aan mijn studie, omdat ik nu meerdere dagen in de week intallig op de groep sta. In de vakanties heb ik ook veel gewerkt. In tegenstelling tot een normale stage, worden wij gelijk behandeld als echte medewerksters. Wat ook wel een fijn gevoel geeft, om er gelijk bij te horen en gelijk gezien te worden als iemand die daar echt werkt. Maar ik heb weinig tijd om tijdens de stage observaties uit te voeren of bezig te zijn met mijn eigen leerproces. Als je intallig staat, betekent het dat je met z’n tweeën 16 kinderen kan hebben, in plaats van dat die 16 kinderen horen bij twee andere medewerksters en jij bezig bent en als stagiair. Ik denk wel dat ik nu meer aan het werk ben, meer een bijbaan, dan dat ik met school bezig ben. En dat is natuurlijk wel zonde, omdat ik veel meer had kunnen leren dit jaar en een beter leerproces had kunnen hebben.”

“Ik heb al een paar keer gehad dat er zo weinig personeel was dat er een medewerker te weinig was en dat ik als stagiair ook intallig stond, maar daar niet voor betaald kreeg. Dat is heel vaak gebeurt in de eerste paar maanden. Dat we met te weinig mensen stonden.  Ze zeggen dan dat er mensen zijn op kantoor die kunnen bij springen, als een soort stok achter de deur. Mocht er GGD langskomen, dan zeggen ze dat er mensen op kantoor staan die kunnen komen om te helpen. En het is ook wel echt zo dat je die kan bellen, mocht het echt te zwaar worden. Dus de medewerkster in kwestie wordt dan vertelt, als het niet gaat met z’n tweeën, dat ze dan kunnen bellen. Maar er zijn weinig mensen die dat doen en mij wordt dat ook niet vertelt. Ik als stagiair wordt niet vertelt; als jij het te zwaar vindt mag je bellen. Ik wordt daar eigenlijk niet in meegenomen, dus ik moet maar doen wat er gevraagd wordt. Op zo’n moment heb ik niet echt een keus.”

“Je zou op zo’n moment een groep dicht kunnen gooien, maar dan krijg je boze ouders. Illegaal is wel een grote term, het is onveiliger. Als het twee kinderen meer zijn, je kent de kinderen goed en als je als medewerkster weet je dat je het aan kan. Maar het mag eigenlijk niet.”

Over de auteur

Bram Schutte

Bram Schutte (18) is een geboren en getogen Amsterdammer die, toen hij opgroeide in de volkswijk de Pijp, al veel bezig was met de verhalen van anderen. Naast zijn studie Journalistiek aan de Hogeschool van Utrecht vindt hij het fijn om geprikkeld te worden door de hedendaagse actualiteit. Met een open blik en een brede interesse bekijkt Bram de wereld en geeft hij iedereen de kans om zijn verhaal te doen.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *