‘De woonvisie van Rotterdam is ingehaald door de tijd’

‘De woonvisie van Rotterdam is ingehaald door de tijd’

Paul geeft een rondleiding in Kralingen

ROTTERDAM – Paul Groenendijk is architectuurhistoricus in Rotterdam en publiceert vaak over de wederopbouwarchitectuur (naoorlogse bouw uit de periode 1945-1970) in Rotterdam. Hij ziet dat Rotterdam keer op keer de plank misslaat in het huidige woonbeleid. Hij pleit voor een nieuwe woonvisie, met meer renovatie en minder slopen.

‘In Rotterdam lijken ze alles wel te willen slopen. Ooit bijvoorbeeld Thalia en de Lijnbaan en nu het Pompenburg. Er gaan nu al stemmen om ook het maritiem museum te slopen. Ze moeten niet alles afbreken, maar proberen te restaureren.

Tot de jaren ’60 is er als gekken gebouwd. Na de bevrijding in 1945 was er veel kapot, zeker in Rotterdam. Er was een bevolkingsexplosie in aankomst, iedereen wilde kinderen op de aarde zetten. Men zag in dat er snel gebouwd moest worden. Dat zijn alle klassieke buitenwijken van Rotterdam geworden, Schiebroek, Pendrecht, Lombardijen, Alexanderpolder, enzovoorts.

Toch is de woningnood toen nooit opgelost, want we kregen te maken met gezinsverdunning. Vroeger ging je pas op jezelf wonen als je ging trouwen. Nu zie je dat gezinnen relatief kleiner worden, het blijft vaak bij een 1 of 2 persoonshuishouden dus we hebben meer huizen nodig voor dezelfde hoeveelheid mensen.

Rotterdam heeft van oudsher een arbeidersbevolking. Al sinds het einde van de 19e eeuw trokken veel Brabanders en Zeeuwen naar Rotterdam om in de haven te gaan werken. Door de relatief goedkope woningen trokken er ook veel nieuwkomers naartoe zoals studenten, kunstenaars en immigranten. Toen bleek dat de rijkere Rotterdammers en de afgestudeerden naar de randgemeenten trokken omdat daar de ruimere, duurdere woningen waren.

Door de grote groep laagopgeleide Rotterdammers waren de voorzieningen in stedelijk gebied lastig op peil te houden. Het idee van de opgestelde woonvisie is daarom om meer duurdere woningen te bouwen zodat de rijkere, vaak hoogopgeleide bevolking, naar de stad kwam of daar bleef wonen.

Dat is op zich geen slecht idee, maar de manier waarop dat doel bereikt wordt is niet goed. Door de oudere en goedkopere woningen te slopen jaag je de oorspronkelijke bewoners weg. De nieuwe woningen zijn ook vaak ruimer waardoor de woningvoorraad kleiner wordt. De gedachte van de politici was ‘ga maar ergens anders wonen, dan zijn wij ze kwijt’, al zeiden ze dat natuurlijk niet hardop.

De uitgangspunten van de woonvisie zijn niet verkeerd, maar de invulling daarvan wel. De Tweebosbuurt is daar een goed voorbeeld van. Je sloopt redelijke woningen, waar mensen met plezier wonen in een goed sociaal verband met een hechte buurt.

Als je dan sociale huurwoningen sloopt, zorg dan dat in de randgemeenten weer meer goedkopere woningen terugkomen, dat je daar ook een mix van bewoners krijgt. Maar dat is economisch niet lonend. In feite was de zorg voor woningen voor de laagste betaalden ook een zorg voor de stad en de woningcorporaties. Maar die spelen liever voor ontwikkelaar, want architectonisch kun je natuurlijk niet zo veel met goedkopere woningen. Door de verhuurdersheffing hadden corporaties iets van ‘bekijk het maar, wij gaan onderhouden in plaats van ontwikkelen.’

Door het neoliberalisme hebben marktpartijen een veel grotere rol gekregen en zijn de overheid en corporaties naar de achtergrond verdwenen. Marktpartijen zijn vooral geïnteresseerd in geld verdienen en dat doen ze door appartementen en eengezinswoningen te bouwen. Die zien ze dan ook als beleggingsobject. Die worden duur verhuurd maar zijn geen oplossing voor het probleem. De bewoners van die woningen blijven niet heel lang hangen. Daardoor is er weinig sociale structuur in die buurten. Mensen geven niks om de wijk en hechten geen waarde aan de woonomgeving. Er is geen motivatie om dat te verbeteren. Ze dragen geen zorg voor de wijken, dat werkt verslonzing in de hand.

De woonvisie moet herschreven worden. Toen de visie geschreven werd waren de woningen nog niet zo duur als dat ze nu zijn. Er is nu eerder een tekort aan ‘goedkope’ woningen dan te veel. De woningen zijn niet alleen voor de sociaal zwakkeren maar ook voor de jongeren, starters en creatieve mensen. Die wil je juist graag in je stad hebben. Daarnaast heeft Rotterdam een positief imago en komen de hoger opgeleide mensen uit zichzelf al naar de stad, zelfs naar de impopulaire wijken.

Toen de woonvisie gemaakt werd was er een referendum om de woonvisie aan te passen. Dat is toen mislukt, de opkomst werd toen niet gehaald. Het referendum was dusdanig moeilijk geformuleerd dat de toch al niet stemgrage Rotterdammers niet opkwamen. Ook was het een harde ja of nee, geen ruimte om aan te geven dat je voor nieuwe woningen was en bijvoorbeeld tegen slopen. In mijn ogen is het wel een democratisch besluit, maar zonder draagvlak.

De oplossing zou zijn om minder grootschalig te slopen. In bijvoorbeeld Hoogvliet is er ruimte zat voor nieuwe woningen zonder de bewoners weg te drukken. Het natuurlijk verloop doet zelf zijn werk wel. Kijk dan naar een beter verhuurbeleid. Roep voor de renovatie van wijken eens de bewoners bij elkaar, wat gaan we slopen? Wat gaan we renoveren? Wie staat er open voor verhuizen? Dat is een normaal proces, in plaats van per brief mee te delen dat er gesloopt gaat worden en je op moet krassen.’

Over de auteur

Cornelis Hummel

Mijn naam is Niels Hummel. Ik ben een 23-jarige, nieuwsgierige student uit Krimpen aan den IJssel. Voordat ik het studentenleven in werd getrokken heb ik zes jaar in de binnenvaart gewerkt. Dat blijft voor mij een boeiende branche. Omdat u dit op de nieuwssite leest, zal het u niet verbazen dat ik de opleiding Journalistiek volg aan de Hogeschool Utrecht. Samen met een aantal van mijn medestudenten maak ik hier ware kunstwerken voor de ‘Nultiener’. Ik raad u zeker aan onze artikelen te lezen.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.