Making Animal Welfare Matter: Positioning Animal Welfare as Personally Relevant<\/em>. Daarin onderzocht ze waarom consumenten die dierenwelzijn belangrijk vinden toch vaak voor gewoon vlees kiezen en hoe marketingstrategie\u00ebn hen kunnen stimuleren om voor diervriendelijker vlees te kiezen.<\/p>\nVolgens Van Riemsdijk weten veel consumenten al van problemen rond dierenwelzijn, maar blijven zij vlees eten. Eetgedrag wordt sterk be\u00efnvloed door gewoontes, smaak, gemak, sociale normen en tradities. Informatie over dierenwelzijn kan volgens haar bij sommige consumenten op korte termijn werken, maar kan bij anderen juist weerstand oproepen. Daarom moet informatie volgens haar aansluiten bij de doelgroep en bij wat voor hen belangrijk is.<\/p>\n
Haar conclusie is duidelijk: \u201cKennis is niet voldoende.\u201d<\/strong> Kennis over dierenwelzijn is volgens Van Riemsdijk \u201c\u00e9\u00e9n puzzelstukje, maar niet de grootste\u201d<\/strong> en daarmee \u201cbeweeg je gewoon de massa niet.\u201d<\/strong><\/p>\nHoe mensen omgaan met kennis<\/strong><\/h3>\nBolderdijk legt in het interview uit waarom kennis alleen volgens hem niet genoeg is. Hij noemt als eerste moral disengagement<\/em>. Daarmee bedoelt hij dat mensen manieren gebruiken om dingen te kunnen doen waar ze van genieten, zoals vlees eten, terwijl ze tegelijkertijd weten dat ze daarmee indirect dieren pijn kunnen doen. Mensen kunnen die twee dingen dus van elkaar loskoppelen: ze weten dat er dierenleed aan verbonden is, maar veranderen daardoor niet automatisch hun eetgedrag.<\/p>\nDaarnaast noemt Bolderdijk willful ignorance<\/em>. Hij beschrijft dit als situaties waarin mensen bewust \u201chun kop in het zand steken\u201d. Door bepaalde informatie niet te willen weten, hoeven ze volgens hem ook niet met de consequenties van hun keuzes om te gaan. Meer informatie aanbieden betekent daardoor niet automatisch dat iemand zijn gedrag aanpast.<\/p>\nAls derde noemt Bolderdijk carnism<\/em>. Hij omschrijft dit als iets dat cultureel verankerd is: het idee dat het normaal is om vlees te eten en dat dieren bijvoorbeeld geen pijn zouden ervaren. Iemand kan dus weten dat dieren worden gebruikt voor vleesproductie, maar vanuit culturele gewoontes toch vinden dat vlees eten normaal is.<\/p>\nDeze drie begrippen verklaren de kloof tussen kennis en gedrag. Kennis over dierenleed kan aanwezig zijn, maar mensen kunnen die kennis vervolgens rechtvaardigen, vermijden of loskoppelen van hun dagelijkse eetgedrag. Daarmee nuanceert Bolderdijk zijn eigen uitspraak: het gaat volgens hem niet alleen om mensen m\u00e9\u00e9r informatie geven, maar ook om de manier waarop mensen omgaan met de informatie die ze al hebben.<\/p>\n
Kennis is \u00e9\u00e9n puzzelstukje<\/strong><\/h3>\nDe onderzoeken geven geen eenvoudig antwoord. Informatie over dierenwelzijn kan invloed hebben op attitudes, intenties en soms ook daadwerkelijk gedrag. Tegelijkertijd is het effect beperkt en is veel onderzoek gericht op de korte termijn. Uit het onderzoek van Van Riemsdijk blijkt bovendien dat andere factoren, zoals gemak, smaak, gewoontes en sociale normen, een grote rol spelen. Zij noemt kennis daarom \u201c\u00e9\u00e9n puzzelstukje, maar niet de grootste.\u201d<\/strong><\/p>\nZijn uitspraak is niet onlogisch. Informatie kan bijdragen aan gedragsverandering, maar alleen meer informatie aanbieden lijkt onvoldoende. Mensen kunnen hun gedrag namelijk rechtvaardigen, informatie vermijden of be\u00efnvloed worden door culturele en sociale gewoontes.<\/p>\n
Oordeel: deels waar<\/strong><\/h3>\nDe uitspraak van Bolderdijk is deels waar<\/strong>. Onderzoek laat zien dat informatie over dierenwelzijn kan bijdragen aan minder vleesconsumptie, maar het bewijs dat kennis op zichzelf leidt tot blijvende gedragsverandering is beperkt. Bolderdijk laat daarnaast zien dat mensen kennis over dierenleed niet altijd rechtstreeks vertalen naar hun gedrag. Door moral disengagement<\/em>, willful ignorance<\/em> en carnism<\/em> kunnen mensen hun bestaande eetgedrag blijven rechtvaardigen of informatie over de gevolgen ervan vermijden. Kennis kan dus een onderdeel zijn van gedragsverandering, maar is niet voldoende om mensen massaal minder vlees te laten eten.<\/p>\n <\/p>\n
Geschreven door Do Pieren<\/p>\n
<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"
Leidt kennis over dierenleed daadwerkelijk tot ander eetgedrag? Jan Willem Bolderdijk, hoogleraar duurzaamheid en marketing aan de Universiteit van Amsterdam, denkt van wel. In de NRC-podcast ‘Studio Plantaardig’ zegt hij: \u201cDe kennis over dierenleed moet on-negeerbaar worden om eetgedrag van mensen te kunnen veranderen.\u201d Maar kennis hebben over dierenleed betekent nog niet automatisch dat iemand […]<\/p>\n","protected":false},"author":3508,"featured_media":850,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"_et_pb_use_builder":"","_et_pb_old_content":"","_et_gb_content_width":"","footnotes":""},"categories":[1],"tags":[],"class_list":["post-849","post","type-post","status-publish","format-standard","has-post-thumbnail","hentry","category-binnenland","et-has-post-format-content","et_post_format-et-post-format-standard"],"acf":[],"yoast_head":"\n
Factcheck: \u201cDe kennis over dierenleed moet on-negeerbaar worden om eetgedrag van mensen te veranderen\u201d - OnAir<\/title>\n\n\n\n\n\n\n\n\n\n\n\t\n\t\n\t\n\n\n\n\t\n\t\n\t\n