Annelotte: “Als hulpverlener hoop ik bij te dragen aan het afnemen van het stigma rondom psychiatrie.”

Annelotte: “Als hulpverlener hoop ik bij te dragen aan het afnemen van het stigma rondom psychiatrie.”

AMSTERDAM | Kwetsbare mensen met psychische klachten helpen om hun leven weer op te pakken. Dit doet Annelotte Pleij (36 jaar), ze werkt bij Buurtzorg T als zelfsturend sociaalpsychiatrisch verpleegkundige (SPV) in opleiding in de wijk Bos en Lommer. Wat houdt het werk in en waarom heeft ze hiervoor gekozen?  

Wat houdt je werk in? 

“Ik werk als SPV met cliënten met verschillende ziektebeelden. Je kunt denken aan klachten als depressie, psychose, angst, PTSS. Ik werk in een zelfsturend team met acht collega’s. Als SPV kom ik, normaal gesproken, vaak bij mensen thuis. Ik kijk dan niet alleen naar de thuissituatie maar ook naar het netwerk, het werk en de wijk waarin iemand woont. Het gaat dus niet alleen om het individu maar ook om de omgeving. Door te kijken wat er in de omgeving van de cliënt gebeurt, kan ik de klachten daaraan relateren. Ik pak dit aan door de cliënt eerst goed te leren kennen en ingang te krijgen in iemands leven. In samenspraak met de cliënt spreken we elkaar zo vaak als iemand nodig heeft, dit kan één keer per week maar ook één keer in de twee maanden zijn.”   

 Wat heeft je gemotiveerd om dit werk te gaan doen? 

“Ik wist altijd al dat ik met mensen wilde werken maar had nog nooit van dit beroep gehoord. Na veel omzwervingen ben ik verpleegkunde gaan studeren. Ik volgde de opleiding in het OLVG West, waar ook een psychiatrische afdeling was. Ik heb toen gevraagd of ik daar stage kon lopen. Dit mocht en toen hebben we, het team en ik, samen een nieuwe opleiding gecreëerd binnen de opleiding. Na een tijdje in het ziekenhuis gewerkt te hebben, was ik klaar voor een nieuwe uitdaging. Toen kwam dit werk als SPV op mijn pad. De keuze voor dit beroep hangt ook samen met mijn eigen ervaring met psychisch ziek zijn, door die kwetsbaarheid is de wens ontstaan om hierin ook iets voor anderen te betekenen. Ik hoop dat ik als hulpverlener kan bijdragen aan het afnemen van de schaamte en het stigma rondom de psychiatrie door hier open over te zijn.”  

 Hoe ziet een dagelijkse werkdag er voor je uit? 

 “Door corona beginnen we nu iedere dag met een vergadering via beeldbellen met het team. Het team waarmee ik werk bestaat uit eén psychiater en verschillende behandelaren met verschillende achtergronden. We overleggen over cliënten en stellen vragen als we ergens tegenaan lopen. De rest van de dag plan ik zelf in. Ik plan afspraken in met cliënten, dit kan via beeldbellen zijn of ik ga op de fiets naar de cliënt toe. In het begin stel ik samen met een cliënt een behandelplan op met behandeldoelen. Verder betrek ik het netwerk bij de behandeling en geef voorlichting, ook overleg ik met de huisarts. Ik ben een soort spil in het web en kijk wat nodig is om ervoor te zorgen dat de cliënten hun eigen autonomie terugkrijgen.”  

Wat vind je het leukst aan het werk?  

“Ik ben altijd al heel geïnteresseerd geweest in het verhaal van mensen en het fascineert me om te zien hoeveel kracht mijn cliënten hebben. Er zit veel diepgang in het werk wat ik doe en dat geeft me voldoening. De organisatie waar ik werk, Buurtzorg T, is heel idealistisch opgericht door vertrouwen te hebben in de vaardigheid van verpleegkundigen. Hierdoor is het werk wat ik doe heel zelfstandig en heb ik geen baas omdat het een zelfsturend team is. Dit houdt ook in dat ik veel verantwoordelijkheid heb.”   

Zijn er ook mindere kanten?  

 “Het is zwaar werk, mentaal gezien. Mensen kunnen soms heftig of agressief reageren, ook op mij. Continu met mensen werken die veel ellende hebben in hun leven vraagt veel van je. Ook moet ik mezelf er altijd aan herinneren dat ik mijn eigen grenzen aan moet geven, mensen redden gaat niet.”  

Wat is er veranderd tijdens corona? Wat zijn de voor- en nadelen? 

“Sinds corona werk ik veel meer vanuit huis. Ik vind dit op zich fijn omdat ik geen tijd kwijt ben aan reizen en ik rustiger op kan starten. Het nadeel is dat ik het mis om de wijk in te gaan, hierdoor is er natuurlijk ook minder aansluiting met de wijk en de cliënten. Op het internet is gelukkig wel veel mogelijk maar niet alle cliënten hebben toegang tot internet, dit maakt het wel lastig. Ik merk toch dat fysiek contact heel belangrijk is en dat mis je nu wel.” 

Over de auteur

1 reactie

  1. Avatar

    Heel interessante artikelen!

    Antwoord

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *