Afrika betaalt hoge prijs voor afgedankte tweedehandsjes uit Hoograven

Afrika betaalt hoge prijs voor afgedankte tweedehandsjes uit Hoograven

HOOGRAVEN-In Europa gooien we jaarlijks 2 miljoen ton textiel weg. 70% van onze gedoneerde kleding wordt naar Afrika verscheept voor doorverkoop op de lokale markten. In Utrecht-Zuid gaan de meeste afgedankte kleren naar de kringloop in Hoograven. Arno, assistent-bedrijfsleider van de ARM Hoograven: ‘Dagelijks komt er zo’n 500 kg aan kleren binnen die we heel snel uitsorteren. Kwalitatief goede kleding gaat aan de hangers, kapotte en-of vieze kleding doen wij in zeezakken voor de handel’. Deze zakken worden verkocht aan derde partijen om te verschepen naar achterstandslanden.

 

Kringloopcentrum de ARM in Hoograven wordt met zijn 3500 m2 ook wel een kringloopwarenhuis genoemd. Dagelijks wordt de kleding die binnenkomt gesorteerd op kwaliteit, geprijsd en aan de hangers gehangen voor de bezoekers. Arno: ‘Vroeger kwamen er vooral mensen die een achterstand hadden op de arbeidsmarkt en dus geen geld hadden om nieuwe kleren te kopen. Tegenwoordig komen er steeds meer mensen die vooral vanuit duurzaam oogpunt kleren kopen zodat het niet nieuw gemaakt hoeft te worden. Kleding is een van de vijf vervuilendste markten op aarde. Het kost gemiddeld 10.000 liter water om één spijkerbroek te maken en daarom kan je natuurlijk beter tweedehands kopen’.

Consumptiemaatschappij 

Kopen, kopen, kopen: zijn we doorgeslagen in ons koopgedrag? Dat was de vraag die NPO op hun site probeerde te beantwoorden. ‘Wij leven tegenwoordig in een doorgeslagen consumptiemaatschappij. We kopen graag, we kopen veel en we kopen voor zo min mogelijk geld’, zo staat op de website. Uit onderzoek van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Nederland en de Hogeschool van Amsterdam blijkt dat de gemiddelde Nederlander 173 kledingstukken heeft. Elk jaar worden 46 nieuwe kledingstukken gekocht, waarvan een derde niet of nauwelijks wordt gedragen. Kleding vormt volgens het CPB ongeveer de helft van de omzet van de textielsector in Nederland.

 

Textielcontainer 

Kleding is steeds meer een wegwerpartikel geworden. Als de consument een kledingstuk zat is dan wordt het weggegooid met het restafval of in de textielcontainer gegooid. Vaak met de achterliggende gedachte dat ze er iemand anders wel blij mee zullen maken. Volgens onderzoek van de Rijksoverheid gooit elke Nederlandse inwoner gemiddeld ongeveer veertig kledingstukken per jaar weg; 24 van deze kledingstukken worden weggegooid bij het gewone huishoudelijk afval en daarom verbrand. Vijf stuks worden apart ingezameld en zijn niet geschikt voor hergebruik, twee stuks zijn herbruikbaar volgens de consument maar niet voor internationale tweedehandsstandaarden en uiteindelijk zijn slechts negen van deze veertig kledingstukken geschikt voor de tweedehandsmarkt.

Textielberg

De Irish Environmental Network (IEN) maakt in 2020 een 20-minutenlange film genaamd ‘De textielberg’ over de verborgen last van mode-afval. In deze film wordt duidelijk wat er gebeurt met het textiel wat wij in de textielcontainers gooien. De makers nemen je mee naar de grootste tweedehandsmarkt van Kenia. Dit land importeert meer dan 140.000 ton gebruikte kleding per jaar. Deze kleding komt binnen in zeezakken en wordt later door individuele kopers gekocht om op de Mitumba-markt verkocht te worden; de grootste tweedehands markt in Kenia. Mitumba-verkopers moeten de zakken blindelings kopen om er vervolgens winst op te kunnen maken. Een zak van 50kg kost 23.000 KES (200 euro), zij streven naar een winst van 10.000 KES (85 euro). Een van de verkopers spreekt wanhopig: ‘De kwaliteit is soms zo slecht dat de helft ervan moet worden weggegooid. De 50 procent die slecht is moet worden weggegooid of verbrand. Dat is dan nog meer vuil voor het milieu’.

 

Fast fashion

In de documentaire wordt verteld over de dalende kwaliteit van kledingstukken. Het Ministerie van I&W is in 2020 een onderzoek gestart naar ‘fast fashion’ en de negatieve impact. ‘Fast fashion’ is het fenomeen waarin consumenten mode consumeren als wegwerpartikel. De kledingbranche versterkt deze cultuur door een steeds hogere omloopsnelheid van geproduceerd textiel, terwijl de kwaliteit, de gebruiksduur en -intensiteit afneemt. Dit fenomeen, ook wel ‘fast fashion’ genoemd, zorgt voor een grote negatieve milieu-impact en leidt tot een hogere druk op zowel het verdienmodel van retailers als op de verwerking van afgedankte kleding. Het is zaak om de grootte van het probleem, de onderliggende oorzaken en een mogelijke aanpak in kaart te brengen, aldus het Ministerie.

 

‘Sustainibility’

Bente Scheffer (17) woont in Utrecht-Zuid en koopt haar kleding het liefst tweedehands. Zo is zij ook te vinden in de kledinghoek van de ARM in Hoograven. Ze vertelt hoe belangrijk ze het vindt om zo milieubewust mogelijk te leven. Helaas heeft ze nog niks kunnen vinden: ‘Ik vind het hier wel vaak wat aan de prijzige kant en ga hierdoor liever naar andere kringloopwinkels’.

Tweedehandskleding heeft al met al een hoge prijs. Volgens Bente Scheffer geldt dat in elk geval voor de artikelen in de kringloopwinkel, maar veel erbarmelijker is de prijs die de Afrikaanse verkopers moeten betalen voor de afgedankte kleding die de kringloopwinkel niet eens haalt. En uiteindelijk is de prijs voor het milieu, de groeiende textielafvalberg in Afrika, de hoogste prijs die betaald wordt. De kledingindustrie en de consument zullen zich moeten oriënteren op een duurzame productie en gebruik van kleding, waarbij de laagste prijs niet het uitgangspunt is.

Over de auteur

Paula Goossens

Paula Goossens (2004) heeft een grote interesse in mensen en luistert eerst voordat ze een mening vormt. Niet altijd is dat wat je ziet of hoort vanzelfsprekend de waarheid. Soms is het nodig om beter te kijken of te luisteren en dat is wat Paula van nature doet. Schrijven is van jongs af aan haar passie, de lezer meenemen in het verhaal.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *