‘Juist die verbinding tussen nationale en lokale thema’s is erg belangrijk’

‘Juist die verbinding tussen nationale en lokale thema’s is erg belangrijk’

De vijf grootste partijen uit de Leidse gemeenteraad zijn respectievelijk D66, GroenLinks, VVD, PvdA en CDA. Ieder bereid zich op zijn eigen manier voor op de landelijke verkiezingen: naast raadslid zijn zij ook partijlid. Ze vertellen over het campagnevoeren in coronatijd, het lijsttrekkerschap en de samenwerking tussen Den Haag en de Leidse gemeenteraad.

Namens D66, met negen zetels in de raad, is aan het woord: Sander van Diepen. Opgevolgd door Gebke van Gaal, fractievoorzitter van GroenLinks, met acht zetels in de raad. Vervolgens spreekt Dorien Verbree, tevens fractievoorzitter, namens de VVD, met zes zetels. Daarna vertelt Abdelhaq Jermoumi – ook fractievoorzitter – over de gemeenteraad namens de PvdA. De PvdA heeft vier zetels in de raad. Tenslotte komt Joost Bleijie, fractievoorzitter van het CDA aan het woord. Het CDA telt drie zetels in de Leidse gemeenteraad.

Hoe bereidt u zich voor op de landelijke verkiezingen in coronatijd?
Verbree: “Normaal gesproken ga je met een campagne flyers uitdelen in de stad. Bij het station staan soms vijf mensen tegelijkertijd uit te delen. Dat is nu allemaal wat anders door de coronacrisis. Volgens mij is het ook veel zinvoller als we bezig zijn met zorgen dat we met z’n allen de coronacrisis doorkomen, zonder dat je een stomme flyer in je hand gedrukt krijgt.”

Van Gaal: “Wij als GroenLinks hadden ons congres gepland in december. Dat hebben we verplaatst naar januari en er een online-versie van gemaakt. Daar komt meer organisatie bij kijken, het is bijna een tv-opname met een volledig productieteam erachter. Ook komen hier vragen bij kijken zoals: hoeveel mensen mogen bij de opnames aanwezig zijn; past dit binnen de huidige maatregelen?”

Is het überhaupt niet achterhaald om nu nog fysiek campagne te voeren, kan niet alles digitaal?
Jermoumi: “Ik denk toch dat het persoonlijk contact erg belangrijk is. Er zijn heel veel mensen die je veel beter bereikt met persoonlijk contact. Je kan dan meer nuance geven aan voorgevallen zaken. Daarnaast moeten we ook niet vergeten dat ook niet iedereen digitaal vaardig is.”

Van Diepen: “En de vraag komt inderdaad weleens op; is het nog van deze tijd? Men waardeert het, het hoort erbij en als je het niet doet dan gaan mensen zich afvragen: goh, ik heb D66 helemaal niet gezien. Het zal er niet voor zorgen dat je de verkiezingen wint of verliest, maar de straat op gaan is wel onderdeel van het hele campagnepakket.”

Bleijie: “Het hangt ook van je partijkleur af. CDA is nog altijd een partij – zeker buiten de steden – die een wat ouder electoraat aanspreekt. Voor die mensen is een fysieke campagne heel belangrijk.”

Een aantal Leidse raadsleden staat zelf op de Tweede Kamerlijst. Hoe gaat dat?
Kandidaat Tweede Kamerlid Verbree: “Ik wil graag laten zien dat ik aan de slag ben voor Leiden, maar ook voor de rest van Nederland. Uiteindelijk zit je natuurlijk niet voor jezelf, maar voor de burgers in de gemeenteraad of wellicht straks in de Tweede Kamer. En dat is hard nodig. Men heeft hier meer aan dan een flyer.”

Lijstduwer Jermoumi: “De meeste mensen stemmen op de lijsttrekker, maar dat gebeurt de laatste jaren iets minder. Dat je iemand op de lijst ziet en denkt: ja, die persoon is de afgelopen jaren goed bezig geweest. Of die ken ik. Of het is een vrouw. Of hij is donker. Of hij komt uit Leiden. Dat zijn voor veel burgers belangrijke zaken, dus daar zetten we steeds meer op in. Uiteindelijk komen alle stemmen ten goede aan de partij zelf, maar je moet wel een herkenbare en diverse lijst hebben.”

U heeft een buitenlandse achternaam. Heeft dat er iets mee te maken?
Jermoumi: “Dat zal men natuurlijk nooit zeggen. Maar ik ben al lang bezig in de lokale politiek, ik heb m’n sporen al wel verdiend. Ik doe het naar mijn mening goed en ben bekend hier in de stad en de regio. Dus ik vermoed niet dat ik puur en alleen door mijn achternaam op de lijst ben gezet.”

Hoe verloopt het contact tussen Den Haag en de Leidse gemeenteraad?
Verbree: “Het helpt om een partij te zijn, zoals de VVD, die landelijk actief is. Zo zie ik weleens dingen die misgaan in Leiden omdat het in het landelijk beleid onhandig bedacht is. Dan bel ik een Tweede Kamerlid, of de staatssecretaris of minister: ‘Joh, dit loopt niet lekker.’ Als gemeenteraadslid is het belangrijk dat je ergens kan aankloppen indien er iets niet goed gaat.”

Van Diepen: “Partijen met een landelijke binding hebben direct lijntjes met de Kamerleden in Den Haag. Je kan het niet alleen oplossen.”

Verbree: “We hebben dat gezien rondom de vluchtelingen een paar jaar geleden. Gemeentes overstroomden met vluchtelingen. We merkten dat in Leiden ook. Sociale huurwoningen werden ook gebruikt voor de vluchtelingen. Mensen staan soms wel tien jaar op een wachtlijst voor zo’n woning. Kunnen we niet beter tijdelijke woningen maken voor ze? Anders vinden mensen het niet eerlijk, en terecht: dat is het ook niet. Daar moet men een oplossing voor verzinnen.”

Stelt u bepaalde landelijke onderwerpen aan de orde in de gemeenteraad of gaat u die
juist uit de weg?
Van Gaal: “Nee, die gaan we juist niet uit de weg. Bijvoorbeeld: in Leiden zijn 46 gezinnen de dupe van de toeslagenaffaire. In Leiden hebben we een wachtlijst bij jeugdzorg, speelt het opvangen van daklozen en het opvangen van vluchtelingen. Juist die verbinding tussen nationale en lokale thema’s is erg belangrijk.”

Bleijie: “Je ziet steeds vaker – zeker als de verkiezingen naderen – dat partijen toch Haagse moties gaan indienen. Dat zijn met name de partijen die landelijk in de oppositie zitten maar lokaal in het college … In de gemeenteraad gaan wij niet over Haags of provinciaal beleid, dus wij moeten daar ook geen moties over indienen. Dat kunnen we wel doen, maar dat heeft hetzelfde effect als wanneer de gemeenteraad Leiden Poetin waarschuwt met: ‘Nog één keer!’. Zo gaat dat niet.”

Jermoumi: “Over het algemeen probeer je als lokale politiek een beetje weg te blijven van de Haagse onderwerpen. Niet dat we alleen over de straatstenen gaan, absoluut niet, maar Den Haag besluit steeds meer over zaken die de gemeente moet uitvoeren. Zoals de zorgtaken die zijn overgegaan naar de gemeentes.”

Over de auteur

Sarah van Houwelingen

Taal is zeg maar echt mijn ding.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *