“mensen die elkaar niet kennen, in crisisomstandigheden, toch in een keer heel goed kunnen samenwerken.”

“mensen die elkaar niet kennen, in crisisomstandigheden, toch in een keer heel goed kunnen samenwerken.”

Fotograaf Jeroen Nieuwhuis links en mortuariummedewerker, obductie-assistent Jan Kuik rechts. Bron: https://www.jeroennieuwhuis.nl/tegel/medisch-spectrum-twente/

Interview mst : pdf van het inerview met afbeeldingen erbij

Emma Bader | 20-12-2020

Jeroen Nieuwhuis (29) woont in Enschede. Hij komt uit Denekamp, een klein dorpje in de buurt. Hij is een reclame en portretfotograaf. Hij werkt voor nationale en internationale merken. “Ook bij mij heeft natuurlijk COVID best wel een beetje roet gegooid in onze planning. Wij zagen binnen een paar dagen onze agenda helemaal leeg stromen. Dat was natuurlijk best wel vervelend. Maar het bracht wel de mogelijkheid om andere projecten aan te gaan. Waaronder dit project van het MST.” Het ziekenhuis in Enschede, Medisch Spectrum Twente plaatste een oproep op social media. Daar hadden ze de vraag naar een fotograaf om de COVID periode te documenteren. “In eerste instantie dacht ik niet dat ik daar geschikt voor zou zijn. Omdat ik dacht dat de vraag was naar meer journalistieke, reportage fotografie. Dat is iets wat ik niet doe, en iets waar ik ook eigenlijk helemaal niet goed in ben. Maar ik was zelf ook wel benieuwd naar het project.” Jeroen had een mail gestuurd naar de communicatieafdeling, met de vraag voor toelichting. Na te hebben samengezeten met twee personen van de communicatieafdeling, Ton en Anne, had Jeroen zijn visie op het project gegeven en aangevuld met wat voorbeelden. “Toen kwamen we erachter dat mijn werk toch wel heel goed pastte in de verwachting van het project. Zo is dit project tot stand gekomen.” Alle 6000 exemplaren werden gratis weggeven aan het personeel van het MST. Verhalen uit het boek “Van Binnenuit” zijn te lezen op de website van het MST.

Hoelang heeft dit project geduurd?

“Afgelopen april heb ik zes dagen meegelopen met mijn twee assistenten in het MST. We hebben alles vastgelegd vanaf de receptie tot aan de spoedeisende hulp.”

Hoe was het om de patiënten en medewerkers te fotograferen in zo een zware tijd?

“Ja, dat was wel bijzonder. Wat ik vooral erg bijzonder vond, is hoe snel eigenlijk iedereen zich heeft kunnen aanpassen aan iets best wel onbekends. Er is echt voor gezorgd dat het een goed team werd. Als je de verhalen in het boek leest, over mensen die elkaar nog nooit hebben gezien en in één keer op een andere afdeling gezet worden en dan toch als meteen als team aan het werk gaan. Dat is wel knap. Daar heeft deze periode wel echt voor gezorgd, dat dat in één keer kon.”

 

Werd je soms afgeleid van je werk door de omstandigheden?

“Ik moet zeggen dat zodra ik iets door een camera zie, dat ik eigenlijk alleen maar bezig ben met het maken van het plaatje, niet zo heel erg met wat er allemaal om me heen gebeurt. Wat ook wel soms gevaarlijk is, dan stoot ik soms dingen om. Omdat ik gewoon door de camera kijk, en niet altijd naar waar ik heen loop. Het enige waar we echt op moesten letten was dat we onszelf, en de apparatuur goed moesten beschermen. Elke keer als wij een besmette COVID afdeling op gingen, moesten wij zelf natuurlijk in beschermende kleding. Ook camera-apparatuur zoals de lens, flitsen, en statieven. Ze werden allemaal ingepakt in folie. Zodra wij een besmette ruimte betraden was alles besmet. Dus wanneer we eruit kwamen, konden we gelijk alles unwrappen. Dan alles weer inpakken, en naar de volgende locatie. Dat is eigenlijk de manier hoe wij onszelf beschermde.”

 

 

Had je een visie van wat je wilde gaan fotograferen? Of liet je je meer in het moment inspireren?

“Het was wel een beetje een mix van. Ik had wel een soort van idee, van oké dit wil ik. Dus een soort van checklist met beelden die ik in ieder geval wilde schieten. Op een gegeven moment loopt mijn hoofd vol van ideeën, dan vergeet je de helft. Ik vind het daarom fijn dat ik een soort van checklist, waar ik naar kan kijken op het moment dat ik aan het fotograferen ben. Dan kan afstrepen wat ik al heb, en wat ik nog wil. Dat vind ik altijd wel lekker. Natuurlijk op het moment dat je bezig bent, dan verzin je wat nieuws. Ook was ik nooit op deze manier in het ziekenhuis geweest, zo uitgebreid. Dat ik van allerlei verschillende afdelingen zag. Ik wist niet wat ik moest verwachten. Dus ik heb me eigenlijk een beetje laten leiden door het personeel.”

Heb je veel met het personeel en de gefotografeerde mensen gesproken?

“Ja ik heb met iedereen contact gehad voordat ik de foto’s heb gemaakt. Ik ben niet iemand gewoon terwijl iemand bezig was, in één keer gaan fotograferen. Ik ben altijd door een teamhoofd of een afdelingshoofd geïntroduceerd van oké, dit is Jeroen. Jeroen gaat foto’s maken voor het boek etc.”

 

Maakte bepaalde omstandigheden het voor jou lastig om daar foto’s van te maken?

“Eén van de moeilijkere afdelingen was het traumahelikopter dek. Dat gaat supersnel, er land een helikopter, er wordt iemand ingeladen en die gaat gelijk weg. Dan heb je echt nul tijd om te zeggen van ‘jo jongens kunne we effe stilstaan’ Dat gaat gewoon niet. Dat was wel een uitdaging. Mijn assistenten hadden beiden nog een lamp vast. Die lamp vangt natuurlijk ontzettend veel wind. Zeker op dat helikopterdek. Dus die zaten echt te vechten met dat ding, om hem op de goede plek te houden. Als ik dan van links ging fotograferen wil ik die lamp rechts hebben, maar als ik links ging wilde ik hem aan de andere kant hebben. Dus ze moesten nog een keer heel hard op en neer rennen, met die lamp. Om mij te assisteren.”

In het ziekenhuis gebeuren veel heftige dingen, wat was een moment dat impactvol voor jou was?

“Toen ik de spoedeisende hulp fotografeerde, kwam een zeventienjarige jongen binnen, die uit een hoogwerker was gevallen. Die had alles gebroken, zijn vingers, handen en meer. Ik zag een röntgenfoto van zijn hand, en ieder botje was kapot. Dat is wel heftig. Maar voor de artsen is dit gewoon hun werk. Die schakelen zowat die menselijkheid, die emotie uit. Die zijn gefocust en doen hun allerbest om die jongen te helpen.”

Heb jij dit niet ook als je door de lens heen kijkt, dat je zowat je emotie uitschakelt?

“Eigenlijk wel, ik kan best wel ver gaan voor het maken van een foto. Of dat nou op een hele gevaarlijke ladder is, of ik zou in een weiland in de poep moeten liggen, omdat dat de beste plek is. Dan ga ik daar liggen.”

 

Heb je wat geleerd van de mensen daar?

“Ja, dat mensen die elkaar niet kennen, in crisisomstandigheden, toch in een keer heel goed kunnen samenwerken. Dat vond ik wel knap om te zien. Iedereen werd er met elkaar ingegooid. Van red je maar, en dat ging gewoon bijzonder goed. Bij de boekpresentaties zei ook één van de leden van de raad van bestuur, dat het ziekteverzuim in de eerste golf onder de vier procent lag. Dat was historisch laag. Omdat mensen ondanks dat ze misschien wel hoofdpijn of andere pijn hadden, toch wel naar werk gingen. Van ja, ik kan mijn team niet in steek laten. Iedereen zet wel een tandje extra bij.”

Ben je tevreden met het boek?

“Jazeker, ik ben blij met het eindresultaat. Ik vind het een heel mooi boek geworden. Het is toch wel een stukje geschiedenis, iets wat we niet gauw gaan overdoen. Laten we hopen dat we het niet vaak gaan overdoen haha. Ik vond het best interessant om te zien.”

Over de auteur

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *