Interview v/d week: Fractievoorzitter ChristenUnie, Ben Bloem

Interview v/d week: Fractievoorzitter ChristenUnie, Ben Bloem

ChristenUnie Fractievoorzitter Ben Bloem

Van Frans-Guyana tot aan Les Pay-Bas. Met de hand op de bijbel, zwicht ieder kameel voor de energie van Ben Bloem voor het oog van de naald. Wilskracht, ratio en hoop. Niet elke held draagt een cape, maar Ben draagt zijn stad. Hoe religie en politiek de beginselen vormen van een uniek karakter.  

Op je zesde verhuisde je samen met je ouders naar Frans-Guyana. Hoe beleefde je het als kind, om te groeien in een ‘andere’ cultuur? Was het een verrijking? Heeft het een stempel achtergelaten?

‘’Het opgroeien in een ander milieu is voor een kind enerzijds toch moeilijk. Als Nederlandse jongetje ben je daar toch een ‘vreemdeling’. Het gros van de bevolking is niet Europeaans Nederlands, als er al ‘blanke’ mensen waren, dan waren dat voornamelijk Fransen. Dus we behoorden duidelijk tot de minderheid. Dat was soms wel moeilijk ja, de taal was anders, cultuur, eten en gewoontes. Anderzijds ben je nog jong, je kunt je heel makkelijk aanpassen. Dat is dan voor mij gelijk het bruggetje naar verrijking, want het milieu waar ik ben opgegroeid kennen veel Nederlanders niet. Ik werd bijvoorbeeld het eerste jaar door mijn klasgenoten gepest omdat ik de taal niet sprak, ze vonden me een beetje gek. Voor een kind kan dat best pittig zijn, maar naarmate ik ouder werd, werd het ook meer een verrijking. Zo hadden we ook letterlijk de aapjes in ons tuin loslopen, ik denk niet dat iedereen dat kan zeggen. Ik ben bijvoorbeeld ook in dorpen geweest waar ze het super bijzonder vonden dat er daar ‘blanke’ mensen kwamen, maar tegelijkertijd heerste er ook bij sommige delen van de bevolking een cultuur van antikolonialisme; alles wat Europeaans en ‘blank’ was werd gezien als kolonisator. Dat zorgde niet altijd voor een vriendelijk klimaat waarin je opgroeit. Achteraf vind ik het toch wel bijzonder, ik zie het met name als een verrijking in de zin van: dat ik mij sneller thuis voel bij een ander cultuur. Ik ben later ook naar India en Afrika geweest, maar bijvoorbeeld ook hier in Nederland als ik bij Syrische-statushouders op bezoek ben, dan heb ik toch wel snel door wat de gewoontes en de gebruiken zijn. Ik vind zo’n interactie ontwapenend werken. Zeer verrijkend dus, dat ik verschillende culturen heb mogen proeven en dus ook niet het idee heb dat wij de enige cultuur op de wereld zijn.’’

Uw ouders maakten zich hard voor de gevluchte inwoners van Suriname (in tijden van Desi Bouterse). Zijn de christelijke normen en waardes (tradities) u van huis uit meegegeven, of bent u het christendom tegen het lijf gelopen tijdens uw studentenjaren?

‘’Ik ben er uiteraard mee opgegroeid, maar ik heb op geloofsgebied ook mijn puberjaren gehad; dat ik het stom vond en dat ik nog maar moest zien of God wel bestond. Volgens mij was ik een jaar of twintig toen ik een bewust keuze heb gemaakt om te geloven. Soms doe ik dat nog steeds, bijna rationeel zou ik zeggen. Ik kan gewoon moeilijk leven met het idee dat er geen hoger doel is, of dat er geen leven na de dood zou zijn. Het idee alleen al maakt me depressief. Immanuel Kant zei: ‘’ Religie is opium voor het volk, het houdt de mensen rustig’’. Misschien is dat ook wel zo, maar ik word heel depressief bij de gedachte dat wij een hoopje moleculen zijn zonder een hoger doel. Ik ben geen theoloog, maar ik heb me ook in verschillende religies verdiept, en ik vind mijzelf het meeste thuis bij het christendom. Iedereen maakt fouten en het leven is niet altijd makkelijk. We hebben genade en vergeving nodig, want op onszelf redden we het niet. Kortom, ik heb echt wel een paar jaar twijfel gehad, noem het maar rebellie. Het was toch wel een beetje afzetten tegen mijn ouders en mijn geloofsopvoeding. Op een gegeven moment ben je toch bezig met jezelf en je eigen leven, dan begin je ook na te denken en je te verdiepen, en dat heeft mij weer teruggebracht bij christendom. Maar ik geloof ook niet dat ik hetzelfde geloof heb als waar mee ik ben opgevoed. Ik heb soms ook wel discussies over het geloof met mijn ouders, en dan merkt je toch ondanks dat hoewel we allen christenen zijn, het toch ook weer niet altijd 100% hetzelfde is.’’

U behaalt uw masters-degree psychologie in 2005. U bent onder andere werkzaam geweest als bestuurslid in de dak- en thuislozenzorg, GGD, schuldhulpverlening, voedselbank en bekleed tot op heden nog een aantal nevenfuncties naast uw politieke functie. Waar haalt u deze levensenergie vandaan?

“Haha, ik ben heel dankbaar voor mijn vrouw die mij heel veel tijd gunt. Privé en werk moet je natuurlijk kunnen bolwerken, soms denk ik dat ik het niet goed doe, en dat ik meer tijd voor mijn kinderen moet nemen. Tegelijkertijd wil ik mijzelf nuttig maken, mijn kennis, tijd, energie en soms zelfs een deel van mijn geld inzetten – ook al weet ik dat ik niet iedereen kan redden – om het leven van andere beter te maken. Ik heb het echt te doen met mensen die het minder hebben. Zoals je weet ben ik actief in de dak- en thuislozenzorg, schuldhulpverlening en ben ik vicevoorzitter van voedselbank-Apeldoorn. Er zijn voor mij ook geen financiële motieven, of bewijsdrang. Het is een rode draad in mijn leven, ik ben er ook van overtuigd dat wij niet op de wereld zijn gezet voor ons zelf. De wereld beter maken voor een ander is toch wel mijn drive, ook een reden waarom ik de politiek ben ingegaan.’’

Zes jaar in dienst van de ChristenUnie, lokaal betrokken en geroemd als de ‘mensenmens met een sociaal-hart’. Sinds november nummer 35 op de lijst van de tweede kamer. Waar staat u over vijf jaar?

‘’Ik maak er geen geheim van, mijn primaire ambitie ligt niet landelijk. De reden dat ik mij landelijk opstel is dan ook lokaal belang, ik vind dat Apeldoorn vertegenwoordigd moet worden. Het is niet dat ik actief campagne voer, maar als er zeventienduizend voorkeurstemmen zijn dan moet ik wel.’’

Onlangs was u te gast bij de christelijke televisiezender ‘Family7’. U sprak uw ongenoegen uit over de apathische houding van Nederland ten opzichte van de Griekse vluchtelingen van het asielzoekerskamp Moria. Kunt u een schetst geven van uw utopie?

‘’Wat dat betreft kunnen we een hele avond vullen met wereldproblemen, dus laat ik me beperken tot Nederland. Daarbij moet ik zeggen dat we het relatief best goed hebben in Nederland ten opzichte van andere landen. Ik droom dan van de voedselbanken die de deuren sluiten; omdat ze niet meer nodig zijn, daklozenopvang die de deuren sluiten, de woningcrisis verledentijd is en de asielprocedures meer humaan zijn. Overigens maken mensen natuurlijk ook gewoon fouten; dus schuldenproblematiek zal altijd wel aanwezig zijn, maar het coulanter omgaan met mensen met financiële problemen vind ik toch wel belangrijk. Als overheid kunnen we niet tekortkomen in de voorzieningen, in principe hebben we al bijstand, uitkeringen en toeslagen, maar in de praktijk gaat het toch vaak anders. De toeslagenaffaire is dan gelijk een pregnant voorbeeld van de bureaucratie, stroperigheid en het verschil tussen systeemwereld en de leefwereld van mensen. Misschien moeten we zelfs het belastingstelsel op de schop gooien.’’

Was het niet de bedoeling om kerk en staat gescheiden te houden? Hoe inclusief is de ChristenUnie? Hoe kunt u ruggengraat tonen als het gaat om het weerleggen van orthodoxe dogma’s? 

‘‘Dat is inderdaad soms lastig. ‘Christen’ in ChristenUnie zegt al genoeg. Het is een gegeven dat het meer relateert aan de bijbel en de kerk dan aan de politiek, dat kan soms schuren. Tegelijkertijd hoeven we er niet ingewikkeld over te doen; iedereen bedrijft politiek vanuit een ideologie, een bepaald wereldbeeld. Bovendien is er ook een wereld van verschil tussen de SP en de VVD. Ook dat komt voort uit ideologische verschillen. Zij hangen er geen religie aan, en wij doen dat wel, maar er is niks mis mee dat de Bijbel onze inspiratiebron is. We hoeven er dus ook niet geheimzinnig over te doen. Ideeën over rechtvaardigheid, zorg voor kwetsbare mensen, hoe gaan we om met de natuur, dit zijn allemaal thema’s die in ons wereldbeeld toch wel gekleurd zijn hoe de bijbel ons dat verteld. Dat hoeft overigens niet eens per se voor een Christelijke partij. Zo is Jan Pronk een van mijn grote politieke voorbeelden. Een overtuigd christen die actief was voor de PvdA, dat kan ook gewoon. Hij is misschien niet een bepaald charismatisch figuur, maar je aan alles wat hij zei en deed merken: die vent heeft een hart van goud. Maar andersom geldt natuurlijk ook: ik spreek regelmatig mensen die mij vragen: ‘’Jullie zijn ChristenUnie, ik ben geen christen, kan ik wel stemmen op jullie?’’ Ik begrijp dat het voor mensen wat dubbel kan voelen, en als we het kijken naar stemgedrag dan merken we dat wel denk ik. Maar wij zijn er als ChristenUnie niet alleen voor christenen. Wij zijn er voor iedereen.’’

Over de auteur

Ahmad Belal Hanifi

Life is worth dying

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *